Helene Lange
| Helene Lange | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Helene Lange (1893) | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Helene Henriette Elisabeth Lange | |||
| Titulatuur | Dr. h.c. | |||
| Geboren | 9 april 1848 Oldenburg | |||
| Overleden | 13 mei 1930 Berlijn | |||
| Geboorteland | Groothertogdom Oldenburg | |||
| Religie | Evangelisch christendom | |||
| Beroep | Onderwijzers, schrijfster, publiciste, politica | |||
| Bekend van | Inzet voor vrouwenrechten in het onderwijs | |||
| Onderscheidingen | Eredoctoraat van de Universiteit Tübingen (1923) Pruisische Staatsmedaille (1928) Ereburgerschap Oldenburg (1928) | |||
| Carrière | ||||
| 1890 – 1921 | Bestuurslid Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein (ADLV) | |||
| 1893 – 1921 | Bestuurslid Allgemeiner Deutscher Frauenverein (ADF) | |||
| 1893 – 1916 | Hoofdredactrice maandblad Die Frau | |||
| 1894 – 1905/1906 | Bestuurslid Bund Deutscher Frauenvereine | |||
| 1919 – 1920 | Parlementslid voor de Deutsche Demokratische Partei | |||
| ||||
Helene Lange (Oldenburg, 9 april 1848 – Berlijn, 13 mei 1930)[1] was een Duits onderwijzeres, politica, schrijfster, publiciste en vrouwenrechtenactiviste in de burgerlijke vrouwenbeweging.
Na het afronden van de lerarenopleiding in 1872 zette ze zich in voor de gelijke kansen van meisjes en vrouwen in het Duitse onderwijs. Haar publicatie over onderwijshervormingen in 1887 zorgde voor veel erkenning, ook buiten de onderwijskringen. Ze beschouwde dit als het begin van haar engagement voor vrouwenrechten.
In de jaren 1890 zette ze Realkurse en Gymnasialkurse op die vrouwen meer academische verdieping gaven en hen voorbereidden op een loopbaan of universitaire studie. Daarnaast zette ze zich in voor de verbetering van de positie van vrouwelijke leerkrachten en was ze betrokken bij diverse vrouwenverenigingen.
Na een korte politieke carrière als parlementslid voor de links-liberale Deutsche Demokratische Partei (DDP) trok ze zich begin jaren 1920 vanwege haar gezondheid terug uit haar publieke functies.
Voor haar jarenlange inzet voor vrouwenrechten ontving ze een eredoctoraat van de Universiteit Tübingen, de Pruisische Staatsmedaille en het ereburgerschap van de stad Oldenburg.
Jeugd
Helene Henriette Elisabeth Lange werd geboren in Oldenburg op 9 april 1848. Ze was de dochter van koopman Carl Theodor Lange en Johanne Sophie Amalie tom Dieck.[2] Lange groeide op in een burgerlijk liberaal gezin met twee broers.[3][4][5] Haar vader werd omschreven als een 'gerespecteerde koopman' en haar moeder als een 'fragiele vrouw'.[6]
Reeds op jonge leeftijd kwam ze in aanraking met de ongelijke behandeling tussen jongens en meisjes. Ze moest als kind meehelpen in het huishouden en ze hekelde dat zij, in tegenstelling tot haar broers, moest leren breien. In haar memoires schreef ze dat ze de 'pech had een meisje te zijn' en bij het handwerken een gebrek aan intellectuele uitdaging ervaarde.[4][7]
In maart 1855, toen Lange bijna zeven jaar oud was, overleed haar moeder aan tuberculose.[8] Een tante nam hierna de zorg voor het huishouden over.[6] Hoewel het gemis van haar moeder naar eigen zeggen zeer pijnlijk was, had ze dankzij haar vader een vrije en gelukkige jeugd.[8][9] In januari 1864, bijna negen jaar na de dood van haar moeder, stierf haar vader aan een hersenbloeding.[10] De vijftienjarige verweesde Lange trok vervolgens samen met haar oudere broer in bij haar grootvader.[8]
Kort voor haar zestiende verjaardag vertrok ze naar Eningen in Württemberg waar ze bij het gezin van schrijver en dominee Max Eifert een Pensionatsjahr[a] doorbracht.[7][11][12] Daar kwam ze in contact met academici en ze volgde hun discussies met grote interesse.[4] Naar eigen zeggen was deze intellectuele omgeving voor haar een openbaring, aangezien ze afkomstig was uit een land dat eerder werd gekenmerkt door 'de boer, de koopman en de zeeman'.[13] Het werd haar echter niet toegestaan om zich in de gesprekken te mengen, want als 'wijze mannen spreken, moeten meisjes zwijgen'.[4] Ze noemde dit de 'spirituele scheiding der seksen' en stelde dat de vrouwenrechtenactiviste in haar wellicht op dat moment werd geboren.[6][14]
Opleiding en start loopbaan
Lange besloot dat ze onderwijzeres wilde worden, het enige beroep dat destijds bij vrouwen uit haar maatschappelijke klasse paste en dat haar meer vrijheid zou bieden.[4][7] Ze had tot dan toe enkel de Höhere Töchterschule gevolgd, een opleiding die haar enige intellectuele vorming had gegeven, maar meisjes uit de burgerlijke klasse vooral voorbereidde op een leven als huisvrouw en echtgenote.[7][15] Nadat ze terugkeerde naar haar grootvader in Oldenburg, verbood hij de minderjarige Lange te starten met een lerarenopleiding.[7] Volgens hem had geen enkele vrouw uit Oldenburg dat ooit gedaan en verwachtte hij dat ze een traditioneel levenspad zou volgen.[7][16]
Hierop besloot ze in 1866 een baan als opvoedster[6] aan te nemen op een Frans meisjesinternaat in de Elzas. Hier gaf ze les in Duitse literatuur en grammatica, en studeerde ze zelfstandig filosofie, geschiedenis, godsdienst en literatuur om zich, zonder dat haar grootvader dit wist, voor te bereiden op haar lerarenexamen. Daarnaast studeerde ze in haar vrije tijd muziek en Frans.[4][7] Vanwege een oogaandoening en ernstige migraine werd Lange echter genoodzaakt deze baan op te geven.[17] In het voorjaar van 1867 vond ze werk als gouvernante voor de vijf dochters van een industrieel in Osnabrück en verbleef daar drie jaar.[18][19] Toen ze 23 jaar oud was, in 1871, kreeg ze toegang tot de erfenis van haar ouders en verhuisde ze naar Berlijn. Een jaar later legde ze het lerarenexamen succesvol af.[2]
