Gecarcoidea natalis

Gecarcoidea natalis
Gecarcoidea natalis
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Onderstam:Crustacea (Kreeftachtigen)
Klasse:Malacostraca
Orde:Decapoda (Tienpotigen)
Superfamilie:Grapsoidea
Familie:Gecarcinidae
Geslacht:Gecarcoidea
Soort
Gecarcoidea natalis
(Pocock, 1889)
Gecarcoidea natalis
Christmas Island, het leefgebied van de rode krab
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Gecarcoidea natalis op Wikispecies Wikispecies
(en) World Register of Marine Species
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Gecarcoidea natalis is een grote landkrab die vooral voorkomt op Christmaseiland en ook op North Keeling, een van de Cocoseilanden. Het Christmas Island National Park (CINP) beschouwt deze krab als sleutelsoort.[1] Hij wordt ook wel rode krab of rode landkrab genoemd en is bekend van de jaarlijkse massale trek naar zee om te paren en te broeden.

Populatie

G. natalis is endemisch op twee tropische eilanden in de Indische Oceaan ten zuiden van Indonesië, die tot de externe territoria van Australië behoren.

Veruit de grootste populatie leeft op Christmaseiland, zo'n 350 kilometer ten zuiden van Java. Eind 20e eeuw liepen de aantallen terug en in het begin van de 21e eeuw werd geschat dat er 55 miljoen exemplaren waren,[1][2] maar sindsdien zijn de aantallen geëxplodeerd; anno 2025 maken zo'n 100 miljoen geslachtsrijpe exemplaren de trek naar zee; volgens een bestuurder van het CINP maakt per jaar de helft van de populatie de trek, zodat het werkelijke aantal 200 miljoen zou zijn.[2] Er leven minstens twintig krabbensoorten op Christmaseiland, de waterbewonende krabben niet meegeteld.[2]

De andere populatie is bijna duizend kilometer westelijker te vinden, op het onbewoonde atol North Keeling. Dit is honderd keer kleiner qua landoppervlak en hier is G. natalis een van de minstens 26 krabbensoorten, waarbij de waterbewonende krabben meegeteld zijn.[3]

Kenmerken en gedrag

Het rugschild van deze krab kan tot 11,6 centimeter lang worden. Ze zijn voornamelijk dieprood van kleur, maar er zijn ook oranje exemplaren aangetroffen. Bovenop en aan de kop hebben ze een symmetrische, bruine tot zwarte tekening, die per individu anders is. De tientallen tot honderden miljoenen rode krabben leven in vochtige, schaduwrijke plekken van het regenwoud, maar kunnen ook tussen rotsspleten overleven. Ze woelen de grond om voor het maken van holen of het zoeken van eten. Ze voeden zich vooral met plantaardig materiaal, zoals gevallen bladeren, fruit, bloemen en zaailingen, maar het zijn opportunistische omnivoren: ze eten ook afval en aas, waaronder dode soortgenoten.[4] Ze zijn overdag actief, maar blijven niet lang in de volle zon: met hun kieuwademhaling zijn ze kwetsbaar voor uitdroging.[4] In het droge seizoen blijven ze twee à drie maanden voornamelijk in hun holen.[5]

Trek naar zee

Aan het begin van de regentijd, meestal in oktober of november, trekken de krabben vanuit het regenwoud naar de zee om te paren. De vochtigheid van de regentijd is essentieel; als het droog blijft, gaan de dieren niet op pad.

De mannetjes gaan het eerst en de vrouwtjes sluiten aan. Langs de kust maken de mannetjes burchten waarin de paring plaatsvindt. Dan gaan de mannetjes weer terug naar het regenwoud, na een laatste bad in zee.[1] De vrouwtjes blijven ongeveer twaalf dagen in de vochtige burchten die hen beschermen tegen uitdroging. Ze broeden er gemiddeld 100.000 eitjes uit en bij de vloed die tussen het laatste kwartier en nieuwe maan opkomt, lopen ze naar de kustlijn om hun eieren in zee te leggen.[5] Het tij is dan het meest gelijkmatig; als de krabben door het weer of andere oorzaken opgehouden zijn en deze stabiele periode niet halen, wachten ze met eierleggen tot de volgende maanmaand.[5]

Als de eieren in contact komen met het water, komen de larven uit en het terugtrekkend tij neemt ze mee de zee in. In een maand zullen ze uitgroeien en wanneer ze vijf millimeter groot zijn, verlaten ze de zee en trekken ook zij naar het regenwoud.

