Saracenen

Verovering van Kreta door de Saracenen (miniatuur uit de Skylitzes Matritensis, 12e eeuw)

De naam Saracenen en de term Sarakenoi (Grieks: Σαρακηνοί) werd door klassieke schrijvers in de 1e eeuw gebruikt voor een Noord-Arabisch volk dat zich lange tijd verzette tegen Oost-Romeinse keizers. Deze wilden het gebied waar het volk leefde met militair geweld koloniseren en onder Romeinse heerschappij brengen. Ook werd er een volk mee aangeduid dat op het schiereiland Sinaî woonde.[1] In sommige oude teksten, zoals die van Hippolytus, refereert de term aan zwaarbewapende ruiters uit Fenicië.[2] De Saracenen zouden zich al in de achtste eeuw tot de islam hebben bekeerd.

Etymologie

Marciana Marina - Saraceense uitkijkpost, 12e eeuw

In de loop van de middeleeuwen werd de term door de Katholieke Kerk en Europese machthebbers gebruikt om in het algemeen moslims aan te duiden. Later was het een negatief geladen verzamelbegrip om alle tegenstanders aan te duiden van de militaire expedities die de Kerk organiseerde en financierde om haar macht te verdedigen of uit te breiden. Deze gewelddadige expedities kregen later de benaming 'Kruistochten', de tegenstanders werden als 'moslims', 'Moren' of 'Saracenen' bestempeld, of ze nu Berbers, Arabisch, Perzisch, Turks, Koerdisch, Macedonisch of Albanees waren. Het is onzeker of de in de middeleeuwen gebruikte benaming Saracenen verband houdt met het volk waaraan gerefereerd werd in de klassieke oudheid.[3]

De Saracenen waren in middeleeuwse verhalen beruchte figuren die als piraten en plunderaars werden beschreven. Veel stadswallen rond steden langs de Middellandse Zee werden gebouwd om de inwoners van die steden tegen hun aanvallen te beschermen. De Saracenen hebben in 846 de Oude Sint-Pietersbasiliek geplunderd en grote schade aangericht. Het graf van de heilige Petrus[4] werd geschonden en de gouden deuren werden geroofd. Ook Sint-Paulus buiten de Muren werd aangevallen.

Als men in christelijke literatuur van Saracenen spreekt, verwijst men veelal generaliserend naar moslims uit de Levant. Als men van Moren spreekt, verwijst men naar Berbers en Arabieren uit het noorden van Afrika, het gebied boven de rivier de Niger. De Moren koloniseerden vanaf de 7e eeuw grote delen van het Iberisch Schiereiland. De aanduidingen Saracenen en Moren moeten vanaf een bepaalde periode worden begrepen als ideologisch geladen begrippen; er werden vooral tegenstanders mee aangeduid.[5] Omgekeerd werd voor tegenstanders het begrip Franken gebruikt, ook als het Engelsen, Spanjaarden of Portugezen waren.[2]