Gevecht bij Bender

Gevecht bij Bender
Onderdeel van Grote Noordse Oorlog
De slag bij Bender, geschilderd door Charles Édouard Armand-Dumaresq.
De slag bij Bender, geschilderd door Charles Édouard Armand-Dumaresq.
Datum 1 februari 1713
Locatie Bender (Moldavië)
Resultaat Ottomaanse overwinning
Strijdende partijen
Ottomaanse Rijk Zweden
Leiders en commandanten
Ismaïl Pasja
Devlet II Giray
Karel XII van Zweden
Troepensterkte
12.000 soldaten 100 soldaten in het huis
Verliezen
40 doden 12 doden

Het gevecht bij Bender of de Kalabalik was een poging tijdens de Grote Noordse Oorlog van het Ottomaanse Rijk op 1 februari 1713 om zich te ontdoen van koning Karel XII van Zweden, die zich op hun grondgebied bevond.

Etymologie

Het woord kalabalık is uit het Turks afkomstig en betekent "menigte" of "commotie". Door de gebeurtenissen bij Bender raakte het woord ingeburgerd in de Zweedse taal en ook het Fins en Noors.[1]

Achtergrond

Na de Slag bij Poltava zag Karel XII van Zweden zich genoodzaakt een veilig heenkomen te vinden in het Ottomaanse Rijk en vestigde hij zich in Bender. Vanuit deze positie spande de koning zich in om het Ottomaanse Rijk de oorlog in te trekken. Tot driemaal toe verklaarde deze de Russen de oorlog, maar het kwam ook driemaal tot een snel vergelijk tussen de partijen. In de winter van 1713 woonde Karel XII inmiddels al drieënhalf jaar in het Ottomaanse Rijk. In de tussentijd hadden de nodige Ottomaanse ambtenaren genoeg gekregen van hun Zweedse gast. Vanwege de voortdurende intriges werd besloten dat Karel XII snel terug moest keren naar Zweden.[2]

Er ontstonden vervolgens verschillende plannen om de koning naar Zweden te krijgen. Khan Devlet II Giray had contact opgenomen met August II van Polen om Karel XII aan de Poolse koning uit te leveren. De Zweedse koning kwam op de hoogte van dit complot en besloot daarop in Bender te blijven. Op 18 januari gaf sultan Ahmet III de goedkeuring om Karel XII desnoods met geweld te ontvoeren; al dacht hij niet dat geweld nodig was. Ahmet III was niet op de hoogte van het plan van Devlet II, noch dat Karel XII van dit plan op de hoogte was.[3]

Confrontatie

Karel XII in gevecht met de janitsaren, getekend door Wilhelm Hauschild (1894).

Nadat de troepen in Bender de orders van Ahmet II ontvingen werd er nog weinig actie ondernomen, maar nam wel de spanning toe rondom het Zweedse kamp. In totaal had Karel nog niet eens duizend soldaten tot zijn beschikking. Op 29 januari kreeg hij de tip dat er een aanval op handen was en twee dagen later begon het Ottomaanse leger met een kanonsalvo op de vesting van Karel. Het zou die dag niet tot een frontale aanval komen.[4]

Terwijl Karel XII de volgende dag, op 1 februari, de kerkdienst bijwoonde begon de Ottomaanse aanval op het Zweedse kampement. Zowel de khan, de Ottomaanse seraskier en Karel XII riepen hun soldaten op om niet met scherp te schieten. Omdat de Zweden nauwelijks verzet boden wisten de Ottomanen de woning van Karel XII binnen te dringen en sloegen ze daar aan het plunderen. Deze belediging was Karel XII te gortig waarop hij tot de aanval overging. De aanval van de Zweden zorgde ervoor dat de Ottomanen het huis moesten ontruimen.[5]

In de avond gingen de Ottomanen over om het huis in brand te zetten. Door middel van brandende pijlen vatte het dak vlam en vervolgens besloten de Zweden om een uitval te doen. Het plan was om zich een weg te banen naar de Zweedse kanselarij even verderop en vanaf daar de strijd te hervatten. De Ottomanen zagen de koning de brandende woning uitkomen en zette daarop de achtervolging in. Tijdens de wedloop naar de kanselarij struikelde Karel XII over zijn sporen en viel hierbij op zijn gezicht. De Ottomanen wierpen zich op hem en namen hem gevangen.[6]

Nasleep

De volgende dag werd Karel XII samen met al zijn soldaten overgebracht naar Adrianopel. Hij zou nog twintig maanden in het Ottomaanse Rijk verblijven voor hij aan zijn terugtocht naar Zweden begon.[7]

Literatuur

  • Massie, Robert K. (2020). Peter de Grote: Een biografie. Uitgeverij Omniboek, Utrecht. ISBN 9789401917148.