Na haar afstuderen werkte ze als privéonderwijzeres in onder meer Heidelberg.[1][20] Ze beschouwde haar werk als privélerares als gemakkelijk en aangenaam, maar het bood haar naar eigen zeggen niet de vrijheid waar ze naar verlangde. Lange zocht naar een manier om zichzelf op persoonlijk en intellectueel vlak verder te ontplooien.[20] Om zich beroepsmatig verder te ontwikkelen studeerde ze Oudgrieks en Latijn, en verdiepte ze zich samen met andere vrouwen in filosofie en geschiedenis.[17][20]
Lange had aanvankelijk geen aandacht geschonken aan georganiseerde vrouwenbewegingen, maar kwam uiteindelijk door haar beroep met hen in contact.[2] In 1872 sloot ze zich aan bij de Verein deutscher Lehrerinnen und Erzieherinnen.[1] Deze in 1869 opgerichte vereniging voor Duitse leraressen en opvoedsters had als doel het onderwijs inhoudelijk te verbeteren, te pleiten voor een eerlijkere financiële verloning[b] en de beroepsmogelijkheden van onderwijzeressen uit te breiden.[21]
Nadat ze twee jaar als lerares talen aan de Krahmersche Höhere Mädchenschule had gewerkt, vond ze in 1876 een baan als onderwijzeres aan de Crainschen Anstalten, een private hogere meisjesschool die was opgericht door Lucie Crain.[1][4] Daar gaf ze de vakken psychologie, Duitse literatuur, geschiedenis, aardrijkskunde, rekenen en Franse literatuur. Als onderwijzeres benadrukte ze naar eigen zeggen het zelfstandig denken, omdat dit leerlingen verder zou helpen in hun verdere leven. Voor Lange betekende geluk: "mensen opleiden, hen helpen om het beste uit zichzelf te halen, wat hun aard ook maar te bieden had."[22] Naast haar werk als onderwijzeres startte Lange op deze school met het uitbouwen van een lerarenopleiding en werd ze aangesteld als directrice van het lerarenseminar.[1][23] Over de methodes van bestaande lerarenopleidingen was ze niet tevreden. Ze beschreef deze instituten onder meer als 'beklemmend' en ze lieten volgens haar weinig ruimte voor eigen inzichten. Langes visie was met name gericht op zelfstandigheid, kritisch denken en persoonlijke ontwikkeling.[22]
Strijd voor kansengelijkheid in het onderwijs
Rond 1880 leerde Lange onder anderen Hedwig Heyl, Henriette Schrader-Breymann, Henriette Hirschfeld-Tiburtius en Franziska Tiburtius kennen in de liberale kringen van Berlijn. Met hen besprak ze de problemen die ze ervaarde in het onderwijs voor meisjes.[2][24] Lange had onder meer kritiek op de manier waarop dit onderwijs was georganiseerd.[5] Ze concludeerde dat de hogere meisjesscholen een belangrijk emanciperend effect hadden, waardoor vrouwen als gelijkwaardige burgers aan het maatschappelijk leven konden deelnemen, maar te weinig voorbereiding gaven aan meisjes en vrouwen die nadien in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien.[2][5] Gebrekkig onderwijs zou volgens Lange leiden tot afhankelijkheid en een onbevredigend leven, omdat carrièremogelijkheden beperkt bleven.[25]
Het schoolcurriculum moest volgens Lange voor jongens en meisjes hetzelfde zijn, en meisjes dienden volgens haar toegang te krijgen tot academische studies. Daarnaast stelde ze dat gekwalificeerde vrouwen moesten worden aangesteld als leerkrachten en kregen mannelijke leraren een ondersteunende rol.[2][7][24] Volgens haar begrepen vrouwelijke leerkrachten, doordat zij zelf vrouw waren, hoe zij meisjes 'vrouwelijke zedelijkheid' konden bijbrengen. Ook zouden zij op een meer begripvolle en liefdevolle manier omgaan met de opvoeding en vorming van meisjes.[26] Vanaf 1884 werden haar ideeën regelmatig gepubliceerd in het tijdschrift Die Lehrerin in Schule und Haus van lerares en vrouwenrechtenactiviste Marie Loeper-Housselle.[24]
Gelbe Broschüre

Lange bundelde enkele van haar standpunten in het document Die höhere Mädchenschule und ihre Bestimmung, vanwege de gele kaft beter bekend als de 'Gelbe Broschüre', dat in november 1887 werd gepubliceerd.[2][27] Hierin sprak zij zich uit voor een grotere rol voor vrouwen in het lesgeven op hogere meisjesscholen, met name in de vakken godsdienst en Duits. Daarnaast pleitte ze voor de oprichting van staatsinstellingen, Hochschulen, voor de opleiding van onderwijzeressen voor de hogere klassen van meisjesscholen na afronding van een reguliere lerarenopleiding.[2][28]
Naast een uiteenzetting van haar standpunten, bracht ze ook een aantal kritische punten aan. Zo bekritiseerde ze onder meer een uitspraak die tijdens een congres van bestuurders en docenten in Weimar (1872) werd gedaan. Hierin werd gesteld dat meisjes niet opgeleid moesten worden voor hun eigen persoonlijke ontwikkeling, maar ten behoeve van hun toekomstige echtgenoten.[29][30]
De publicatie kreeg veel media-aandacht en zorgde voor ophef, onder meer in politieke kringen en bij directeuren en mannelijke leraren van hogere meisjesscholen, wat haar naar eigen zeggen verraste.[27][31] Zo verklaarde de Pruisische Minister van Onderwijs Karl Schneider dat hij “‘s nachts niet zou kunnen slapen” als hij zelf een dergelijk document had geschreven.[32] Tegelijkertijd kwamen er ook positieve berichten, waaronder van de liberale politicus Theodor Barth die het initiatief publiekelijk steunde in zijn weekblad Die Nation.[31]