Ecosysteem en hazewindmier

Een dode gekko wordt door hazewindmieren weggesleept.

Door hun enorme aantal zijn de krabben belangrijk voor het ecosysteem in het regenwoud. Hun uitwerpselen zijn een ideale bemesting en hun graafwerk zorgt voor een zuurstofrijke bodem. Bovendien eten de krabben zaailingen, waarmee ze verhinderen dat bepaalde planten, heesters en bomen groot worden. Waar de krabben verdwijnen, gaan stekelige struiken uit de brandnetelfamilie, zoals Dendrocnide peltata, overheersen.

Invasieve exoten kunnen het ecosysteem van geïsoleerde eilanden zoals Christmaseiland uit balans brengen en kwetsbaar maken voor nieuwe exoten.[6] De hazewindmier vormt zo'n bedreiging.[7] Deze exoot van onbekende herkomst is op zijn laatst in de jaren 1930 op het eiland gekomen en was decennialang in beperkte aantallen aanwezig. Vanaf 1989 werden er echter superkolonies ontdekt,[8] die miljarden exemplaren kunnen omvatten; in 2001 besloegen de superkolonies een kwart van het regenwoud.[8] De hazewindmier doodt landkrabben, bodembewonende reptielen en andere dieren die foerageren op de afgevallen bladeren. De mier immobiliseert krabben door mierenzuur in hun ogen, monddelen en gewrichten te spuiten, waardoor ze vaak binnen 48 uur sterven,[8][7] zodat de mieren hun karkas leeg kunnen eten.

De krabbenpopulaties liepen in het begin van de 21e eeuw sterk terug.[7] Vooral onder de rode landkrabben maakte de hazewindmier veel slachtoffers, maar vanwege zijn enorme aantallen was hij geen directe bedreiging. Wel heeft de mier het karakter en de biodiversiteit van het bos totaal veranderd, mede doordat hij de ondergrondse holen van krabben in gebruik neemt,[8] wat hun terugkeer bemoeilijkt. Het eiland werd een lappendeken van scherp afgebakende gebieden met mieren en gebieden met krabben.[8]

In 2001 werd de achteruitgang van de krabben vertraagd door chemische bestrijding van de mier, maar dit was arbeidsintensief. Het was echter bekend dat de mier de zoete uitscheiding van een schildluizensoort als stapelvoedsel nodig had en vanaf 2016 wordt deze Tachardina aurantiaca bestreden met de wesp Tachardiaephagus somervillei.[7] De sindsdien sterk groeiende aantallen krabben worden met deze biologische bestrijding in verband gebracht.[2]

  • Video | Drone filmt migrerende krabben op Australisch eiland. NU.nl.

Bronnen


  1. 1 2 3 (en) Christmas Island National Park — Red crabs Geraadpleegd 2 oktober 2017. Gearchiveerd op 24 november 2017.
  2. 1 2 3 4 (en) "Rakes at the ready as annual red crab migration begins", ABC News, 21 oktober 2025. Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
  3. (en) Crabs | Pulu Keeling National Park | Parks Australia. pulukeelingnationalpark.gov.au. Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
  4. 1 2 (en) toni, Christmas Island Red Crab - Creature Feature. WiseOceans (22 december 2022). Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
  5. 1 2 3 (en) Christmas Island Red Crab | National Geographic. Animals (9 november 2010). Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
  6. (en) Classics: Invasion Meltdown. ConservationBytes.com (25 oktober 2008). Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
  7. 1 2 3 4 (en) "How a wasp could save Christmas Island's crabs from crazy ants", ABC News, 3 december 2016. Geraadpleegd op 23 oktober 2025.
  8. 1 2 3 4 5 (en) O'Dowd, Dennis J., Green, Peter T., Lake, P. S. (2003). Invasional ‘meltdown’ on an oceanic island. Gearchiveerd op 11 augustus 2014. Ecology Letters 6 (9): 812–817. ISSN:1461-0248. DOI:10.1046/j.1461-0248.2003.00512.x.