Blauvoeten en Ingheriks

De Blauvoeten en Ingheriks[1] waren twee partijen die gedurende decennia een vete en burgeroorlog uitvochten in middeleeuws Kust-Vlaanderen. Het was in Vlaanderen de laatste keer dat een dergelijk conflict een hele regio destabiliseerde. In de 19e eeuw werden de schaarse historische gegevens en de intrigerende term 'blauwvoet' het uitgangspunt voor legendevorming.

Geschiedenis

De partijnamen verwijzen naar twee voorname families uit de regio, die de twee kampen aanvoerden. Hun vete sleurde de lokale adel mee en sneed ook dwars door families, met brandstichting en doodslag aan de orde van de dag. De strijd was al aan de gang onder graaf Filips van den Elzas. Hij bewerkstelligde een vrede, maar die ging teloor na zijn dood in 1191. Zijn weduwe Mathilde van Portugal kreeg grote delen van Vlaanderen als weduwengoed in vruchtgebruik. Ze noemde zich koningin en voerde een rijke staat, wat de belastingdruk niet ten goede kwam. De zaken liepen uit de hand toen graaf Boudewijn IX van Vlaanderen in 1201 aankondigde dat hij ging deelnemen aan de Vierde Kruistocht.

De Broekburgers weigerden de maltôte te voldoen en ook de Blauvoeten uit Veurne verzetten zich − om onbekende redenen − tegen Mathilde. Rijckewaert III Blauvoet moet nog jong zijn geweest, want het was Mathildes leenman Heribert III van Wulveringem die met Wouter I van Hondschote de leiding nam over de troepenmacht die haar het hoofd bood. Brandschattend rukte Mathilde vanuit Ieper op met haar leger, maar ze werd tot staan gebracht en in juni 1201 verslagen te Alveringem. Met enkele ridders wist ze haar kasteel in Veurne te bereiken en van daar te vluchten naar Duinkerke. De triomferende Blauvoeten zaten hun vijanden achterna en maakten tal van doden. Op 26 november brandden ze Mathildes burcht in Veurne plat.

Graaf Boudewijn IX herstelde kort voor zijn vertrek de orde door de Blauvoeten te verbannen, maar onder de zwakke regent Filips de Nobele keerden ze in 1203 terug. Twee jaar later belegerden ze de Ingheriks in Sint-Winoksbergen. De verdedigers deden een uitval onder Chrétien de Praet en behaalden de overwinning op wat bekend kwam te staan als Rode Maandag. Niettemin ging de factiestrijd ook daarna verder.

Door toedoen van Mathilde werd Ferrand van Portugal in 1212 door de Franse koning Filips Augustus erkend als graaf van Vlaanderen, maar door verraad van kroonprins Lodewijk raakte Ferrand haast onmiddellijk in oorlog met zijn leenheer. In de Slag bij Damme (1213) en in de Slag bij Bouvines (1214) vochten zowel Blauvoeten als Ingheriks aan Vlaamse kant tegen de Fransen.

Daarna zou de strijd alsnog heropgeflakkerd zijn, tot de kruisprediker Gillis van Leeuw de partijen definitief verzoende door hen te enthousiasmeren voor de Vijfde Kruistocht, waarin ze gezamenlijk de muren van Damietta bestormden. Naar alle waarschijnlijkheid is deze epiloog verzonnen door Nicolaas van Montigny, de enige bron die er melding van maakt.[2] Zijn abtenkroniek van Vicoigne situeert deze gebeurtenissen in Keiem (Cayens), waar de abdij bezittingen had, maar dat net buiten Kust-Vlaanderen lag. Het toont vooral aan hoezeer de factiestrijd tussen de Blauvoeten en de Ingheriks nog lang tot de verbeelding sprak, binnen en buiten Vlaanderen. Zo ook werd de naam van de Blauvoeten (blauvox) nog in 1315 genoemd tijdens een belastingopstand in Bergen-Ambacht.