In januari 1888 overhandigde Lange samen met vijf andere vrouwen[c] een petitie van de Allgemeiner Deutscher Frauenverein (ADF) aan het Pruisische Ministerie van Onderwijs en het Pruisische Huis van Afgevaardigden. Hierin werd gevraagd om vrouwen toe te laten tot de universiteit zodat zij de bevoegdheid tot lesgeven aan hogere meisjesscholen konden behalen, en hen toe te laten tot de studie geneeskunde en de medische praktijk. De door Lange geschreven Gelbe Broschüre diende als een begeleidend schrijven.[2][27]
Het Huis van Afgevaardigden besloot de petitie niet in behandeling te nemen en de regering verwierp het voorstel na een jaar.[2] Ondanks deze tegenslag bleef Lange zich inzetten gelijke onderwijskansen voor meisjes en vrouwen. De commotie rond haar schrijven had ervoor gezorgd dat Lange veel erkenning kreeg, ook buiten de onderwijskringen. Zelf zag ze het indienen van de petitie als het startpunt van haar engagement voor vrouwenrechten, met de strijd voor kansengelijkheid van meisjes en vrouwen in het onderwijs in het bijzonder.[11][23]
Invloed van Victoria van Saksen-Coburg en Gotha
.jpg)
Via Henriette Schrader-Breymann leerde Lange kroonprinses Victoria kennen.[19] De kroonprinses was sinds de late jaren zestig van de negentiende eeuw actief op het gebied van sociale hervormingen en had nauwe banden met de liberale vrouwenbeweging. Ze was onder meer een sterke voorstander van vrouwelijke leerkrachten op lagere scholen en de hogere meisjesscholen.[2][19][33] De vrouwenbeweging profiteerde van Victoria’s betrokkenheid, omdat haar liberale ideeën grote invloed hadden op haar echtgenoot Frederik III van Pruisen en ze met haar positie invloed kon uitoefenen op het politieke klimaat in het Duitse Rijk.[34]
De Gelbe Broschüre had de aandacht van Victoria getrokken[35] en Lange vertrok op haar aandringen in mei 1888 naar Engeland.[36][37] Aldaar bezocht ze onder meer het Girton College en het Newnham College van de Universiteit van Cambridge, en vatte haar bevindingen samen in het boek Frauenbildung (1889).[36][37] Hierin stelde ze dat ze Engelse meisjesscholen als superieur beschouwde ten opzichte van Duitse meisjesscholen. Dit had volgens haar onder meer te maken met dat er uitsluitend vrouwelijke leerkrachten werkten.[38] Daarnaast waren de vooroordelen over vrouwelijke studenten, zij zouden eigenwijs zijn, colleges verstoren en na hun afstuderen niet trouwen, volgens Lange onjuist. Haar bezoek versterkte haar overtuiging dat vrouwen dezelfde kansen en vormen van onderwijs moesten krijgen als mannen, zodat hun opleiding als volwaardig zou worden erkend.[38]
Tijdens haar verblijf in Engeland overleed Frederik III van Pruisen waardoor er een einde kwam aan de invloed die Victoria tot dan toe had gehad op de vooruitstrevende hervormingen binnen het Duitse Rijk. De vrouwenbeweging verloor hiermee een belangrijke medestander in hoge kringen.[33][36] In haar memoires schreef Lange dat het leven van de vrouw zich onder het regime van de nieuwe, zeer conservatieve keizer Wilhelm II zou beperken tot 'kerk, keuken [en] kinderkamer'.[36]
Realkurse en Gymnasialkurse
In 1889 zette Lange samen met Minna Cauer en Franziska Tiburtius Realkurse voor vrouwen op. Hiermee kregen vrouwen na het afronden van de hogere meisjesschool een verdere academische verdieping wat zou leiden tot betere carrièremogelijkheden. Daarnaast diende het als voorbereiding voor het toelatingsexamen voor onder meer Zwitserse universiteiten.[d][2][17] Tijdens het tweejarige programma werden vrouwen onderwezen in wiskunde, natuurkunde, economie, geschiedenis, Latijn en moderne talen.[39] Ze werkten hiervoor samen met de Centrale Wetenschappelijke Vereniging in Berlijn, volgens Lange om het initiatief naar de buitenwereld enige wetenschappelijke legitimatie te geven.[40] De Realkurse waren een particulier initiatief en werden bekostigd door giften en donaties. Onder meer de Allgemeiner Deutscher Frauenverein (ADF) droeg bij en daarnaast werd er geld opgehaald door middel van het organiseren van evenementen, lezingen en concerten.[4][12]
Nadat de deelstaat Pruisen in 1892 in overweging nam vrouwen toe te staan als externe leerlingen een eindexamen (Abitur) af te leggen aan Pruisische gymnasia, werden de Realkurse in 1893 omgevormd tot Gymnasialkurse.[41][42][43] Het curriculum duurde vier jaar en omvatte naast de vakken van de Realkurse tevens lessen in Oudgrieks.[43] Er kwam volgens Lange veel kritiek op de Gymnasialkurse. Het initiatief werd in de media belachelijk gemaakt en de gemeentelijke schoolcommissie en stedelijke schoolraad namen de plannen niet serieus. Daarnaast hadden sommige mannelijke leraren twijfels bij de competenties van de vrouwelijke studenten en kregen de studentes geen toegang tot sommige colleges.[42] Desondanks behaalden in 1896 zes vrouwen[e] in Berlijn hun Abitur.[44]
Vereniging voor leraressen
Samen met Auguste Schmidt en Marie Loeper-Housselle richtte ze in 1890 de Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein (ADLV) op.[45] De aanleiding tot de oprichting van deze belangenorganisatie voor leraressen was de houding van mannelijke leraren tijdens een bijeenkomst van de Deutschen Vereins für höhere Mädchenschulen. Zij hadden zich erg onwillend getoond tegenover het toelaten van leraressen in de hogere klassen, omdat zij vonden dat deze functie was voorbehouden aan universitair opgeleide leraren.[f][32] Tijdens de oprichtingsvergadering op 26 en 27 mei 1890 in Friedrichroda werd Lange gekozen tot eerste voorzitter.[46][47]
