Gilles de Rais

Gilles de Rais
Portret Gilles de Rais door Éloi Firmin Féron (1835)
Portret Gilles de Rais door Éloi Firmin Féron (1835)
Geboren rond 1405
Champtocé-sur-Loire
Overleden 26 oktober 1440
Nantes
Rustplaats Kerk van Notre-Dame des Carmes in Nantes
Land/zijde Koninkrijk Frankrijk
Hertogdom Bretagne
Dienstjaren 1420-1435
Rang Maarschalk van Frankrijk
Eenheid Karel VII van Frankrijk
Jeanne d'Arc
Slagen/oorlogen Honderdjarige Oorlog
Portaal  Portaalicoon   Middeleeuwen

Gilles de Rais (kasteel van Champtocé, ca. 1405 - Nantes, 26 oktober 1440) was een Frans edelman in de vijftiende eeuw. Hij schaarde zich achter koning Karel VII van Frankrijk tijdens de Honderdjarige Oorlog en werd benoemd tot maarschalk van Frankrijk. Hij werd veroordeeld voor rebellie, ketterij en de moord op 140 kinderen en werd terechtgesteld.

Biografie

Hij was de oudste zoon van Guy de Laval-Rais en Marie de Craon. Zijn vader behoorde tot een van de machtigste adellijke families van Bretagne. Het huis Craon waartoe hij via zijn moeder behoorde, was een van de rijkste van het westen van Frankrijk. Zijn vader overleed in 1415 in een jachtongeval[1] en zijn moeder was eerder al overleden. Zo kwam hij rond zijn elfde in het bezit van de baronie van Retz in Bretagne en tal van domeinen van Bretagne, Anjou, Poitou, Maine en Angoumois. Hij en zijn jongere broer René werden verder opgevoed door hun grootvader Jean de Craon, heer van La Suze en Champtocé.[2] Zijn macht en bezit werden immens vergroot door zijn huwelijk met Cathérine de Thouars.

Rol in de Honderdjarige Oorlog

In 1427 koos hertog Jan V van Bretagne de zijde van de Engelsen in de Honderdjarige Oorlog en erkende hij Hendrik V van Engeland als koning van Frankrijk. Gilles de Rais kreeg het bevel van zijn hertog om de strijd tegen de Engelsen te staken, maar hij weigerde. Hij koos de kant van Karel VII van Frankrijk en begon een guerrilla-oorlog tegen de Engelsen. Hij verbond zich in 1429 met zijn neef Georges de la Trémoille in de strijd tegen de Engelsen. Hij begeleidde Jeanne d'Arc onder andere bij het ontzetten van Orléans (mei 1429). Verschillende belangrijke personen noemden hem een waardige ridder, en hij werd op 17 juli 1429 benoemd tot maarschalk van Frankrijk. Korte tijd later werd hij ook opgenomen in de kroonraad die de koning adviseerde.[2]

Verspillen van zijn bezittingen

Na de dood van zijn grootvader (1432) en de val van zijn bondgenoot La Trémoille (1433 ) trok hij zich grotendeels terug uit de strijd en wijdde hij zich aan het beheer van zijn bezittingen. Door spilzucht en pronkerij verspeelde Gilles de Rais een groot deel van zijn vermogen. Zo overzag hij de bouw van een rijkelijk versierde kapel waar moest gebeden worden voor zijn zielenheil.[1] Hij zag zich gedwongen verschillende van zijn heerlijkheden te verkopen waaronder Pornic, Le Lorroux-Bottereau en Champtocé-sur-Loire. Zijn familie zag dit met lede ogen aan en startte een proces. Op 2 juli 1435 kreeg de Rais van de koning het verbod om nog bezittingen te verkopen. In 1440 verkocht hij toch de heerlijkheid Saint-Étienne-de-Mer-Morte aan de schatbewaarder van hertog Jan V van Bretagne. Maar korte tijd later probeerde hij de verkoop ongedaan te maken en weer bezit te nemen van het kasteel. Hierbij viel hij gewapend de kerk binnen tijdens de mis en mishandelde Jean Le Ferron die belast was met het beheer van het kasteel. Dat werd gezien als een grote zonde en ook als een belediging van zijn suzerein, de hertog van Bretagne. Die veroordeelde hem om het kasteel te verkopen aan Jean Le Ferron onder dwangsom van een bedrag van 50.000 gouden écu.[2]

