Hendrik Jacob Dammerman Jr.

Hendrik Jacob Dammerman Jr.
Hendrik Jacob Dammerman Jr. met zijn hond op de bouwplaats van de Beurs van Berlage op 29 juli 1899
Hendrik Jacob Dammerman Jr. met zijn hond op de bouwplaats van de Beurs van Berlage op 29 juli 1899
Persoonsinformatie
Nationaliteit Nederlands
Geboortedatum 21 januari 1873
Geboorteplaats Arnhem
Overlijdensdatum 5 mei 1922
Overlijdensplaats Den Haag
Opleiding en beroep
Beroep(en) architect
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Hendrik Jacob Dammerman Jr. (Arnhem, 21 januari 1873Den Haag, 5 mei 1922) was een Nederlandse architect.[1][2]

Levensloop

Dammerman werd geboren op 21 januari 1873 in Arnhem en was een kleinzoon van Duitse immigranten, die zich in Overijssel hadden gevestigd. Hij groeide op in Arnhem in een middenstandsgezin. Zijn vader, Hendrik Jacob Dammerman (1840-1907), werd geboren in Dalfsen in een protestants gezin en was opzichter, makelaar en later directeur van een verzekeringsmaatschappij. Hij was weer een zoon van Bernard Rudolph Dammermann, rentmeester bij Kasteel Rechteren te Dalfsen. Dammermans moeder, Anna Maria Paulina Heerens (1832-1882), werd geboren in een katholiek gezin in Den Haag. Zij trouwden in Leiden en vestigden zich aanvankelijk in Rotterdam, voordat zij naar Arnhem verhuisden. Hendrik Jacob was het vijfde kind en hij had drie oudere zussen. Zijn oudste broer stierf binnen enkele maanden na de geboorte, waardoor Hendrik Jacob de oudste zoon was. Er werden na hem nog vijf kinderen geboren. Zijn drie jongere broers, ook allen nog geboren in de jaren 1870, waren al vroeg sportief en lid van een Arnhemse zwemclub en voetbalclub. Dammermans oudste zus Johanna Berendina (1868-1915) was van 1903 tot 1907 directrice van de Louisa Stichting aan het Alexanderplein 15 te Den Haag.

Zijn moeder overleed op 38-jarige leeftijd, toen Dammerman negen jaar oud was. Zijn vader hertrouwde met Elisabeth Elsina van Veen (1843-1921), met wie hij nog drie kinderen kreeg. Zijn jongere halfbroer Karel Willem Dammerman zou een bekende zoöloog worden.

Dammerman trouwde op 28 november 1901 met Maria Hubertina Bekkers (1870-1939), met wie hij in juli en augustus 1899 op het adres Singel 211 in Amsterdam stond ingeschreven. Ze kregen in 1904 een dochter, Helena Maria Hubertina (Hetty) Dammerman, die kinderloos overleed in 1997 in het woonhuis van haar vader aan de Van Blankenburgstraat in Den Haag. Dammerman zelf overleed na een langdurig lijden op 5 mei 1922 op 49-jarige leeftijd. De rouwadvertentie vermeldde: In leven Architect B.N.A.

Beginjaren

Berlage en zijn team in 1899 op de bouwplaats van de Beurs van Berlage te Amsterdam

Hendrik Jacob Dammerman Jr. behaalde op zestienjarige leeftijd het diploma van de Arnhemse ambachtsschool. In 1896 verscheen een ontwerp van een baanopzichterswoning van Dammerman in het Vademecum der Bouwvakken. In 1897 ontwierp Dammerman een modelstal voor de Geldersche Tentoonstelling van Nijverheid en Handel, die werd gebouwd door aannemer Dirk Abraham Roskam, buurman van de familie. Vanaf 1 december 1898 tot 11 maart 1899 was Dammerman werkzaam als tekenaar 2e klasse op de bouwplaats van de Beurs van Berlage. Op zaterdag 29 juli 1899 keerde Dammerman, met zijn hond, terug naar de bouwplaats van de Beurs voor een fotosessie met onder andere H.P. Berlage, Herman Walenkamp en Johannes Balthazar Lambeek. In 1899 verscheen opnieuw een ontwerp van Dammerman in het Vademecum der Bouwvakken, dit keer zijn ontwerp voor de prijsvraag voor de gevel van een boekwinkel in Leeuwarden. In maart 1900 vestigde Dammerman zich in Den Haag. Een van zijn eerste projecten was het ontwerp van een nieuwe winkelpui in de Vlamingstraat. Ook is een project met een epigraaf van Dammerman aangetroffen in de Barteljorisstraat 6 in Haarlem, dat waarschijnlijk ook uit 1899 of 1900 stamde.