De ADLV hield zich bezig met de verbetering van de positie van vrouwelijke leerkrachten, onder meer door het bieden van academische ontwikkeling, de professionalisering van de lerarenopleiding voor vrouwen, arbeidsbemiddeling in binnen- en buitenland, en het aanbieden van pensioens- en ziektekostenverzekeringen aan haar leden. Daarnaast verzorgde het publicaties via het tijdschrift Die Lehrerin in Schule und Haus dat het officiële orgaan van de organisatie werd.[46][47] Bij de oprichting had de organisatie 85 leden, wat uitgroeide tot 19.581 leden in 1904/1905.[2]
Hervormingen
In 1891 legde Lange haar werk als lerares aan de Crainschen Anstalten neer om zich volledig te kunnen richten op vrouwenrechten en de hervorming van het onderwijs.[48] Ondanks de negatieve reactie van Karl Schneider op de Gelbe Broschüre in 1887, onderhield Lange een goede band met het Pruisische Ministerie van Onderwijs. Ze werd door het ministerie gevraagd een rapport te schrijven over het onderwijs van meisjes in Duitsland in het kader van de World's Columbian Exposition in Chicago (1893) dat de titel Entwickelung und Stand des höheren Mädchenschulwesens in Deutschland kreeg.[32]
Het Pruisische Ministerie van Onderwijs werkte in 1894 aan de herziening van de voorschriften voor de certificering van leraressen waarvoor Lange werd geconsulteerd. Door deze aanpassing werd het voor vrouwen mogelijk lerares te worden in de hoogste klassen. Daarnaast werd bepaald dat op elke school de belangrijkste lessen in een van de drie hoogste leerjaren door een vrouw moesten worden gegeven.[32]
Lange werd in 1906 samen met 21 andere vrouwen door het Pruisische Ministerie van Onderwijs gevraagd voor een commissie die zich bezig hield met de hervorming van het middelbare schoolsysteem voor meisjes. Haar eis voor de toelating van leraressen als directrices van meisjesscholen werd niet ingewilligd, maar het ministerie ging wel akkoord met de oprichting van een volwaardig zesjarig gymnasium voor meisjes. De hervorming trad in 1908 in werking.[2][11]
Vrouwenbeweging
Vanaf 1893 raakte Lange steeds meer betrokken bij de Duitse vrouwenverenigingen. Dat jaar trad ze aan als bestuurslid bij de Allgemeiner Deutscher Frauenverein (ADF).[1][16] De vereniging richtte zich met name op onderwijs- en arbeidsparticipatie van vrouwen. Vanwege deze doelstelling werden sommige lokale afdelingen ook wel 'Vrouwenonderwijsvereniging' genoemd.[49] Na het overlijden van Auguste Schmidt in 1902 nam Lange haar functie als eerste voorzitter over.[50] Doordat er reeds grote successen behaald waren op het gebied van vrouwenonderwijs en de ADF zich wilde onderscheiden van andere vrouwenverenigingen, verlegde de vereniging onder leiding van Lange de focus naar de maatschappelijke participatie van de vrouw.[49][50] Door deelname aan lokale politieke initiatieven konden vrouwen bijdragen aan 'nationale culturele taken'. Deze waren gericht op onder meer sociaal beleid en rechtsbescherming.[49]
In 1893 was Lange initiatiefneemster van het maandblad Die Frau – Monatsschrift für das ganze Frauenleben dat het belangrijkste orgaan van de Duitse burgerlijke vrouwenbeweging werd.[1][51] Het blad publiceerde stukken over onder andere politieke en maatschappelijke kwesties, en had grote invloed op de theoretische discussies die binnen de burgerlijke vrouwenbeweging werden gevoerd.[2][51] Lange beschouwde het maandblad als haar levenswerk.[52]
Naar aanleiding van de World's Columbian Exposition (1893) was er bij enkele Duitse vrouwen het idee ontstaan zich aan te sluiten bij de International Council of Women (ICW); een wereldwijde vrouwenvereniging met nationale afdelingen.[53] In 1894 werd om die reden de Bund Deutscher Frauenvereine (BDF) opgericht. Lange was betrokken bij de oprichting en trad toe tot het bestuur.[1][54] De BDF vertegenwoordigde 34 Duitse burgerlijke vrouwenverenigingen en werkte als lid van de ICW tevens op internationaal niveau samen.[29][55] De vereniging hield zich bezig met kwesties rond vrouwenonderwijs, opvoeding, kinderbescherming, de bescherming van vrouwen op de werkvloer en juridische kwesties waaronder huwelijks- en familierecht. Omdat het voor vrouwen in het Duitse Rijk voor 1908 niet was toegestaan lid te zijn van politieke verenigingen, had de organisatie een apolitiek karakter.[29]
_(cropped).jpg)
Namens de BDF was Lange aanwezig bij congressen en vergaderingen van de ICW.[56] Tijdens het International Congress of Women in Berlijn in 1904 kwamen internationale vrouwenverenigingen bijeen om te spreken over onder meer stemrecht, onderwijs en arbeidsparticipatie, en om internationale samenwerking te bevorderen. Lange werd voor het congres aangesteld als penningmeester en trad op als spreker. In een van haar toespraken zei ze dat het ultieme doel van de vrouwenbeweging was om overbodig te worden. Volgens haar zou er geen leidend geslacht meer bestaan, enkel leidende persoonlijkheden.[29]
Vrouwenkiesrecht
Hoewel Lange zich sterk engageerde voor vrouwenrechten, was ze niet rechtstreeks betrokken bij de strijd om vrouwenkiesrecht. Dat ze zich hier niet actief voor inzette, leverde haar veel kritiek op vanuit de vrouwenbeweging.[4] Lange was een voorstander van het vrouwenkiesrecht, maar legde, net als vele andere vrouwen van de burgerlijke vrouwenbeweging, de focus liever op culturele veranderingen dan op wetswijzigingen.[57] In haar memoires stelde ze dat ze de gehele vrouwenbeweging als beweging voor stemrecht beschouwde.[58]