Receptie

Kroniekschrijvers als Jacobus Meyerus en Pauwel Heinderycx behandelden in latere eeuwen de stof. Niets liet echter vermoeden hoe het verhaal in de 19e eeuw een nieuw leven zou krijgen.

De aanzet kwam van de Duitse taalkundige Jacob Grimm. Hij kwam het verhaal op het spoor tijdens zijn opzoekingen over Van den vos Reynaerde, waarvan hij in 1834 een uitgave publiceerde onder de titel Reinhard Fuchs. In de begeleidende analyse Zeugnisse ontvouwde hij de theorie dat Blauvoet geen familienaam was geweest, maar een Middelnederlands woord voor vos, met Scandinavische equivalenten. Zonder in detail te treden, leidde hij daaruit af dat de strijd tussen Blauvoeten en Ingheriks verband hield met de Reinaertsage. Hoewel hij initieel bijval kreeg van Jan Frans Willems en anderen, bleken de etymologie en het verband niet houdbaar.

Ondertussen had de historicus Leopold August Warnkoenig de materie behandeld in het eerste deel van zijn Flandrische Staats- und Rechtsgeschichte (1835). Ondanks zijn gedegen aanzet, bleek de historische aanpak niet minder dan de filologische vatbaar voor mythevorming. De bepalende figuur hierin was Joseph Kervyn de Lettenhove. In het tweede deel van zijn Histoire de Flandre (1847) stelde hij de Blauvoeten voor als een ruwe, ontembare kustbevolking van Saksische oorsprong en bracht hij hun strijd in verband met de Noordse saga's. De roman De Kerels van Vlaanderen van Hendrik Conscience borduurde hierop in 1871 verder: hij stelde de Blauwvoeten gelijk met de Kerels (van het verkeerd begrepen Kerelslied) en presenteerde hen als een democratisch zeemansvolk, dat streed tegen de aristocratische, Fransgezinde Isengrims. Uit dit boek komt de kreet 'Vliegt de blauwvoet? Storm op zee!' Ze werd overgenomen door Albrecht Rodenbach, studentenleider van de Groote Stooringe in 1875 op het Seminarie van Roeselare. Voor dit protest tegen de verfransing schreef hij Het lied der Vlaamsche zonen, dat populair werd in de Vlaamse Beweging en dat het fenomeen van de blauwvoeterij deed ontstaan.

De Sikkel publiceerde in 1955 het jeugdverhaal Blauwvoeten tegen Ingerkins van Stephanie Verzele-Madeleyn.

Literatuur

  • Thérèse de Hemptinne, "Mathilde (alias Theresia) van Portugal" in: Nationaal Biografisch Woordenboek, vol. 12, 1987, kol. 509-510
  • Ernest Warlop, The Flemish Nobility Before 1300, vol. 1, 1975, p. 261-263
  • Léonard Willems, "Notes sur la querelle des Blauvoets et des Isengrins" in: Bulletijn der Maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde te Gent, 1906, p. 253-285
  • Bron gebruikt voor het schrijven van dit artikel Victor Fris, "Blavotins & Ingherkins. Une guerre privée dans la Flandre Maritime au XIIme siècle" in: Bulletijn der maatschappij van Geschied- en Oudheidkunde te Gent, 1905, nr. 3, p. 133-185

Voetnoten

  1. Met talrijke taal- en spellingvarianten: Blaevoet, Blaeuvoet, Blaevoetynen, Blavotini, Bloetini, Blootins, Blaumotins; Ingrekins, Ingeryk, Isangrini, Isengrini, Isengrins
  2. Jaap van Moolenbroek, "Egidius (Gillis) van Leeuw, premonstratenzer kruisprediker, kruisvaarder naar Damietta, en abt van Middelburg en Vicoigne († 1236)" in: Analecta Praemonstratensia, 2012, p. 20-22