Villa's en herenhuizen

Driedubbele villa aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 1-3 en het Rooseveltplantsoen 4 te Den Haag

In 1901 ontwierp Dammerman een drievoudige villa in overgangsarchitectuur op de hoek van de Johan van Oldenbarneveltlaan en de Stadhouderslaan (sinds 1970 Rooseveltplantsoen), vrijwel naast de Villa Henny, ontworpen door Berlage. De locatie was buitengewoon prestigieus voor de toen 28-jarige architect; hij grensde destijds aan het landgoed Zorgvliet met het Catshuis, waarvan Dammerman later door diverse verbouwingen het huidige volume zou bepalen. Het landgoed besloeg toen nog vrijwel het gehele terrein tussen de Stadhouderslaan (later deels Eisenhowerlaan en Rooseveltplantsoen), de Groot Hertoginnnelaan en de Scheveningseweg. Het stadsvillapark Zorgvliet zou pas vanaf 1912 worden bebouwd naar ontwerp van architectenbureau Hoek en Wouters. In 1914 zou Dammerman overigens ook voor dit villapark een dubbele villa ontwerpen, anno 2025 de ambassade van Bangladesh aan de Stadhouderslaan 5 en 7. De driedubbele villa was Dammermans eerste grote eigen project, dat een entree vormde voor het Haagse Geuzen- en Statenkwartier. Opdrachtgevers waren John Charles Bignell sr., Jan Nicolaas Blauw, Jan Marinus Stobberingh en Anthonius Hendrikus van Dijk. De driedubbele villa, gesloopt in 1982 om plaats te maken voor een groot kantoorgebouw, is een van de Haagse iconen opgenomen in het boek Niet voor de eeuwigheid gebouwd, Gesloopte iconen in Den Haag, uitgegeven door de Haagse Geschiedkundige Vereniging Die Haghe in 2025.

Helmstraat 2 te Den Haag, woonhuis van John Charles Bignell sr., anno 2025 Helmstraat 2C-2G; aquarel van Hendrik Jacob Dammerman Jr. van 1903
Helmstraat 2C, 2D-G (Villa Esher Surrey) en 4 (Villa Hoogduin) te Den Haag; 2D-G en 4 zijn ontwerpen van Dammerman van 1903

John Charles Bignell, cartograaf, ambtenaar van het Ministerie van Oorlog, grondspeculant, projectontwikkelaar en kunsthandelaar, speelde van 1900 tot 1905 een beslissende rol in Dammermans carrière. Voor het door Bignell en Jan Marinus Stobberingh opgezette project Duinlust ontwierp Dammerman van 1902 tot 1904 negen villa's en achttien herenhuizen, alle gebouwd op het terrein van de voormalige villa Duinlust aan de Oude Scheveningscheweg, tegenover de huidige Antonius Abtkerk. Zowel de Helmstraat als het deel van de Doornstraat aan de zijde van de Duinstraat werd hiervoor aangelegd. De eerste woningen vormden een dubbele villa op de hoek van de Helmstraat (noordzijde) en de Scheveningseweg; in de linker villa is anno 2025 de ambassade van Ierland gehuisvest. De Villa Esher Surrey aan Helmstraat 2 (later Helmstraat 2D tot en met 2G) werd het woonhuis van Bignell zelf. De villa had een grote tuin ten noordoosten van het huis, die twintig jaar later, in 1923, verkaveld en volgebouwd werd. De serre die uitzicht gaf op de tuin werd in 1924 opgetrokken en werd Helmstraat 2C. De naam van Dammerman is gegraveerd in een van de stenen van de toegangstrap en is de tweede epigraaf, naast die in Haarlem, die van Dammerman is aangetroffen.

Sectieltableau van Joost Thooft & Labouchère op Helmstraat 7 van 1904

In deze periode maakte Dammerman gebruik van de sectieltableaus van Joost Thooft & Labouchère, ook bekend als De Porceleyne Fles, destijds vermaard om haar productie van deze tegeltableaus. Vijf van de zevenentwintig door Dammerman ontworpen woningen in het project Duinlust zijn van deze sectieltegels voorzien. Een bijzonder mooi tableau met de vermelding Esher Surrey was aanwezig op het woonhuis van John Charles Bignell. Het sectieltableau op de gevel van Villa Bianca, Helmstraat 7, is nog altijd aanwezig.