In tegenstelling tot sommige Franse en Amerikaanse vrouwenrechtenactivisten benadrukte Lange de verschillen tussen mannen en vrouwen.[27] Haar denkbeelden werden beïnvloed door onder meer John Stuart Mill en Hedwig Dohm, maar Lange erkende in haar visie de unieke rol en capaciteiten van de vrouw.[59] Volgens Lange maakte een te grote mannelijke invloed een samenleving onevenwichtig. Ze beschouwde de maatschappelijke rol van de vrouw als essentieel, maar aanvullend en complementair op die van de man.[59] Vrouwen moesten zich volgens Lange richten op gebieden die als typisch vrouwelijk werden beschouwd, zoals het moederschap en opvoeding, omdat dit volgens haar de politiek en de samenleving verder vorm gaf.[44][60]

Samenwerking met Gertrud Bäumer
Aan het einde van de negentiende eeuw begon de oogziekte waar Lange aan leed opnieuw parten te spelen.[4] Ze ervaarde ernstige lichamelijke klachten en was naar eigen zeggen steeds minder in staat te lezen, schrijven en intensief te werken. Ze beschreef het als een 'bedreiging van haar gehele intellectuele bestaan' en vreesde dat ze haar werk hierdoor niet kon voortzetten.[4][42]
In 1898 ontmoette ze de vijfentwintigjarige vrouwenrechtenactiviste Gertrud Bäumer die net als Lange actief was bij de Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein en de burgerlijke vrouwenbeweging.[23][61] Bäumer werd haar vaste assistent, waardoor Lange haar werkzaamheden kon blijven uitvoeren.[42] De twee ontwikkelden een hechte werkrelatie en gingen in 1899 samenwonen.[4][44]
.jpg)
Van 1901 tot en met 1906 werkten Lange en Bäumer samen aan het vijfdelige Handbuch der Frauenbewegung dat een standaardwerk binnen de eerste Duitse vrouwenbeweging werd.[4][44] Het handboek beschrijft de positie van de vrouw in de moderne industriële samenleving van begin twintigste eeuw. Het bespreekt onder meer de verschillen tussen vrouwen uit de arbeidersklasse en hogere klasse, en probeert inzicht te geven in hoe sociale en demografische veranderingen invloed hebben op werk en gezin.[62]
De hechte werkrelatie bereidde Bäumer voor op het overnemen van Lange in diverse functies.[48] Bäumer werd in 1910 voorzitster van de Bund Deutscher Frauenvereine, een rol die Lange tot en met 1905[g] had vervuld. In 1916 verving ze Lange als hoofdredactrice bij Die Frau.[51][60]
Lange en Bäumer verhuisden in 1916 naar Hamburg.[45] Bäumer richtte daar in het voorjaar van 1917[h] samen met maatschappelijk werkster Marie Baum de sociale vrouwenschool en het bijbehorende sociaalpedagogische instituut op.[63][64] De onderwijsinstelling richtte zich onder meer op het opleiden van maatschappelijk werksters, kinderverzorgsters en gezondheidswerkers.[63][64] Lange was vanaf 1917 als onderwijzeres psychologie bij de onderwijsinstelling betrokken.[1][23]
Politiek
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Lange actief geweest bij de Nationaler Frauendienst. Deze organisatie werd in 1914 door Bäumer opgericht en richtte zich op sociale bijstand en de welzijnszorg van vrouwen aan het thuisfront.[1][65][66] De leden van de Allgemeiner Deutscher Frauenverein en Bund Deutscher Frauenvereine waren nauw betrokken bij de Nationaler Frauendienst.[49][55] Toen de BDF zich in 1917 actief ging bezighouden met het vrouwenkiesrecht, mede naar aanleiding van een toespraak over kiesrechthervorming van keizer Wilhelm II in april van dat jaar, werd de Nationaler Frauendienst aangehaald als bewijs van de vaderlandsgezinde bijdragen van vrouwen.[55]
In november 1918, kort na de afloop van de Eerste Wereldoorlog, werd het algemeen kiesrecht ingevoerd in de Weimarrepubliek. Vrouwen mochten nu zowel kiezen als verkozen worden. Samen met Bäumer, Friedrich Naumann, Theodor Wolff en Max Weber richtte ze de links-liberale Deutsche Demokratische Partei (DDP).[4] Deze was ontstaan uit de links-liberale Freisinnigen Vereinigung waarvan Lange sinds 1908 lid was.[1][5]
Op 19 januari 1919 vonden verkiezingen plaats waarvoor Lange zich verkiesbaar stelde. Op 16 maart 1919 trad ze op zeventigjarige leeftijd toe tot het Hamburgse parlement als lid van de DDP.[4] Ze opende op 24 maart 1919 als Alterspräsidentin, het oudste lid van het parlement, de eerste vergadering.[5][23] Haar politieke loopbaan was echter slechts van korte duur; in december 1920 gaf ze haar functie op.[67] Samen met Bäumer, die was verkozen tot lid van de Rijksdag, keerde ze dat jaar terug naar Berlijn.[4]
Latere levensjaren


Lange verdween in deze periode vanwege haar slechter wordende gezondheid steeds meer uit het openbare leven.[2] Ze gaf in 1921 het voorzitterschap van de Allgemeiner Deutscher Frauenverein (ADF) en de Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein (ADLV) op, maar bleef actief als publiciste.[45] In 1921 werden haar memoires gepubliceerd waarin ze vertelde over haar werk voor de vrouwenbeweging. Privézaken en persoonlijke details liet ze veelal achterwege, omdat ze deze als onbelangrijk beschouwde.[44][68]
Op 4 juni 1923 ontving Lange een eredoctoraat in de politicologie van de Universiteit Tübingen. Ze kreeg deze vanwege haar verdiensten als 'voorvechtster van de integratie van vrouwen in de nationale economie' nadat ze zich decennialang had ingezet voor de kansengelijkheid van meisjes en vrouwen in het onderwijs.[27][69]
In 1928, ter ere van haar tachtigste verjaardag, werd ze ereburger van de stad Oldenburg en ontving ze de Pruisische staatsmedaille voor haar verdiensten voor de staat.[1][70] Datzelfde jaar werd het werk Kampfzeiten: Aufsätze und Reden aus vier Jahrzehnten gepubliceerd waarin haar toespraken van vier decennia werden gebundeld.