Proces

Gilles de Rais (rechts) voor Jean de Malestroit (links) - miniatuur uit de zeventiende eeuw

Korte tijd later startte bisschop Jean de Malestroit van Nantes een geheim onderzoek naar de reputatie van de Rais. Aanleiding waren geruchten die de ronde deden over de verdwijning van kinderen in plaatsen waar hij resideerde. Er werden getuigenissen verzameld en op basis hiervan volgde op 29 juli 1440 een openbare aanklacht. Gilles de Rais moest zich tegenover de kerkelijke rechtbank van het bisdom Nantes verantwoorden voor 49 aanklachten. Het ging om feiten van rebellie (het verstoren van de gevestigde orde), omgang met de duivel en tegennatuurlijke misdaden (de aanranding en de moord op kinderen). Op 15 september werd hij aangehouden in zijn kasteel van Machecoul en naar het kasteel van Nantes gebracht, waar hij werd opgesloten en vervolgens werd berecht.

Tijdens het proces werd de Rais verschillende keren verhoord. Hij ontkende aanvankelijk alle beschuldigingen en weigerde de bevoegdheid van de rechtbank te erkennen. Verder werden de ouders van verdwenen kinderen verhoord en mannen uit het gevolg van Gilles de Rais. Zijn dienaar Eustache Blanchet verklaarde dat de Rais alchemie beoefende en probeerde de steen der wijzen te vinden. Dit werd bevestigd door een andere dienaar, Francesco Prelati, die bovendien verklaarde dat de Rais in zijn aanwezigheid de duivel had opgeroepen in het kasteel van Tiffauges. Op 21 oktober ging de Rais onder dreiging van marteling over tot bekentenissen die hij de volgende dag herhaalde.[1] Hij noemde de namen van twaalf kinderen die hij zou hebben vermoord en bekende een baby van zes maanden aan de duivel te hebben geofferd. Zijn dienaren bevestigden deze bekentenis.[2]

Doodstraf

Executie van Gilles de Rais - anoniem schilderij (omstreeks 1530)

Op 25 oktober 1440 werd hij veroordeeld door de kerkelijke rechtbank en geëxcommuniceerd. Hij werd naar het kasteel van Le Bouffay gebracht voor een proces voor de burgerlijke overheid. Pierre de L'Hôpital als opperste rechter van Bretagne bevestigde het kerkelijke vonnis en veroordeelde de Rais ter dood voor de moord op 140 kinderen of meer, het aanroepen van demonen, ketterij en de aanranding van kinderen. 's Anderendaags werden hij en zijn twee handlangers, na hij bijwonen van een mis in de kathedraal van Nantes, terechtgesteld op een eiland in de Loire. Ze werden gelijktijdig opgehangen en verbrand.[1] Maar voordat het lijk van de Rais kon opbranden, werd het van de brandstapel gehaald. Als man van adel werd zijn verzoek om te worden begraven gehonoreerd. Dit gebeurde in de karmelietenkerk van Nantes.[2]

Schuldvraag

Tot de negentiende eeuw werd er van uitgegaan dat Gilles de Rais die duivelse daden ook daadwerkelijk heeft begaan. De misdaden waarvoor hij werd veroordeeld raakten vermengd met de sprookjesfiguur van Blauwbaard en zo nog verder aangedikt.[2] Toch zien sommigen al sinds die tijd de hele rechtszaak als een oplichterspraktijk: het was algemeen geweten dat als Gilles de Rais beschuldigd zou worden van ketterij of zou overlijden, zijn bezittingen automatisch aan hertog Jan van Bretagne en bisschop Malestroit zouden toevallen. De hertog was zelfs zo zeker van de uitkomst van de rechtszaak dat hij het land dat hij van Gilles zou moeten krijgen al op 3 september had verkocht, vijftien dagen voor de rechtszaak.

Bovendien waren de bekentenissen onder bedreiging van marteling afgedwongen. Het was in die tijd niet ongebruikelijk om te bekennen, om zo van de marteling af te zijn. Wat er waar is van Gilles de Rais' bekentenissen is vatbaar voor discussie.

