Geschiedenis van Orange

De Franse stad Orange kent een geschiedenis die teruggaat tot de Gallische tijd. De stad kende een bloeitijd in de Gallo-Romeinse periode. Ze bleef bestaan als zetel van een bisschop in de vroege middeleeuwen en groeide uit tot een graafschap en later een prinsdom, alvorens in de achttiende eeuw te worden opgenomen in Frankrijk.
Galliërs
In de vijfde en vierde eeuw v.Chr. bouwden de Galliërs een oppidum op de heuvel Saint-Eutrope die ongeveer vijftig meter boven de omringende vlakte uitsteekt. De zuidelijke zijde van de heuvel werd beschermd door een muur. Langs de handelsweg die liep tussen de heuvel en de Rhône kon zich daarna dankzij de relatieve vrede een nederzetting ontwikkelen.[1] Nabij deze nederzetting werd in 105 v.Chr. de belangrijke slag bij Arausio uitgevochten tussen twee Romeinse legers en de legers van de Cimbren en de Teutonen.
Romeinen
De stad bleef bestaan na de Romeinse verovering en in Arausio werd rond 35 tot 30 v.Chr. een kolonie gesticht door de veteranen van het IIe Legioen. De naam Arausio werd afgeleid van de naam van een plaatselijke Keltische watergod. De volledige naam was Colonia Julia Firma Secundanorum Arausio, ofwel de Juliaanse kolonie van Arausio, gesticht door soldaten uit het tweede legioen. In 77 liet keizer Vespasianus het kadaster van Arausio op marmer vastleggen. De Romeinse stad kreeg een rechthoekig stratenplan en op de heuvel kwam een heiligdom.
Aan het einde van de derde eeuw trok de bewoning zich terug tot de noord-zuid-as (Via Agrippa) en de heuvel Saint-Eutrope. In de vijfde eeuw was er opnieuw enige bloei. Tussen 463 en 475 was Eutropius bisschop van Orange en hij liet een basiliek bouwen op de heuvel die later zijn naam zou krijgen.[1]
Graafschap
In de vroege middeleeuwen werd er een castrum gebouwd op de heuvel naast de basiliek.[1] Volgens de overlevering werd in 793 de stad door een hoveling van Karel de Grote, Guillaume au Cornet, op de Saracenen veroverd. Hij werd graaf van Orange, stichtte er aan het eind van zijn leven een klooster en liet het al zijn bezittingen na.
Prinsdom
Van het huis Orange ging het graafschap in de elfde eeuw over naar het prinselijk huis Des Baux na. In 1208 werd onder Guillaume des Baux de kathedraal Notre-Dame-de-Nazareth ingewijd. Nadat het bevolkingsaantal in 1348 door de pest gehalveerd werd, gaf Raymond V des Baux ruim toegang tot de stad aan de joden.
In 1393 ging het prinsdom over in handen van de familie de Chalon. In 1530 stierf Philibert, de laatste van dat huis en erfde René van Chalon, de zoon van Philiberts zuster Claudia, het prinsdom. Nadat hij kinderloos was gestorven kwam het prinsdom aan zijn neef Willem de Zwijger. De stad werd hiermee allengs betrokken in de geloofsstrijd die overal in Europa losbarstte.

In 1562 vond een strafexpeditie vanuit Avignon plaats tegen de protestanten die zich in de stad verschanst hadden. De stad werd ingenomen en het kasteel van Orange werd verwoest. Het prinsdom bleef echter in handen van de Oranjes en Prins Maurits versterkte de stad herbouwde het kasteel tot een moderne citadel. Het rampjaar 1672 had ook voor Orange gevolgen. Lodewijk XIV veroverde de stad en beval het kasteel volledig te verwoesten.[1]
In 1702, na de dood van Stadhouder Willem III, ging het prinsdom over op de prinsen van Bourbon-Conti en dat betekende in 1703 het einde van het protestantisme. Lodewijk XIV nam de stad in en de protestantse inwoners moesten allemaal vertrekken. Bij de Vrede van Utrecht in 1713 werd de aanhechting bij Frankrijk voorgoed erkend. In 1731 werd het prinsdom opgenomen in de Franse provincie Dauphiné en hield het op als onafhankelijke staat te bestaan.
Moderne tijd
In 1757 openden de broers Wetter een fabriek in Orange waar bedrukte katoenen stoffen werden gemaakt (indiennage).
Na de Franse Revolutie werd het bisdom Orange en de universiteit van Orange opgeheven. In 1790 werd Orange een gemeente. In juni van dat jaar waren er rellen in de stad die werden onderdrukt door de Nationale Garde. Tijdens de Terreur werden 332 personen terechtgesteld in de stad, onder wie 32 zusters afkomstig uit een klooster in Bollène.
In de negentiende eeuw kwam er aandacht voor de antieke monumenten van de stad en hun behoud en restauratie.[2]
- 1 2 3 4 (fr) Repères historiques. JEP 2024. Gemeente Orange (2024). Geraadpleegd op 12 november 2025.
- ↑ (fr) Histoire de la ville. Gemeente Orange. Geraadpleegd op 12 november 2025.