Geschiedenis van Cambodja

De geschiedenis van Cambodja omvat de gebeurtenissen van de prehistorie, de vroege historische en koloniale periodes, en de onafhankelijkheid van het huidige koninkrijk Cambodja.

Olifantenjacht
Angkor, Paleis van de Melaatse Koning
foto van John Thomson, 1866

Prehistorie

Koolstofdatering van een grot in Laang Spean in de provincie Battambang in het noordwesten van Cambodja bevestigde de aanwezigheid van stenen werktuigen van de Hòa Bìnhcultuur uit 6000 tot 7000 v.Chr., en aardewerk uit 4200 v.Chr. Archeologisch onderzoek van de Frans-Cambodjaanse Prehistorische Missie begon in 2009 met het documenteren van een complete culturele sequentie in de grot van 71.000 BP tot de neolithische periode. Vondsten sinds 2012 leiden tot de interpretatie dat de grot de resten bevat van een eerste bewoning door jagers-verzamelaarsgroepen, gevolgd door neolithische mensen met ontwikkelde jachtstrategieën en technieken voor het maken van stenen werktuigen, evenals een artistiek hoogstaande aardewerkproductie, en met uitgebreide sociale, culturele, symbolische en begrafenispraktijken. Cambodja nam deel aan de maritieme Jadeweg, die 3000 jaar lang in de regio bestond, van 2000 v.Chr. tot 1000 n.Chr.

Schedels en menselijke botten gevonden in Samrong Sen in de provincie Kampong Chhnang dateren uit 1500 v.Chr. Heng Sophady (2007) trok vergelijkingen tussen Samrong Sen en cirkelvormige aarden wallen in Oost-Cambodja. Deze mensen zijn mogelijk vanuit Zuidoost-China naar het Indochinese schiereiland gemigreerd. Wetenschappers traceren de eerste rijstteelt en de eerste bronsproductie in Zuidoost-Azië aan deze mensen.

Onderzoek in 2010 van skeletmateriaal uit graven in Phum Snay in Noordwest-Cambodja bracht een uitzonderlijk hoog aantal verwondingen aan het licht, met name aan het hoofd, die waarschijnlijk veroorzaakt waren door interpersoonlijk geweld. De graven bevatten ook een aantal zwaarden en andere aanvalswapens die in conflicten werden gebruikt.

De ijzertijd van Zuidoost-Azië begon rond 500 v.Chr. en duurde tot het einde van het Funan-tijdperk, rond 500 n.Chr. Het leverde het eerste concrete bewijs voor aanhoudende maritieme handel en sociaal-politieke interactie met India en Zuid-Azië. Tegen de 1e eeuw hadden kolonisten complexe, georganiseerde samenlevingen en een gevarieerde religieuze kosmologie ontwikkeld, die geavanceerde gesproken talen vereisten die sterk verwant waren aan die van de huidige tijd. De meest geavanceerde groepen leefden langs de kust en aan de benedenloop van de Mekong en de deltagebieden in huizen op palen, waar ze rijst verbouwden, visten en gedomesticeerde dieren hielden.

Oudheid

Zie Chenla voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De oudst bekende beschavingen verschenen ongeveer in de 1e eeuw van onze jaartelling in Cambodja. Dit waren de beschavingen van Chenla (Chinese naam, Khmer-naam Kambu) en Funan (Chinese naam, echte naam onbekend) meer in hedendaags Vietnam.

Angkorperiode

Afbeelding van Angkor Wat door de Franse tekenaar Louis Delaporte, gepubliceerd in 1880.
Zie Khmerrijk voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vanaf het begin van de 9e eeuw tot ongeveer 1350 breidden de koningen van Cambodja hun rijk zo ver uit dat het uiteindelijk grote delen van Zuidoost-Azië omvatte, het hedendaagse Cambodja, delen van Vietnam, Laos, Thailand en het gebied tot aan de oostelijke grenzen van Myanmar. Hoewel dit grote rijk vaak het rijk van de Khmers of kortweg het Khmerrijk wordt genoemd, maken de inscripties van de Khmers duidelijk dat de naam die de Khmers zelf aan hun rijk gaven Kambujadesha was, letterlijk land van de Kambuja's, of kortweg Kambuja.[1] De koningen zetelden in deze periode in het gebied ten noorden van het Tonlé Sapmeer, waar de hoofdstad Angkor lag, nabij het hedendaagse Siem Reap. Angkor Wat en andere hindoeïstische en boeddhistische tempels, kloosters en andere monumenten zijn de beroemde overblijfselen van deze beschaving. Na verscheidene oorlogen met Ayutthaya en Lan Xang (dat het zelf had helpen stichten), verplaatsten de Khmers de hoofdstad naar de omgeving van Phnom Penh en in 1812 naar Phnom Penh zelf.[2][3]