De meeste historici blijven echter overtuigd dat hij schuldig was aan kindermoord.[1]

Inspiratiebron

Zijn daden hebben hun sporen nagelaten in sprookjes en mythen. De kastelen waarin de gruweldaden zogenaamd zouden hebben plaatsgevonden, worden nog altijd aangewezen als de plaats waar Blauwbaard zou hebben huisgehouden. Hij werd een inspiratiebron voor onder andere de roman De duivel en de maagd van Hubert Lampo, de novelle Gilles & Jeanne van Michel Tournier, de stripserie Tristan van Jacques Martin, en Gilles!, een monoloog voor Jan Decleir uit 1989, en Gilles en de nacht, een toneeltekst voor theatergezelschap De Paardenkathedraal uit 1994, beide van Hugo Claus. Ook in Joris-Karl Huysmans' roman Là-Bas (Uit de Diepte, vertaald door Geerten Meijsing en Kees Snel) worden de gruweldaden van Gilles de Rais beschreven. Hij speelt ook een belangrijke rol in de roman Les fleurs bleues van Raymond Queneau. Ook de metalbands Celtic Frost en Cradle of Filth (voor het in 2008 verschenen album Godspeed on the Devil's Thunder) hebben inspiratie geput uit de mythen rondom De Rais. De Japanse animeseries Fate/Zero en Drifters gebruiken in hun series De Rais als een slechterik. In 2016 bracht avant-garde saxofonist en componist John Zorn het conceptalbum 49 Acts of Unspeakable Depravity in the Abominable Life and Times of Gilles de Rais uit. Ook in de stripreeks De Rode Ridder wordt De Rais ten tonele gebracht in het tweeluik rond Jeanne d'Arc, met Gilles die als jonge knaap in het bezit komt van de Judasgraal, waar hij als jonge snaak al uit dronk en daardoor bezeten zou zijn geraakt, met het gekende gevolg.

Literatuur

  • Gabory, Emile, Alias Bluebeard: The Life and Death of Gilles De Raiz, Brewer & Warner Inc., 1930
  • Lampo, Hubert,: De duivel en de maagd. Den Haag, Stols, 1955
  • Benedetti, Jean, Gilles de Rais: The Authentic Bluebeard (The Real Bluebeard: The Life of Gilles de Rais), 1971
  • Lucie-Smith, Edward, The Dark Pageant, Gay Mens Press, 1977
  • Berents, D.A., Gilles de Rais: de moordenaar en de mythe, 's-Gravenhage, Martinus Nijhoff, 1982
    • Berents, Dick, Slachtbank. De kindermoorden van maarschalk Gilles de Rais, Soesterberg, Aspekt, 2013 (herschreven en uitgebreide editie van Berents 1982)
  • Tournier, Michel, Gilles & Jeanne, Amsterdam, Meulenhoff, 1984
  • Reliquet, Philippe, De magie van het kwaad: Gilles de Rais en de Middeleeuwen, 1404-1440, Amsterdam/Brussel, Elsevier, 1985
  • Engelstad, Carl Fredrik, In het land der levenden. De wonderbaarlijke en gruwelijke geschiedenis van Jeanne d'Arc en Gilles de Rais, Schoorl, Uitgeverij Conserve, 1988
  • Crowley, Aleister, The Forbidden Lecture, (How I got expelled from Oxford) On Gilles de Rais, 1990
  • Huysmans, JK, Uit de Diepte, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1990
  • Nye, Robert, The Life and Death of My Lord Gilles de Rais, Abacus, 1990
  • Queneau, Raymond, De blauwe bloemen, Amsterdam, De Bezige Bij, 1992
  • Cazacu, Matei, Barbablù: La vera storia di Gilles de Rais, Mondadori, 2008
  • Fudge, Thomas A., Medieval Religion and its Anxieties: History and Mystery in the Other Middle Ages (The New Middle Ages), Palgrave Macmillan, 2016

Referenties

  1. 1 2 3 4 5 (en) Gilles de Rais: History’s First Serial Killer?. britannica.com. Geraadpleegd op 7 november 2025.
  2. 1 2 3 4 5 6 (fr) Elven Pogu, 26 octobre 1440 : exécution de Gilles de Rais Nantes Patrimonia, Geraadpleegd 7 november 2025.
Zie de categorie Gilles de Rais van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.