Overlijden en nalatenschap
Na een lang ziekbed overleed Lange op 13 mei 1930 in Berlijn. Ze werd 82 jaar oud.[1][17] Ze werd begraven op de begraafplaats Heerstraße in Charlottenburg-Wilmersdorf.
De grafsteen werd geschonken door de Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein en noemt haar motto 'Du musst glauben, du musst wagen' ('Je moet geloven, je moet durven'). Gertrud Bäumer, die in 1954 stierf, wordt tevens op de steen genoemd. Het graf is sinds 1956 erkend als eregraf.[71][72]
Een deel van haar nalatenschap vormde de basis van het Helene-Lange-Archiv (HLA). Vanaf 1933 bewaart het HLA tevens archieven van opgeheven vrouwenverenigingen, waaronder de Bund Deutscher Frauenvereine (BDF).[73]
Eerbetonen
Vernoemingen
Sinds 2009 wordt de naar Lange vernoemde 'Helene-Lange-Preis für Frauen in den MINT-Wissenschaften' uitgereikt door de EWE Stiftung en de Carl von Ossietzky-universiteit in Oldenburg. De prijs is bedoeld voor jonge vrouwelijke wetenschappers die actief zijn in de vakgebieden wiskunde, natuurwetenschappen, techniek en informatica.[74]
Doorheen Duitsland zijn diverse scholen naar Lange vernoemd, onder meer in Hamburg, Oldenburg en Hannover, waarvan enkele reeds tijdens haar leven haar naam kregen.[4][69] Onder andere de Soziale Frauenschule in Hamburg, waar Lange van 1917 – 1920 aan verbonden was, heet thans de Helene-Lange-Schule.[4]
Daarnaast zijn tevens enkele straten en een raadzaal in het Stadhuis van Charlottenburg naar Lange vernoemd.[4][71]
Publieke ruimte
Op de plek in de Kunz-Buntschuh-Straße in Berlijn waar Lange samen met Gertrud Bäumer tussen 1901 en 1916 woonde, werd in oktober 1989 een gedenkplaat onthuld.[75] Daarnaast bevindt zich sinds juni 2023 een gedenkplaat in de Achternstraße in Oldenburg op de plek waar ooit het woonhuis van de familie Lange stond. Deze werd geplaatst ter ere van haar 175ste geboortedag.[76]
In 1995 werd een bronzen buste van Lange onthuld op de Cäcilienplatz in het centrum van Oldenburg.[4] Het werk werd ontworpen door beeldhouwer Udo Reimann.[77]
Postzegel
In april 2023 werd, naar aanleiding van haar 175ste geboortedag, haar beeltenis gebruikt op een postzegel. Het Duitse Ministerie van Financiën noemde haar 'een van de belangrijkste persoonlijkheden van de burgerlijke vrouwenbeweging van de negentiende eeuw'. De gele achtergrond van de postzegel is een verwijzing naar Lange's Gelbe Broschüre uit 1887.[4]
Werken (selectie)
- Frauenbildung (1889), naar het Engels vertaald als Higher education of women in Europe (1890) door Louis Richard Klemm
- Entwickelung und Stand des höheren Mädchenschulwesens in Deutschland (1893)
- Handbuch der Frauenbewegung (1901-1906), vijfdelig, met Gertrud Bäumer
- Schillers philosophische gedichte, eine einführung in ihre grundgedanken (1905)
- Die Frauenbewegung in ihren modernen Problemen (1908)
- Das weibliche Dienstjahr (1913)
- Studien über Frauen (1920), met Gertrud Bäumer
- Lebenserinnerungen (1921), autobiografie
- Kampfzeiten: Aufsätze und Reden aus vier Jahrzehnten (1928)
Meer lezen
- Frandsen, D. (1999). Helene Lange: Ein Leben für das volle Bürgerrecht der Frau. Oldenburg: Isensee. ISBN 3-89598-607-0
- Grieb, I., Kraul, M., & Seeber, E. (1992). Helene Lange: Die Zukunft ist uns noch alles schuldig. Holzberg. ISBN 9783873583788
- Hopf, C., & Matthes, E. (Eds.). (2001). Helene Lange und Gertrud Bäumer: Ihr Beitrag zum Erziehungs- und Bildungsdiskurs vom Wilhelminischen Kaiserreich bis in die NS-Zeit. Julius Klinkhardt Verlag. ISBN 9783781512757
- Göttert, M. (2000). Macht und Eros: Frauenbeziehungen und weibliche Kultur um 1900 – Eine neue Perspektive auf Helene Lange und Gertrud Bäumer. Ulrike Helmer Verlag. ISBN 3-89741-044-3
- Schaser, A. (2000). Helene Lange und Gertrud Bäumer: Eine politische Lebensgemeinschaft. Böhlau-Verlag GmbH. ISBN 978-3412091002
- Schroeder, H. (1997). Helene Lange: Bibliographie. Ulrike Helmer Verlag. ISBN 9783927164932
Geraadpleegde literatuur
- (en) Albisetti, J.C. (1982). Could Separate Be Equal? Helene Lange and Women's Education in Imperial Germany (pdf). History of Education Quarterly 22 (3): 301-317 (Cambridge University Press). DOI: 10.2307/367771.