Herenhuizen aan de Doornstraat 23 tot 9 te Den Haag

De herenhuizen aan de westzijde van de Doornstraat (nr. 23 tot 9) hadden uitzicht op de stoomtram naar de kust en een hoge duin, later naar Isaac Lindo Lindoduin genoemd, totdat deze in 1964 werd afgegraven voor de bouw van twee flatgebouwen.[3] Dammerman en de aannemers van de woningen, Johannes Willem Feij en Johannes Zaaijer, kochten elk een woning, respectievelijk Doornstraat 15, 11 en 13; Zaaijer verkocht de zijne toen de bouw gereed was. Ook Bignell kocht meerdere panden aan. De herenhuizen aan de oostzijde van de Doornstraat kijken uit op het Doornduin.

Scheveningseweg 80 (Villa Margreet) en 82 (Villa Tebeiga) in 1907 op de hoek met het Frankenslag te Den Haag
Rij van 5 herenhuizen aan het Frankenslag 2-10 te Den Haag

Tegelijkertijd met de ontwikkeling van het project Duinlust ontwierp Dammerman tien herenhuizen aan het begin van het Frankenslag (nummers 2 tot 10 en 20 tot 28, gebouwd in 1902) en een dubbele villa aan de Scheveningseweg 80 en 82 (1902, gesloopt in 1987) op een deel van het terrein van de voormalige villa Banchory, ook aan de Oude Scheveningscheweg, dat door Bignell was aangekocht. Voor de tien herenhuizen en de dubbele villa maakte Dammerman gebruik van het nieuwe materiaal kalkzandsteen. De dubbele villa en de herenhuizen werden in 1907 opgenomen in een album samengesteld door de Vereeniging van Nederlandsche Kalkzandsteenfabrikanten. Scheveningseweg 82 was later bekend in Den Haag als de woning van de fotograaf en striptekenaar Hans Borrebach.[4] De tien herenhuizen in overgangsarchitectuur aan het Frankenslag werden later het gezicht van de belangrijkste entree van het Statenkwartier vanaf de Scheveningseweg.

Dertien herenhuizen aan het Prins Mauritsplein 1C tot 12 en de Prins Mauritslaan 41 te Den Haag

Andere herenhuizen in overgangsarchitectuur van Dammerman zijn die aan de Prins Mauritslaan (zestien herenhuizen, sinds 1976 na afbraak van het hoekhuis en nieuwbouw op de Frederik Hendriklaan 59-61 vijftien), het Prins Mauritsplein (dertien herenhuizen), het Frankenslag (negen herenhuizen), de Laan van Meerdervoort (vijf herenhuizen) en de Luiksestraat (tien herenhuizen). Voor de herenhuizen aan de Prins Mauritslaan maakte Dammerman gebruik van de stucplafondornamenten van de Amsterdamse firma Silberling & Zoon. Ook twee villa's op de hoek van de Pompstationsweg en de Badhuisweg ontworpen in 1908, zijn typerend voor de door Dammerman toegepaste overgangsarchitectuur. Een bijzonder fraaie dubbele villa uit 1909 bevond zich op Kanaalweg 2 en Rusthoekstraat 2, gesloopt in 1975.

Pompstationsweg 1 en 3 te Den Haag

In 1910 ontwierp hij twee dubbele villa's op de Wageningse Berg, in opdracht van Isidor Vos, directeur van Nationaal Grondbezit, tegenover de Rijkslandbouwschool, een voorloper van de WUR. Nationaal Grondbezit had daar in 1902 zo'n anderhalve hectare grond aangekocht. De door Dammerman ontworpen dubbele villa's aan de Hinkeloordseweg en de Generaal Foulkesweg zijn gemeentelijke monumenten.

