Geb (mythologie)
| Geb | ||||
|---|---|---|---|---|
| Keb, Seb | ||||
| Geb | ||||
| Oorsprong | Egyptische mythologie | |||
| Cultuscentrum | Heliopolis | |||
| Gedaante | Man (met fallus), soms gans of rode kroon op hoofd, vaak liggend op de grond | |||
| Dierlijke verschijning | soms gans | |||
| Associatie | Aarde, vruchtbaarheid | |||
![]() | ||||
| ||||
Geb (later ook: Keb) is in de Egyptische mythologie de god van de aarde. Volgens een scheppingsverhaal uit On/Heliopolis was hij de zoon van de luchtgod Sjoe en de godin Tefnut, op hun beurt ongeslachtelijk voortgebracht door de scheppergod Atoem van Heliopolis.
Zijn zuster Noet, de hemelgodin was voor het ontstaan/de de geboorte van de zonnegod Re, dus zolang het oerdonker was, met de 'lam' (de woordstam van zijn naam) op de bodem liggende Geb verenigd en zo kregen zij hun kinderen Osiris, Isis, Seth en Nephthys. Geb en de overigen behoorden aldus tot de Enneade (Negenheid) van Heliopolis.
Geb was ook een vruchtbaarheidsgod en wordt daarom regelmatig groen afgebeeld in een menselijk en ithyfallisch lichaam. Hij kon een koningskroon dragen, soms was een kolgans op zijn hoofd afgebeeld, zoals in het graf van koningin Nebettawy in Biban el-Hagi Hamed in Thebe-West. (Cf. K.R.Lepsius, Denkmaeler III: Westliches Theben. Biban el-Hagi Hamed 6-9, p.229). De naam van die soort gans spelde men namelijk eveneens als gb. Het hierogliefisch teken van een kolgans (uitzonderlijk en foutief dat van een nijlgans -zoals in het rotsgraf van Sarenpoet I in Qubbet el Hawa tegenover Aswan- geldt louter als fonetisch teken, nooit als 'heilige vogel' van deze godheid voor welk idee geen tekst- of afbeeldingsbron voor handen is. In vooral mythologische papyri en op antropomorfe doodkistwanden vanaf de 21e Dynastie ziet men Geb wel nog liggende onder zijn zuster Noet, het hemelgewelf dat werd n opgeheven door hun zoon Sjoe, mythologische verbeelding van de lege lucht met wind, levensadem en wolken.
Als aardgod werd hij ook beschouwd als 'vader der slangen'. Daarom werd hij regelmatig aangeroepen in mythisch-magische afweerspreuken tegen dat en vergelijkbaar kruipend ongedierte (b.v. schorpioenen) dat uit hem voortkwam. Evenzo gold Geb als partner van de oogst- en opvoedingsgodin in cobragedaante, Renenutet, als vader van de oerslang Nehebkau.
Aardbevingen worden de aardgod toegeschreven als het 'gelach van Geb'. Als de ba-verschijning van een menselijke overledene zijn graf wil verlaten, moet Geb als onderwereldgodheid daartoe 'zijn mond openen'. Geb 'ving' de dode zielen van slechte mensen, zodat ze het hiernamaals niet in konden.