- (en) Dollard, C.L. (2009). The surplus woman: Unmarried women in imperial Germany, 1871-1918. Berghahn Books. ISBN 978-1-84545-480-7.
Noten
- ↑ Veel meisjes uit de middenklasse gingen na het afronden van de middelbare school een jaar op pensionaat. Het doel hiervan was om hen verder voor te bereiden op hun rol als echtgenote en moeder.
- ↑ Het beroep van onderwijzeres werd met name uitgevoerd door vrouwen uit de burgerij voor wie het salaris slechts een aanvulling was op de toelage die zij kregen van hun familie. Hierdoor konden vrouwen die uit minder gegoede families kwamen moeilijk voorzien in hun levensonderhoud.
- ↑ Minna Cauer, Anna Luise Dorothea Jessen, Henriette Schrader-Breymann, Marie Loeper-Housselle en mevrouw Eberty.
- ↑ Vrouwen werden op dat moment in het Duitse Rijk nog niet toegelaten tot universiteiten. Een universitaire studie was in enkele andere landen, waaronder buurland Zwitserland, wel mogelijk mits zij een toegangsbewijs tot het hoger onderwijs hadden.
- ↑ Dat waren: Ethel Blume, Johanna Hutzelmann, Irma Klausner, Else von der Leyen, Margarete von der Leyen en Katharina Ziegler.
- ↑ Aangezien vrouwen pas vanaf 1896 aan Duitse universiteiten lessen mochten volgen als gaststudenten, waren universitair opgeleide leraren in deze periode dus bijna altijd mannelijk.
- ↑ Sommige bronnen stellen dat Lange tot en met 1906 voorzitster was van de BDF.
- ↑ Sommige bronnen geven abusief 1910 aan als oprichtingsjaar.
Referenties
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 (de) von Mallinckrodt, Rebekka, Helene Lange 1848-1930. LeMO Das lebendige Museum Online. Stiftung Deutsches Historisches Museum, Stiftung Haus der Geschichte der Bundesrepublik Deutschland (14 september 2014). Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 (de) Wolff, Kerstin, Helene Lange. Bundeszentrale für politische Bildung (8 januari 2009). Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- ↑ (de) Helene Lange. www.oldenburg.de (7 juli 2025). Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 (de) Reinberger, Astrid, Helene Lange: Eine engagierte Frauenrechtlerin. ndr.de (6 maart 2025). Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- 1 2 3 4 5 (de) Wickert, Christl, Lange, Helene. www.deutsche-biographie.de (1982). Geraadpleegd op 3 augustus 2025.
- 1 2 3 4 (de) Klein, Ottilie, "Zu Helene Langes 80. Gebeurtstag", Die Badische Lehrerin : Vereinsbl. d. Vereins Badischer Lehrer und Lehrerinnen, 23 april 1928. – via Deutsches Zeitungsportal.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 (de) Ahner, Juliane, "Helene Lange, Symbolfigur der Frauenbewegung", Die Zeit, 18 oktober 2011. Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- 1 2 3 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Meine Familie".
- ↑ Albisetti 1982, p. 303.
- ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Feste, Kleinstadtfreuden, Reisen".
- 1 2 3 (de) 09. April 1848: 175. Geburtstag von Helene Lange. hlz.hessen.de. Geraadpleegd op 2 augustus 2025.
- 1 2 (de) An den Quellen zu schöpfen war mir verwehrt. Helene Lange, Lebenserinnerungen. Stadtmuseum Oldenburg. Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Jugend. Erste Weltanschauungskämpfe".
- ↑ (de) Gerhard, Ute (1990). Unerhört. Die Geschichte der deutschen Frauenbewegung. Rowohlt Verlag, "5. Kapitel 1888-1908: Die große Zeit der bürgerlichen Frauenbewegung der Kampf um Frauenbildung".
- ↑ (en) Helene Lange. ToleranzRäume. Geraadpleegd op 20 oktober 2025.
- 1 2 (de) Näther, Heidemarie, Eine Frau ohne Privatleben. Helene Lange (1848-1930). berlingeschichte.de (1996). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- 1 2 3 4 (en) Wallraven, Miriam, Helene Lange. EBSCO Research Starters (2023). Geraadpleegd op 2 augustus 2025.
- ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Zwischenstufen".
- 1 2 3 Albisetti 1982, p. 304.
- 1 2 3 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Im Beruf. Boden und Aussaat".
- ↑ (de) Wenzel, Cornelia, Marie Calm. www.addf-kassel.de. Geraadpleegd op 4 augustus 2025.
- 1 2 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "An der Arbeit".
- 1 2 3 4 5 (de) Bake, Rita, Helene Lange. Biografien-Datenbank: Frauen aus Hamburg. Gearchiveerd op 24 april 2025. Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- 1 2 3 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Prinzipielle Grundlegungen".
- ↑ Dollard 2009, p. 125.
- ↑ (de) Lange, Helene (1887). Die höhere Mädchenschule und ihre Bestimmung. L. Oehmigkes Verlag, Berlin, p. 32.
- 1 2 3 4 5 (de) Wallraven, Miriam (2004). 100 Jahre Frauenstudium an der Universität Tübingen 1904 - 2004. Gleichstellungsbüro der Universität Tübingen, "Die Petitionspolitik der Bürgerlichen Frauenbewegung Mathilde Weber und Helene Lange", p. 24-33.
- ↑ Albisetti 1982, p. 305.
- 1 2 3 4 (de) Bruhns, Annette, "Die bürgerliche Feministin
", Der Spiegel, 27 mei 2013. Geraadpleegd op 22 oktober 2025. - ↑ Albisetti 1982, pp. 302, 305.
- 1 2 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Kampfzeit Die »gelbe Broschüre«".
- 1 2 3 4 Albisetti 1982, p. 306.
- 1 2 (en) Kollander, Patricia (31 augustus 2020). Empress Frederick and the Women’s Movement in Nineteenth-Century Germany. Journal of International Women's Studies 21 (6): 326, 329. ISSN:1539-8706
- ↑ (en) Victoria. www.britannica.com (11 september 2025). Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Walther, Bianca, Helene Lange - Pionierin der Mädchenbildung. Bianca Walther (9 april 2020). Geraadpleegd op 18 oktober 2025.
