George Stephen Morrison
| George Stephen Morrison | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Algemene informatie | ||
| Geboortedatum | 7 januari 1919 | |
| Geboorteplaats | Rome | |
| Overlijdensdatum | 17 november 2008 | |
| Overlijdensplaats | Coronado | |
| Werk | ||
| Beroep | officier | |
| Studie | ||
| School/ |
United States Naval Academy | |
| Militair | ||
| Rang | rear admiral | |
| Legeronderdeel | United States Navy | |
| Conflict | Tweede Wereldoorlog, Koreaanse Oorlog, Vietnamoorlog | |
| Familie | ||
| Kinderen | Jim Morrison | |
| Diversen | ||
| Prijzen en onderscheidingen | Bronzen Ster, Legionnair van het legioen van verdienste | |
| De informatie in deze infobox is afkomstig van Wikidata. U kunt die informatie bewerken. | ||

George Stephen Morrison (7 januari 1919 – 17 november 2008) was een Amerikaans rear admiral (upper half) en marinepiloot (naval aviator) in de United States Navy.
Vroege carrière
Morrison studeerde af aan de United States Naval Academy in 1941 en werd aangesteld als ensign (officier). Hij diende aanvankelijk aan boord van de minelayer USS Pruitt (DM-22) in Pearl Harbor, waar hij getuige was van de Japanse aanval op 7 december 1941. Tijdens de Tweede Wereldoorlog voltooide hij zijn vliegopleiding en in 1944 en vloog hij gevechtsmissies met Grumman F6F Hellcat-jagers in de Pacific. Na de oorlog diende hij als instructeur in nucleaire wapensprogramma's. Tijdens de Koreaanse Oorlog werkte hij in het joint operations center in Seoul en ontving hij de Bronze Star Medal met "V"-device (voor valor).
Commando over USS Bon Homme Richard en periode 1963-1964
Op 22 november 1963 nam Morrison het commando over van het Essex-klasse vliegdekschip USS Bon Homme Richard (CV-31), dat fungeerde als vlaggenschip van Carrier Division Five (Fifth Carrier Division) van de First Fleet in de Pacific, gestationeerd in San Diego, Californië. Zijn eerste officiële handeling als commandant was het bekendmaken van de dood van president John F. Kennedy aan boord.
Begin 1964 werd Carrier Division Five overgeplaatst naar de Western Pacific onder de Seventh Fleet voor een deployment die operaties in de Zuid-Chinese Zee en een reis naar de Indische Oceaan omvatte (inclusief goodwill-bezoeken).
Tijdens het Tonkin-incident in augustus 1964 (2 en 4 augustus) was Morrison als kapitein commandant van Carrier Division Five aan boord van de USS Bon Homme Richard, die deel uitmaakte van Task Force 77 in de bredere regio van de Zuid-Chinese Zee/Western Pacific. Het schip zelf bevond zich in deze periode in Japanse wateren (rond Sasebo en Yokosuka tijdens transit en oefeningen na eerdere operaties), niet direct in de Golf van Tonkin. De directe luchtsteun en respons op het incident (strafing van Noord-Vietnamese PT-boten op 2 augustus en retaliatory strikes op 5 augustus) kwamen van de USS Ticonderoga (CV-14) en later USS Constellation (CV-64), onder operationeel commando van Rear Admiral Robert B. Moore.
Morrison had als divisiecommandant een strategische rol in de gereedheid en coördinatie van carrier-operaties in de Seventh Fleet tijdens de escalerende spanningen, maar was niet direct betrokken bij de tactische acties op 2-5 augustus. De Bon Homme Richard arriveerde pas op 2 november 1964 in de Golf van Tonkin voor latere operaties aldaar.
Latere carrière
In 1967 werd Morrison gepromoveerd tot rear admiral. In 1968 commandeerde hij een Task Group binnen Task Force 77 (met USS Hancock als vlaggenschip) voor operaties tegen Noord-Vietnam en ondersteuning tijdens de Korean DMZ Conflict. In 1972 werd hij benoemd tot Commander Naval Forces Marianas, waar hij in 1975 leiding gaf aan de opvang van Vietnamese vluchtelingen op Guam na de val van Saigon.
Hij ontving onder meer de Legion of Merit (twee awards), Bronze Star (twee awards), Air Medal en diverse campagne-medailles.
Morrison was de vader van Jim Morrison, de leadzanger van de rockband The Doors.