De vier middelste panden zijn van Dammerman, van links naar rechts Raamweg 4, 3, 2 en 1B te Den Haag

Vanaf 1915 ontwierp hij een serie beeldbepalende panden op het gedeelte van het landgoed Arendsdorp dat beschikbaar was gekomen in Benoordenhout, en aangekocht door de N.V. Algemeene Bank en Handel-Maatschappij, die in juni 1915 was opgericht voor het verrichten van Bank- en vastgoedactiviteiten en gevestigd was op het Lange Voorhout 41. Dammerman nam in juli en augustus 1915 deel aan de oprichting van deze maatschappij en verschafte zichzelf hiermee de mogelijkheid zijn orderportefeuille te vullen gedurende de Eerste Wereldoorlog. Directeur was Petrus Wesseling en Dammerman was lid van de Raad van Beheer. De vanaf de Javabrug goed zichtbare kapitale herenhuizen aan de Raamweg 1B, 2, 3 en 4 uit 1917 en de Wassenaarseweg 6 tot 16 (1915–1917), destijds vanwege de ligging aan een watergang Wassenaarschekade genaamd, zijn van zijn hand, evenals vier herenhuizen aan de Bachmanstraat. Wassenaarseweg 16 is voorzien van een bijzonder fraaie hoekdetaillering.

Het Catshuis te Den Haag in 1922; foto van A. Langfier

Het bekendste gebouw waaraan Dammerman werkte, is ongetwijfeld het Catshuis in Den Haag. In 1903 waren naar ontwerp van Jan Frederik Raymond van der Wall de zijvleugels met een verdieping opgehoogd en in 1907 ontwierp Dammerman een nieuwe uitbreiding voor Adriaan Goekoop en Johanna Goekoop-de Jongh. Goekoop was een projectontwikkelaar en had in 1906 het hart van het landgoed Zorgvliet gekocht van de bouwgrondmaatschappij Het Park Zorgvliet, waarvan hij aandeelhouder was. Dammerman verhoogde de achterzijde tussen de twee vleugels met een extra verdieping en ontwierp de tuinzaal met daarboven de torenkamer. In 1919-1921 werkte Dammerman nogmaals aan het Catshuis, toen hij voor Johanna Goekoop-de Jongh, sinds 1914 weduwe van Adriaan, de daken van de zijvleugels aanpaste en de vier schoorstenen verplaatste, de gevels restaureerde in de stijl van de zeventiende eeuw, een hardstenen plint liet aanbrengen en vier nieuwe dakkapellen plaatste, waarmee hij het Catshuis het volume gaf dat het anno 2025 nog steeds bezit. De Engelse fotograaf A. Langfier legde in 1922 de aanpassingen vast op foto's.

Pim Mulier met zijn tweede vrouw voor hun woning aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 103 te Den Haag

Eveneens in 1907 ontwierp Dammerman een grote villa voor de Nederlandse sportpionier Pim Mulier aan de Johan van Oldenbarneveltlaan 103 in Den Haag, die hier woonde tot aan zijn overlijden in 1954. Het ontwerp is in Um 1800-stijl en was een van de eerste in Den Haag in deze bouwstijl. Ook de destijds geheel vrij gelegen villa Zonnehoek (Yperschestraat 1, anno 2025 Ypersestraat 9) uit 1918 is een ontwerp van Dammerman.

Arbeiderswoningen

Fabrieksgracht 55 tot 67 te Den Helder
Kopie van het getuigschrift van de tweede prijs toegekend aan H.J. Dammerman Jr. in 1908

Dammerman werkte niet alleen voor de betere klasse, maar was ook geïnteresseerd in de arbeidershuisvesting. In 1905 presenteerde hij een plan voor driehonderdvijftien onder- en bovenwoningen in een project voor een arbeiderswijk volgens de Woningwet van 1901 bij de Rijswijkseweg ter hoogte van de Broeksloot. Hij ontwierp de woningen vanuit het oogpunt van betaalbaarheid en berekende het toelaatbare budget voor de grond en de bouw. In 1908 organiseerde de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst een prijsvraag voor het ontwerp van vier arbeiderswoningen, waarop 230 ontwerpen binnenkwamen. Dammerman won de tweede prijs. In mei 1909 presenteerde Dammerman in de tuin van het voormalige gebouw van het Nationaal Archief aan het Plein 23 in Den Haag een arbeiderswoning op ware grootte tijdens de tentoonstelling van de kunstvereniging Kunst aan Allen. Ook wethouder Cornelis Lely kwam op uitnodiging van Dammerman kijken. In 1912 ontwierp Dammerman in opdracht van baron Herman Erwin van Asbeck 27 arbeiderswoningen voor het lagere marinepersoneel aan de Fabrieksgracht 55 tot 67 en de Van Hogendorpstraat 1 tot 20 in Den Helder voor de Woningvereniging Licht en Lucht. De woningen tonen dezelfde zorg voor detail als Dammerman had voor de herenhuizen en villa's, alleen de afmetingen van de woningen zijn aangepast aan het beschikbare budget. Deze woningen zijn sinds 1991 gemeentelijke monumenten.

