Gustaaf Demuynck
| Gustaaf Demuynck | ||
|---|---|---|
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 1893 | |
| Geboorteplaats | Gent | |
| Overlijdensdatum | 1982 | |
| Overlijdensplaats | Oostende | |
| Werk | ||
| Beroep | circusartiest | |
| De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata. U kunt die informatie bewerken. | ||
Gustaaf Demuynck (Gent, 1893 – Oostende, 1982) was een Belgisch circusartiest en (mede-)oprichter van het Théâtre des Variétés des Frères Demuynck, circus Demuynck en circus Olympia.
Levensloop
Gustaaf Demuynck werkte samen met broer Lievin Demuynck (1892-1969) in de viswinkel van zijn ouders nabij het Nieuwe Circus. Zijn vader was Theofiel Demuynck, een kolenverkoper uit de Brugse Poort die later met zijn vrouw een succesvolle viswinkel in de Lammerstraat opende, op 150 meter van het Nieuw Circus. Uit dit Gentse stenen circus waren de broers niet weg te slaan. De jongleurs en draadlopers die ze daar zagen begonnen ze thuis na te bootsen tot ze zelf in staat waren om op te treden. In 1909 traden de broers voor het eerst op tijdens een liefdadigheidsfeest in Gent. Vanaf dan trokken ze van zaal naar zaal met verschillende nummers.[1][2]
Trio Wortney's en Les Jéranos

De voorkeur van Gustaaf ging wel uit naar het jongleren. Met vriend Armand Minne vormden de broers al snel het Trio Wortney’s. Ze trokken vanaf 1910 naar het buitenland als jongleurs, trapezisten en koorddansers. Na succes in Spanje, Duitsland, Algerije, Tunesië, Marokko en Frankrijk keerden ze bij de uitbraak van de oorlog terug naar huis.
Tijdens de oorlogsjaren leert Gustaaf zijn vrouw Louise Muyllaert draadlopen. Als Les Jéranos oogsten ze veel bijval.
Van variététheater op de foor tot circus
Hoewel de ouders aanvankelijk fel gekant waren tegen de artiestenloopbaan van hun zoons, sprongen ze toch financieel bij voor de aankoop van een oude Duitse foorbarak in 1919. Met dit Théâtre des Variétés des Frères Demuynck trokken de broers naar de kermispleinen. Het verging hen goed want in 1920 werd het theater vervangen door een echt circus met een diameter van 22 meter. Toen zijn circus in 1920 stond opgesteld in Lokeren huurde hij een koets om met zijn muzikanten en een august met luide stem het circus en de uren van vertoning aan te kondigen. Circus Demuynck zou ook jarenlang de blikvanger van de Gentse halfvastenfoor zijn.
Vanaf 1924 maakte Gustaaf Demuynck zich de kunst van de paardendressuur eigen, een specialiteit waar hij in uitblonk. In kozakkenkostuum deed hij ook voltige. Zijn enige dochter Rachel Demuynck leerde hij vanaf dertienjarige leeftijd draadlopen en jongleren. Ze koos uiteindelijk voor paarden- en hogeschooldressuur en trad op als hogeschoolrijdster Lena Miry. Op 21-jarige leeftijd verliet ze het ouderlijke circus. Na de scheiding met Louise Muyllaert leerde Gustaaf Mariette De Coninck kennen. Zij nam les in paardendressuur met het schoolpaard van Rachel. Ze trad aanvankelijk op onder dezelfde naam van Rachel en later noemde ze zich Miss Leroy.

Gustaaf nam geleidelijk aan de leiding van het circus en beleefde een gestage groei. Zijn broer Lievin onderscheidde zich als August Boum-Boum. In de jaren 1935-39 baatte Gustaaf tijdens de wintermaanden het Nieuw Circus in Gent uit. In 1938 en 1945 was Gustaaf twee maanden directeur van het Koninklijk Circus in Brussel. In 1938 beleefde hij een hoogtepunt met Olympia circus, een samenwerking met roofdierentemmer Alfred Court.
Successen en tegenslag
Gustaaf kende ook tegenslag. In Dendermonde en Sittard werd de tent vernield. In Eupen liep ze onder water. Tijdens een voorstelling in het Nieuw Circus deed trapeziste Miss Lissy in 1939 een ernstige val. In 1939 werd acrobaat-august Joannes Darimont, afkomstig uit Hasselt, gedood tijdens een luchtaanval door de Duitsers in Lokeren. De dag voordien had hij nog tijdens een schoolvoorstelling de kinderen doen gieren van de pret met zijn fratsen.
In 1944 begon de broer van Gustaaf, Lievin Demuynck, samen met zijn vrouw Maria Geelen, met de uitbating van het eigen Circus Boum-Boum. Samen presenteerde het echtpaar onder meer een muzikale act. Hij had echter niet hetzelfde zakelijk talent als zijn broer want zijn circus ging in 1949 op de fles.
Na de Tweede Wereldoorlog beleefde Demuynck nog een korte glorieperiode. In 1958 kocht hij zelfs een nieuwe kiosktent in duraluminium met 1300 zitplaatsen met rugleuning, maar het succes bleef uit, alhoewel hij het ereburgerschap in Brugge, Ciney, Diest, Eupen, Gent, Hasselt, Jodoigne, Luik, Namen, Sint-Truiden en Tongeren verkreeg.
Faillisement en erkenning
In 1961 werd de zaak in Hasselt failliet verklaard. De openbare verkoop vond plaats in Zelzate en Bobbejaan Schoepen werd de nieuwe eigenaar. Hij plaatste de tent in zijn pas opgerichte park in Lichtaart. Een jaar later verscheen toch opnieuw een Circus Olympia op de Gentse foor. Het was een samengaan van circus Libot en Demuynck. Maar dat was de laatste onderneming van Demuynck. Hierna leidde Gustaaf een teruggetrokken leven in Middelkerke met zijn vriendin Mariette De Coninck. Tijdens het 5de internationale circusfestival van Monte Carlo in 1978 was Gustaaf Demuynck de eregenodigde van Paris Rainier en Prinses Grace. Hij ontving van hen de medaille voor het ‘voorstellen van de beste circusprogramma’s in Europa’.
Voetnoten en referenties
Bibliografie
- De Poorter, André (2009). Gentse circusartiesten. Tempus. ISBN 9789076684918.
- Ziethen, K (1988). Die kunst der Jonglerie. Henschel. ISBN 978-3362001236.
- Herman, Gilbert, & Puttevils, Guy (1993). Gustaaf Demuynck (1893-1982): herinneringen aan een groot circusdirecteur. Vereniging van Circusvrienden.