- 1 2 3 4 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "England und die Kaiserin Friedrich".
- 1 2 Albisetti 1982, pp. 306-307.
- 1 2 Albisetti 1982, p. 307.
- ↑ Albisetti 1982, p. 308.
- ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Aufbauende Arbeit. Die Realkurse für Frauen".
- ↑ (de) Helene Lange Biografie - Der Kopf der deutschen Frauenbewegung (2 mei 2010). Geraadpleegd op 20 oktober 2025.
- 1 2 3 4 (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Die Gymnasialkurse in Berlin".
- 1 2 Albisetti 1982, p. 309.
- 1 2 3 4 5 (de) Schroeder, Hiltrud, Helene Lange. www.fembio.org (1987). Geraadpleegd op 2 augustus 2025.
- 1 2 3 (de) Schaser, Angelika, Helene Lange (1848–1930). frankfurterfrauenzimmer.de (2019). Geraadpleegd op 2 augustus 2025.
- 1 2 (de) Liebig, Sabine, Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein (ADLV). www.digitales-deutsches-frauenarchiv.de (24 april 2017). Geraadpleegd op 21 oktober 2025.
- 1 2 (de) Allgemeiner Deutscher Lehrerinnen-Verein (ADLV). Deutsche Digitale Bibliothek. Geraadpleegd op 21 oktober 2025.
- 1 2 Dollard 2009, p. 121.
- 1 2 3 4 (de) Schaser, Angelika, Allgemeiner Deutscher Frauenverein (ADF). www.digitales-deutsches-frauenarchiv.de (24 april 2017). Geraadpleegd op 27 oktober 2025.
- 1 2 (de) Allgemeiner Deutscher Frauenverein / ADF (1865 - 1933). addf-kassel.de. Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
- 1 2 3 (de) „Die Frau“ 1893-1944: Sprachrohr der autonomen Frauenbewegung. FMT (FrauenMediaTurm) – Feministisches Archiv und Bibliothek (4 oktober 2018). Geraadpleegd op 18 oktober 2025.
- ↑ (en) Wikander, Ulla (2006). Feminism, family and citizenship. Debates at international congresses on a night work prohibition for women 1889-1919., "12", p. 14.
- ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Ausbreitung und innere Entwicklung der Frauenbewegung. Der Bund Deutscher Frauenvereine mit seinen Richtungen".
- ↑ (de) Helene Lange. Stabi Lab. Geraadpleegd op 3 augustus 2025.
- 1 2 3 (de) "Der Bund Deutscher Frauenvereine
", Der Spiegel, 23 november 2020. Geraadpleegd op 22 oktober 2025. - ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Der internationale Horizon".
- ↑ (de) Müller, Nikola, Ein langer, steiniger Weg: Der Kampf um das Frauenwahlrecht. Blätter für deutsche und internationale Politik (januari 2018). Geraadpleegd op 21 oktober 2025.
- ↑ (de) Lange, Helene (1921). Lebenserinnerungen. F.A. Herbig Verlag, "Der Eintritt der Frauen in die Politik".
- 1 2 Dollard 2009, p. 128.
- 1 2 (de) Für die bürgerliche Emanzipation der Frau. Helene Lange und Gertrud Bäumer. www.demokratie-geschichte.de. Geraadpleegd op 6 augustus 2025.
- ↑ (de) Bake, Rita, Gertrud Bäumer. hamburg-frauenbiografien.de. Gearchiveerd op 27 april 2025. Geraadpleegd op 2 augustus 2025.
- ↑ Dollard 2009, p. 82.
- 1 2 (de) "Eröffnung der sozialen Frauenschule", Hamburger Fremdenblatt, Abendausgabe, 30 april 1917. – via Deutsches Zeitungsportal.
- 1 2 (de) Soziale Frauenschule/Sozialpädagogisches Institut. hamburg-frauenbiografien.de. Gearchiveerd op 18 mei 2025. Geraadpleegd op 3 augustus 2025.
- ↑ (en) The National Women’s Service (Nationaler Frauendienst, NFD) (1914-1918). Towards Emancipation? Women in modern European history. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (en) Schaser, Angelika, Bäumer, Gertrud. 1914-1918-Online (WW1) Encyclopedia. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Blake, Rita, Helene Lange 1848 – 1930. Bürgerschaft, Demokratie, Frauenwahlrecht. Stiftung Historische Museen Hamburg (november 2018). Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Superheldin: Helene Lange: Die unerschrockene Kämpferin für Frauenbildung. Friedrich-Naumann-Stiftung für die Freiheit (17 januari 2019). Geraadpleegd op 30 oktober 2025.
- 1 2 (de) "Feier zum 80 . Geburtstage", Die Badische Lehrerin : Vereinsbl. d. Vereins Badischer Lehrer und Lehrerinnen, 23 april 1928. – via Deutsches Zeitungsportal.
- ↑ (de) Elfi Hoppe schlüpft in die Rolle von Helene Lange. www.oldenburg.de. Geraadpleegd op 1 augustus 2025.
- 1 2 (de) Rathaus Charlottenburg. www.berlin.de (11 februari 2025). Gearchiveerd op 19 juni 2025. Geraadpleegd op 22 oktober 2025.
- ↑ (de) Lange, Helene: Berlin, Charlottenburg-Wilmersdorf von A bis Z. berlingeschichte.de (2005). Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Helene-Lange-Archiv – Landesarchiv Berlin. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Helene-Lange-Preis. Dekanat der Mathematisch-Naturwissenschaftlichen Fakultät. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Gedenktafel für Helene Lange. Bezirksamt Charlottenburg-Wilmersdorf. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Gedenktafel für Dr. h.c. Helene Lange in der Achternstraße. www.oldenburg.de. Geraadpleegd op 15 oktober 2025.
- ↑ (de) Helene Lange - Frauenrechtlerin und Ehrenbürgerin. www.oldenburg.de. Geraadpleegd op 2 augustus 2025.