Sportgebouwen en -terreinen

Sportterrein Houtrust, 1911

Dammerman was in 1910 de ontwerper van alle bouwkundige constructies op het Sportpark Houtrust in Den Haag, waarbij Otto Schulz de landschapsarchitectuur verzorgde. Dit tien hectare grote sportterrein was jarenlang een middelpunt van de Haagse samenleving en werd gebruikt voor allerlei sportevenementen, zoals voetbal- en cricketwedstrijden en ook concours hippiques. Opdrachtgever was Abraham van Hoboken van Hoedekenskerke, directeur van de Maatschappij tot Exploitatie van het Sportterrein Houtrust, die ook betrokken was bij de oprichting van de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding. Dammerman ontwierp de hoofdingang, een portierswoning met kantoor, een stal met 29 boxen, een rijtuigloods, zes winkels, een café en een muziektent, een jury-tent, een thee- en champagnebar, de tribunes en de afsluiting rondom het terrein. Slechts een gebouw is tegenwoordig nog behouden gebleven. Het herbergt anno 2025 het clubhuis van tennisvereniging Never Out Houtrust en een kleuterschool. In de jaren 1930 werden op een deel van het terrein de Houtrusthallen gebouwd, inmiddels ook gesloopt.

Societeitsgebouw met concertzaal Casino te Noordwijk aan Zee, ca. 1920
Societeitsgebouw met concertzaal Casino

In 1919 ontwierp Dammerman het sociëteitsgebouw met concertzaal Casino aan de Oude Zeeweg in Noordwijk aan Zee. Het was het clubhuis bij de tennisbanen in de duinen van Noordwijk en was bijna 50 jaar de getuige van grote internationale tenniswedstrijden en een trefpunt voor welgestelde bezoekers van de badplaats. In 1925 werd hier de Davis Cup georganiseerd. Het gebouw is gesloopt in 1984.

In 1919 ontwierp Dammerman overigens ook een tennisbaan bij het Catshuis, die verdween tijdens de Tweede Wereldoorlog bij de aanleg van de Atlantikwall. Op de plaats van deze tennisbaan bevindt zich nu de Johann de Wittlaan, onderdeel van de Haagse ringweg S200 (Den Haag).

Utiliteitsgebouwen

Bouwtekening uit 1911 van het Grand Hotel Central van de architecten Hendrik Jacob Dammerman Jr. en Johannes Mutters Jr., bewaard gebleven in het archief van Mutters chef de bureau Willem Johannes Ruijter
Grand Hotel Central Den Haag in 1913

Van 1910 tot 1913 ontwierp Dammerman met Johannes Mutters Jr. het Grand Hotel Central aan de Lange Poten 6-10, in opdracht van Louis Hermann Gerrit Kirchmann, directeur van de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij. Hiervoor werd het bestaande Hotel Central aan de Lange Poten gesloopt. Het hotel opende in april 1913 en bevatte 110 kamers, waarvan 40 met badkamer. Het was in het café-gedeelte aan de straatzijde voorzien van grote glazen puien, die bij mooi weer volledig in het souterrain verzonken konden worden. Sinds 1992 is het gebouw onderdeel van het Tweede Kamercomplex en tot 2022 de locatie van Nieuwspoort. Dammerman wordt geciteerd in het verslag van 16 mei 1910 dat werd gemaakt over de mogelijke verbetering van het bestaande Hotel Central, en bewaard in het Haags Gemeentearchief onder nummer 920 49. Hij was ook betrokken bij uitwisselingen met Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Den Haag. Dammerman heeft daarom mogelijk een leidende rol gespeeld, dit verre van de ondergeschikte rol die later aan hem is toegeschreven. Tussen 1914 en 1922 was het ook Dammerman die de ontwerper was van allerlei aanpassingen aan het Grand Hotel Central.