Bestuur vanuit Phnom Penh

Vanaf het midden van de 15e eeuw tot de komst van de Fransen werd Cambodja geregeerd door zwakke koningen en werd het verscheurd door interne conflicten. Ook vele oorlogen met Ayutthaya en Vietnam leidden tot grote verliezen in zowel land als rijkdom. Cambodja zou nooit meer de omvang en glorie van het oude Khmerrijk bereiken.

Franse kolonisatie

Kerk van Bokor, een voorbeeld van Franse koloniale architectuur in Cambodja

Tussen 11 augustus 1863 en 9 november 1953 werd Cambodja geregeerd door Frankrijk. Eerst werd Cambodja een Frans protectoraat, op 17 oktober 1887 werd het een onderdeel van de Unie van Indochina samen met Tonkin, Annam, Cochin China en Laos (vanaf 1893). Vanaf 8 november 1949 trad Cambodja toe tot een associatie met Frankrijk. De koloniale economie was gericht op de export van grondstoffen en landbouwproducten (rijst, rubber en peper). De inwijking van Europeanen bleef steeds erg beperkt.[4]

Onafhankelijkheid

Op 9 november 1953 werd het Koninkrijk Cambodja onder koning Norodom Sihanouk onafhankelijk en sindsdien kent het een turbulente geschiedenis met vele politieke wisselingen.

Tweede Indochinese Oorlog

Tijdens de Vietnamoorlog werd Cambodja zwaar gebombardeerd door Amerikaanse B-52-bommenwerpers die de Vietcong en de Ho Chi Minh-route als doel hadden. Cambodja was na Laos zelfs het zwaarst gebombardeerde land in Zuidoost-Azië, er vielen naar schatting 600.000 burgerslachtoffers. In 1970 vielen Amerikaanse en Zuid-Vietnamese troepen Cambodja binnen om aldaar gelegerde Vietcongtroepen aan te vallen. Generaal Lon Nol pleegde een staatsgreep, zette Sihanouk af en riep in oktober 1970 de Khmerrepubliek uit.

Zie ook: Khmerrepubliek

Rode Khmer

Zie Rode Khmer, Cambodjaanse Burgeroorlog en Democratisch Kampuchea voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

In 1975 wierp de Rode Khmer onder leiding van Pol Pot de regering van Lon Nol omver en stichtten zij Democratisch Kampuchea. Ze oefenden een waar schrikbewind uit en vermoordden tussen 1,5 miljoen en 2,5 miljoen mensen (schattingen zijn zo laag als 800.000 (bekentenis Pol Pot) en zo hoog als 3 miljoen (Vietnamese bronnen). Dit was ongeveer 25% van de Cambodjaanse bevolking.

Vietnamese interventie

In 1978 vielen de Vietnamezen Cambodja binnen, nadat Cambodja het zuiden van Vietnam was binnengevallen, en werd de Volksrepubliek Kampuchea opgericht. Hierna heerste er tot ver in de jaren 1990 een burgeroorlog die uiteindelijk resulteerde in de overgave van de laatste Rode Khmerguerrillero's. Van 1991 tot 1993 was het land onder bestuur van de Verenigde Naties (UNTAC). In mei 1993 werden er voor het eerst weer verkiezingen gehouden. De situatie bleef echter tot in 2003 onstabiel.

21e eeuw

Grensverloop bij de Preah Vihear-tempel, met Cambodja in het zuiden

De grens tussen Thailand en Cambodja is sinds 1908 betwist in het gebied rond de tempel van Preah Vihear. Het Internationaal Gerechtshof wees de tempel zelf in 1962 toe aan Cambodja. In 2013 wees het gerechtshof ook het omliggende gebied toe aan Cambodja. Thailand erkent de autoriteit van het gerechtshof. Desondanks wisselen militairen van de landen er regelmatig schoten uit, en in 2011 en 2025 kwam het tot verdergaand geweld.

Zie ook

Zie de categorie History of Cambodia van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.