Gillis van Leeuw
Gillis van Leeuw of Egidius de Lewis (Zierikzee, ca. 1175-1180 − Vicoigne, 9 maart 1236)[1] was een norbertijn en kruisprediker uit Zeeland. Hij nam deel aan de Vijfde Kruistocht (1219), was abt van Middelburg (ca. 1224-1226), participeerde in de Zesde Kruistocht (1227) en beëindigde zijn leven als abt van Vicoigne (ca. 1230-1236).
Leven
Gillis werd waarschijnlijk geboren in Zierikzee (in de bron Gerisse) en trad in bij de Orde van Prémontré, ook genaamd norbertijnen. Op basis van zijn afkomst kan verondersteld worden dat hij zijn professie deed in de abdij van Middelburg. Hij behaalde de graad van magister, wellicht na artesstudies in Parijs. Een oorkonde situeert hem in 1211 vrijwel zeker in de abdij van Ninove. In 1214 was hij pastoor van Sint-Pieters-Leeuw, waaraan zijn naam herinnert. Dat jaar begon hij in Brabant en Vlaanderen de kruistocht te prediken. Onder zijn impuls legden veel mannen en vrouwen de kruisgelofte af, kwamen bandieten tot inkeer en werden vetes bijgelegd. Dat hij specifiek de Blauvoeten en Ingheriks zou hebben verzoend, valt echter te beschouwen als een opsmukking van zijn biograaf Nicolaas van Montigny.
Na zijn prediking vergezelde Gillis van Leeuw zijn Vlaamse en Brabantse rekruten in 1218 op de Vijfde Kruistocht. Vanuit Zuid-Europa voeren ze naar Egypte om zich aan te sluiten bij het Beleg van Damietta. Als penitentiaris van kardinaal-bisschop Pelagius van Albano was hij de vertrouweling van een leidende figuur en was hij getuige van de nachtelijke onderneming waarmee de stad werd ingenomen. Er is een brief van hem bewaard die hij vijf dagen later, op 10 november 1219, richtte aan de Brabanders en Vlamingen. Hij zou aan het hoofd van een groep metgezellen een brug hebben veroverd, maar dat zijn ongefundeerde verfraaiingen. Het was al uitzonderlijk dat een norbertijn geweld predikte, zich actief in het strijdgewoel storten was feitelijk ondenkbaar. Het waren dan ook niet zijn tijdgenoten die hem met het epitheton 'witte ridder' bedachten, maar postume bewonderaars.[2] Na het succes van Damietta ging het snel bergaf met de Vijfde Kruistocht en keerde Gillis van Leeuw terug naar de Nederlanden.
Uiterlijk in april 1223 zette Gillis van Leeuw een nieuwe kruistochtcampagne op in Brabant en Vlaanderen. Paus Honorius III ondersteunde hem met een schrijven en gaf hem de macht om schenkingen van leken te innen en te bewaren. Hierdoor kwam hij in conflict met bisschop Godfried van Kamerijk en hertog Hendrik I van Brabant. In 1224 of begin 1225 werd hij verkozen tot abt van Middelburg. Toen de Utrechtse bisschop Otto II een excessief bedrag eiste voor zijn abtszegening, trok hij naar paus Honorius in Tivoli en bekwam hij vier steunbrieven.
Op aansporing van Honorius herlanceerde Gillis van Leeuw in 1227 zijn kruispreken. Ook op deze Zesde Kruistocht, geleid door keizer Frederik II, was hij van de partij. Mogelijk verklaart dit ook hoe een einde kwam aan zijn abbatiaat van Middelburg: hij zou het hebben opgegeven om op kruistocht te gaan. In september maakte hij in het gezelschap van broeder Andreas van Ninove de overtocht van Brindisi naar Akko. Maar de keizer talmde in Italië zodanig dat paus Gregorius IX hem op 29 september 1227 excommuniceerde, ziek of niet ziek. Na dit fiasco zal de norbertijn als man van de paus aanstonds naar Italië zijn teruggekeerd, zonder krijgsverrichtingen te hebben meegemaakt.
Omstreeks april 1230 werd Gillis van Leeuw verkozen tot hoofd van de Onze-Lieve-Vrouweabdij van Vicoigne. Onder zijn abbatiaat ging Vicoigne een gebedsgemeenschap aan met de abdij van Hasnon. Toen abt Gillis een feestelijke processie hield ter verwelkoming van een bisschop die hij kende van op kruistocht, werd hij door visitatoren van zijn orde gestraft. Hij zou zijn straf nederig hebben gedragen en de norbertijnen van Vicoigne tot zijn dood in 1236 met gezag hebben geleid.
Ruim zestig jaar na de dood van Gillis van Leeuw schreef kanunnik Nicolaas van Montigny over hem in zijn voorzetting van de abtenkroniek van Vicoigne. Wellicht kon de biograaf op niet veel meer voortgaan dan wat hij van bejaarde kloosterbroeders vernam, maar hij ging ook bepaald onkritisch om met dit materiaal en kende Gillis van Leeuw allerlei heroïsche deugden toe, die hij vervolgens fantasievol illustreerde.
Literatuur
- Jaap van Moolenbroek, "Egidius (Gillis) van Leeuw, premonstratenzer kruisprediker, kruisvaarder naar Damietta, en abt van Middelburg en Vicoigne († 1236)" in: Analecta Praemonstratensia, 2012, p. 5-41