Gerardus Petrus Tusveld van Boxel

Gerardus Petrus Tusveld van Boxel
Pastoor Tusveld van Boxel op latere leeftijd
Pastoor Tusveld van Boxel op latere leeftijd
Priester van de Rooms-Katholieke Kerk
Wapen
Geboren 31 mei 1810
Plaats Rijssen
Overleden 4 december 1874
Plaats Rijssen
Wijdingen
Priester 1 juni 1833
Loopbaan
Eerdere functies 1833: kapelaan in Steenwijkerwold
1835: kapelaan in Zwolle
1842: kapelaan in Groningen
1843: pastoor in Assen
Portaal  Portaalicoon   Christendom
Rondvenster in de St. Willibrorduskerk in Sappemeer ter ere van bouwpastoor Tusveld van Boxel

Gerardus Petrus Tusveld van Boxel (Rijssen, 31 mei 1810 – aldaar, 4 december 1874) was een Nederlandse priester die lokaal bekend stond om zijn onvermoeibare werk voor de katholieke gemeenschap in de Groningse Veenkoloniën in de 19e eeuw. Hij was bouwpastoor van de Sint-Wilibrorduskerk in Sappemeer en stond bekend om zijn pastorale ijver en deugden.

Levensloop en carrière

Gerardus Petrus Tusveld van Boxel werd geboren op 31 mei 1810 in Rijssen. Hij werd tot priester gewijd op 1 juni 1833. In zijn vroege carrière diende hij als kapelaan op verschillende plaatsen:

  • Steenwijkerwold (vanaf 16 juni 1833).
  • Zwolle (vanaf 28 september 1835).
  • Groningen (vanaf 16 maart 1842).

Hierna werd hij pastoor van de statie Assen (vanaf 17 mei 1842), daar heeft hij zich vooral ingezet voor de oprichting van de statie Zandberg. Op 13 oktober 1846 werd hij benoemd tot pastoor van de statie Kleinemeer (later Sappemeer genoemd), waar hij op 17 oktober van dat jaar arriveerde. Zijn voorganger in deze parochie was pastoor Everardus Benedictus Crone, die pastoor werd in de statie Op den Hoorn (later Wehe-den Hoorn geheten) en daar in 1871 overleed. Tusveld van Boxtel diende ruim 28 jaar in de statie en latere parochie Kleinemeer. Hij overleed onverwachts op 4 december 1874 in zijn geboorteplaats Rijssen tijdens een familiebezoek en werd op 7 december 1874 begraven op het rooms-katholieke kerkhof in Enter. Zijn lichaam werd later, met toestemming van de familie, opgegraven en overgebracht naar Sappemeer, waar hij werd herbegraven aan de voet van het voor hem opgerichte herdenkingskruis.

Pastorale inzet en deugden

Tusveld van Boxel werd omschreven als een man met een 'heiligen ijver'. Zijn pastorale werk richtte zich op het verbeteren van de geloofskennis en de zedelijke levenshouding van zijn parochianen. Hij beschouwde het geloofsonderwijs voor jongeren als zijn favoriete bezigheid. Bovendien besteedde hij veel aandacht aan de uiterlijke pracht van de eredienst. Hij werd beschouwd als een man met een scherp verstand en een helder oordeelsvermogen, een bekwame theoloog, een waakzame herder en een toegewijde vriend van kinderen. Een hagiografische anekdote illustreert zijn diepe toewijding: tegen het einde van zijn leven nam hij een zieke man uit de lagere sociale klassen, die door velen als een "ruwe gast" werd gezien, in huis om hem persoonlijk te verzorgen en te leiden tot een vreedzaam einde. Tusveld van Boxel beschreef deze daad met een lichte glimlach als "een vent de hemel binnensmokkelen".

De nieuwe kerk van Sappemeer

Tijdens zijn pastoraat in Kleinemeer was de oude kerk bouwvallig geworden en te klein voor de groeiende gemeenschap. Hij nam het initiatief voor de bouw van de nieuwe Sint-Willibrorduskerk aan de hoofdvaart, wat niet zonder moeilijkheden was. Het ontwerp was in een neogotische stijl van de bekende architect Pierre Cuypers uit Amsterdam. De kerk werd op 15 oktober 1873 plechtig ingewijd door aartsbisschop A.J. Schaepman, met wie hij nog samen kapelaan in Zwolle is geweest en die zijn opvolger in Assen was. Na zijn dood werd er een kerkhofkruis van witte steen in gotische stijl opgericht ter ere van hem, de "stichter der nieuwe kerk". In 1875 werd zijn lichaam overgebracht naar Sappemeer en begraven aan de voet van dit kruis, precies op de plek die hij kort voor zijn overlijden had aangewezen als zijn laatste rustplaats.