George Frederick Pinto

George Frederick Pinto
George Frederick Pinto
Geboortedatum 25 september 1785
Geboorteplaats Lambeth
Overlijdensdatum 23 maart 1806
Overlijdensplaats Chelsea
Stijl(en) klassieke muziekBewerken op Wikidata
Instrument(en) viool, pianoforte
(en) Discogs-profiel
(en) MusicBrainz-profiel
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

George Frederick Pinto (Lambeth, 25 september 1785 - Chelsea, 23 maart 1806) was een Engelse componist, violist en pianist. Hij stond bekend als een groot talent, maar door zijn vroegtijdig overlijden op twintigjarige leeftijd raakte hij al snel in de vergetelheid. Pas in de 20e eeuw zou zijn werk worden herontdekt.

Levensloop

George Frederick werd geboren als zoon van Samuel Saunders (ook wel gespeld als Sanders) en Julia Pinto. Samuel kwam al vroeg te overlijden en George zou de achternaam van zijn moeder aannemen.

Al op jonge leeftijd kwam George Pinto in aanraking met muziek. Zijn moeder componeerde en had het duet The Morning gepubliceerd, terwijl zijn Italiaanse grootvader Thomas Pinto een bekend violist was. Thomas Pinto was hertrouwd met de zangeres Charlotte Brent en zij oefende samen met moeder Julia een grote invloed uit op de muzikale opvoeding van de jonge George.

Viool en pianoforte

George Pinto kreeg als achtjarige vioolles van Johann Peter Salomon. Op 10 juni 1795 vond in het New Lyceum zijn eerste openbare optreden plaats: hij speelde een vioolconcert van Giovanni Mane Giornovichi. Pinto gaf tussen 1798 en 1803 regelmatig concerten in Engeland en zou ook twee maal in Parijs zijn geweest. Pinto's docent Salomon organiseerde op 10 maart 1800 een concert waarbij een sonate voor viool en piano werd uitgevoerd door de veertienjarige Pinto op viool en de toen zeventienjarige John Field op de piano.[1]

Naast de viool bespeelde Pinto ook de pianoforte. Dit instrument zou uiteindelijk zijn favoriet blijken. Hij werd door critici geprezen om zijn kwaliteiten op zowel de viool als de pianoforte en men voorzag een grote toekomst voor hem.

Overlijden

In 1804 werd Pinto ziek; waarschijnlijk leed hij aan tuberculose. Hierdoor kwam er een vroegtijdig einde aan zijn muziekcarrière. Van de concertserie die hij eind 1805 in Oxford zou spelen, kwam dan ook weinig terecht: Pinto was slechts in staat om één optreden te verzorgen. Dit zou tevens zijn laatste optreden ooit worden. In maart 1806 overleed hij.

Over de precieze doodsoorzaak is weinig bekend. Pinto werd vaak verweten dat hij een te uitbundig leven leidde en geen weerstand kon bieden aan de vele verleidingen. Dit zou uiteindelijk tot zijn dood hebben geleid.[2]

Werken

Pinto werd geroemd om zijn muzikale kwaliteiten. Zijn leermeester Salomon merkte op dat als Pinto langer had geleefd, hij een Engelse Mozart had kunnen worden. Volgens componist Samuel Wesley was er tot dan toe geen groter muzikaal genie geweest dan George Pinto. Tegelijkertijd werd Pinto door zijn tegenstanders verguisd wegens zijn homoseksualiteit. Ook zou hij lui zijn, zich te veel overgeven aan de geneugten van een luxe leven, en zijn tijd verspillen.

Als componist schreef hij vooral voor de piano, waaronder pianosonates, een Fantasia and Sonata en Favorite Airs with Variations. Zijn werk vertoont invloed van onder andere Mozart, maar sorteert ook alvast voor op het werk van latere componisten als Franz Schubert en Frédéric Chopin. Mogelijk was Pinto's werk van invloed op Ludwig van Beethoven.[2]

Voor de viool schreef hij onder andere duetten. Ook is er een viertal sonates voor viool en piano. Verder is er van Pinto een vioolconcert bekend, dat overigens verloren is gegaan.

Pinto componeerde tevens een aantal zangstukken. Het is duidelijk dat hij zelf geen zanger was: tekst en muziek zijn soms uit balans. Toch kunnen ze als veelbelovend worden beschouwd voor een componist die nog geen twintig jaar oud was.

Hieronder een selectie van zijn composities:

  • 3 Divertimentos opus 1 (1801), verloren gegaan werk voor piano
  • 3 Favorite Airs with Variations opus 2 (1802?), voor piano
  • 2 Grand Sonatas opus 3 (1803), voor piano
  • Sonata for Scotland (1803), onvoltooid gebleven pianosonate
  • 6 Canzonets (Birmingham, 1803?), liederen

Productief en slordig

Pinto's composities zijn in een relatief korte periode van drie jaar geschreven, terwijl hij ook nog druk was met het geven van optredens. Dit productieve bestaan staat dus in schril contrast met de beschuldigingen over zijn vermeende luiheid. Overigens leek hij wel slordig te werken: het manuscript van de onvoltooide Sonata for Scotland vertoont tekenen van ongeduld en haast. Ook in zijn gepubliceerde muziekstukken zaten opmerkelijk veel fouten, voortgekomen uit onzorgvuldigheid.

Vergeten en herontdekt

Na zijn dood raakte Pinto al snel in de vergetelheid. Halverwege de 19e eeuw was er een korte heropleving, maar daarna verdween de interesse weer. Pas in de jaren 60 van de 20e eeuw werden de kwaliteiten van Pinto's composities herontdekt en op waarde geschat.

Bach?

Rond 1800 was er in Engeland sprake van een herwaardering van het werk van Johann Sebastian Bach. Vooral de cyclus Das wohltemperierte Klavier trok de aandacht en Samuel Wesley beweerde dat Pinto hem als eerste op deze composities had gewezen. Aan deze lezing wordt echter ook getwijfeld.

In hoeverre Pinto betrokken was bij Bachs muziek, is nog steeds onduidelijk. In zijn eigen composities komen geen duidelijke invloeden van Bach terug.

Zie de categorie George Frederick Pinto van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.