Helleense talen

De Helleense talen zijn een tak van de Indo-Europese talen. Volgens de meeste traditionele classificaties bestaat deze tak uit maar één taal, het Nieuwgrieks.[1][2] Helleens komt daarmee in de taalkunde overeen met Grieks. Door sommige taalkundigen wordt Helleens gezegd om het Grieks onder te verdelen in Nieuwgrieks en andere, nauw verwante talen en dialectgroepen, die ver genoeg van het Nieuwgrieks afstaan om als aparte talen te kunnen worden beschouwd. Hieronder bevindt zich het Cypriotisch Grieks en een aantal uitgestorven talen, waaronder het Oudgrieks en Myceens. Het uitgestorven Oudmacedonisch wordt soms hierin opgenomen op basis van de hypothese dat dit geen Oudgrieks dialect was, maar als aparte, nauw verwante taal kan worden beschouwd.

De bestaande Helleense talen worden tegenwoordig door nog ongeveer 12 miljoen mensen gesproken, vooral in Griekenland, Cyprus, Italië en langs de Zwarte Zee.

Onderverdeling

Wanneer het Heleens wordt onderverdeeld in Nieuwgrieks en verwante talen en dialectgroepen kan de volgende indeling worden gemaakt:

Helleens 
 Grieks 

Nieuwgrieks

Jevanisch

Cypriotisch Grieks

Cappadocisch, mengtaal, bijna uitgestorven

Pontisch

Krim-Grieks, Marioepolitaans

Romeins-Grieks, mengtaal

  Italiotisch Grieks  

Griko

Calabrisch Grieks

Eolisch, uitgestorven

Arkadisch-Cyprisch, uitgestorven

Pamphylisch-Grieks, uitgestorven

Myceens, uitgestorven

 Dorisch  

Tsakonisch

Oudmacedonisch, uitgestorven

Voetnoten

  1. Browning. Medieval and Modern Greek, 1983. Gearchiveerd op 5 november 2021.
  2. BD Joseph en I Philippaki-Warburton. Modern Greek, 1987. blz 1. Gearchiveerd op 31 maart 2023.