De cacao- en chocoladefabriek van Rademaker en de Laakbrug te Den Haag in 1933

Dammerman was ook de architect van de nieuwbouw van Rademaker's Koninklijke Cacao en Chocolade Fabrieken in het Laakkwartier aan de Slachthuiskade (de huidige Neherkade), hoek Rijswijkseweg. Het aanvankelijke plan was een uitbreiding van de fabriek die in 1902 naar ontwerp van Wilhelmus Bernardus van Liefland was gerealiseerd aan de Laan van Meerdervoort op de hoek van de Fahrenheitstraat, maar de bouwvergunning werd in 1916 afgewezen, in verband met het voorziene woningbouwproject op het naburige perceel. Deze fabriek werd in 1924 gesloopt toen de nieuwe fabriek in gebruik was genomen. Dammerman maakte dit niet meer mee, want toen hij in mei 1922 overleed, was het storten van de fundering net begonnen. Na de oorlog werd in deze fabriek de Solex gefabriceerd. De fabriek is gesloopt in 1980.

Een bijzonder werk in het oeuvre van Dammerman was het kantoor van de Nederlandse dochteronderneming van Siemens AG in Nederland aan het Huijgenspark 36-39 in Den Haag, dat doorloopt tot aan het Zieken. Dammerman verzorgde niet het ontwerp maar de begeleiding van de bouw; het ontwerp was van de Duitser Hans Hertlein, bouwdirecteur van het Siemensconcern in Berlijn. In de jaren 1970 werd in dit pand het kantoor van de Gemeentelijke Dienst Groenvoorzieningen en Milieueducatie (DGM) gevestigd. In 1998 werd het gerenoveerd en ingericht tot wooneenheden voor studenten en jongeren; het kreeg toen de naam DGM-hof.

Geëngageerd architect

Dammerman was gedurende zijn leven actief lid van diverse clubs en verenigingen. In 1905 werd hij lid van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst (MBBO), vanaf 1915 Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst Vakvereeniging van Nederlandsche Architecten (MBVA) geheten en vanaf 1919 Bond van Nederlandse Architecten (BNA); vanaf 1919 voerde hij de titel Architect B.N.A. In 1913 en 1914 was hij voor het MBBO lid van de jury's voor de examens voor tekenaars en bouwopzichters. Vanaf 1907 werkte hij mee aan het opzetten van het geïllustreerde weekblad Buiten, dat in 1907 door Pim Mulier werd geleid. Hij was vanaf 1907 ook verbonden aan de Amsterdamse vereniging Architectura et Amicitia, lid van de Haagse kunstvereniging Kunst voor Allen en van 1912 tot 1917 verbonden aan de kring Arti et Industriae. In de jaren 1915 en 1916 vormde Dammerman met de architecten Jan Gratama en Marinus Jan Granpré Molière de commissie van de MBVA voor de wettelijke bescherming van de architectentitel.

Trivia

Een van de medewerkers van Dammerman was Johannes Scholten, die als dagelijks opzichter werkzaam was bij de bouw van het door Dammerman ontworpen sociëteitsgebouw Casino met concertzaal en tennisbanen in Noordwijk aan Zee en later als tekenaar. Johannes Scholten was de schoonvader van Teddy Scholten, die in 1959 het Eurovisiesongfestival voor Nederland won met het liedje 'n Beetje.

Dammerman huurde van 1910 een woonhuis van zijn collega-architect Hendrik van Wort aan de Van Blankenburgstraat in Den Haag, totdat hij het huis in 1921 van hem kocht. Hij overleed een jaar later en zijn vrouw en dochter bleven daar de rest van hun leven wonen. In het huis werden na het overlijden van Hetty Dammerman in 1997 bij de verkoop in 1998 foto's en tekeningen aangetroffen, die door de nieuwe eigenaar bewaard zijn en bijdroegen aan het reconstrueren van het oeuvre van Dammerman. Een buurman van Hetty Dammerman kocht uit de inboedel de aquarel van Helmstraat 2, waardoor ook deze bewaard is gebleven.

Een landelijk bekende bewoner anno 2025 van een ontwerp van Dammerman is oud-burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen.

Naar aanleiding van Dammermans 100-ste sterfjaar publiceerde de van oorsprong Franse ingenieur dr. ir. Yann Martineau, na twee jaar onderzoek, in 2022 een monografie over Dammerman en haalde de architect hiermee uit de vergetelheid.

Bibliografie

  • Martineau, Y. (2022) Waarheid, eenvoud en kracht : Hendrik Jacob Dammerman Jr. (1873-1922) : architect te 's-Gravenhage en Scheveningen aan het begin van de twintigste eeuw. Uitgeverij ORYZHOM, Den Haag.
  • Haagse Geschiedkundige Vereniging Die Haghe (2025) Niet voor de eeuwigheid gebouwd : Gesloopte iconen in Den Haag.