Gabriele Colonna di Cesarò

Gabriele Colonna di Cesarò
Plaats uw zelfgemaakte foto hier
Algemeen
Volledige naam Calogero Gabriele Colonna Romano di Cesarò
Geboortedatum 30 april 1841
Geboorteplaats Joppolo Giancaxio, koninkrijk der Beide Siciliën
Overlijdensdatum 8 juli 1878
Overlijdensplaats Livorno, koninkrijk Italië
Regio Sicilië
Land Vlag van Italië Italië
Titulatuur licentiaat in de rechten; hertog, markies, baron
Alma mater Universiteit Palermo
Functies
1860-1860 Revolutionair
1861-1861 Diplomaat
1862-1871 Gemeenteraadslid Palermo; provincieraadslid Palermo; provincieraadslid Messina
1871-1878 Afgevaardigde Camera dei Deputati
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Hertogelijk kasteel in Joppolo Giancaxio, Sicilië
Garibaldi gewond in de Slag in Aspromonte (1862); Colonna was ook gewond (niet afgebeeld op het schilderij)

Calogero Gabriele Colonna Romano, 6e hertog van Cesarò (Joppolo Giancaxio, 3 april 1841Livorno, 8 juli 1878) was een edelman, jurist en revolutionair in het Koninkrijk der Beide Siciliën. In het eengemaakte koninkrijk Italië was hij actief als diplomaat, schrijver en politicus. Hij zetelde in de Kamer van Afgevaardigden of Camera dei Deputati van 1871 tot 1878.

Titels

Van zijn vader Giovanni Colonna Romano Filingeri (1810-1869) erfde hij de titels van hertog van Cesarò, markies van Fiumedinisi en baron van Joppolo, Godrano en Fiumedinisi.

Levensloop

Zijn ouders waren hertog Giovanni Colonna Romano Filingeri, uit het oude geslacht Colonna op Sicilië, en vrouwe Maria Giuseppa de Gregorio. Reeds als tiener volgde hij het revolutionaire en liberale gedachtegoed van zijn vader. Ze bestreden het Bourbonregime dat aan de macht was in het koninkrijk der Beide Siciliën. Hij richtte het tijdschrift La Scienza e la letteratura op toen hij zeventien jaar was.

Colonna vocht mee met zijn vader in het jaar 1860, het jaar dat Garibaldi met zijn Roodhemden Sicilië binnenviel. Het Bourbonregime wankelde. Zowel vader als zoon Colonna werd achter de tralies gezet in Palermo, terwijl het oproer in heel Sicilië uitbrak. De Bourbongezinde soldaten mishandelden Calonna in de cel, evenals andere jonge edellieden die daar opgesloten zaten.[1] Uiteindelijk verjoegen de revolutionairen de laatste Bourbongezinde soldaat uit Sicilië (1860). De vrijgelaten Colonna steunde koning Victor Emanuel II van het huis Savoye, die Sicilië deed aansluiten bij Italië.

Een jaar later, in 1861, was Colonna afgestudeerd als jurist aan de universiteit van Palermo. Hij werkte als attaché op de Italiaanse ambassade in Londen en in Parijs.

Ondanks zijn interesse voor een diplomatieke carrière sloot hij zich als vrijwilliger aan bij Garibaldi. Deze wilde met de Roodhemden de Kerkelijke Staat binnenvallen en annexeren (1862). Italië wilde dit toen (nog) niet. Het kwam tot een gevecht tussen de Roodhemden en de troepen die het centrale Italiaanse gezag trouw bleven: de Slag in Aspromonte (1862) in Calabrië. De troepen van het huis Savoye wonnen. Garibaldo raakte er gewond. Colonna geraakte eveneens gekwetst, en behield voor de rest van zijn leven een zwakke gezondheid over aan de gevechten in Calabrië. Een herstart van zijn diplomatieke carrière in dienst van het huis Savoye was gefnuikt. Zijn vader werd intussen in 1862 senator voor het leven.

Colonna wierp zich in de literatuur en de lokale politiek. Hij schreef voor de Rivista contemporanea nazionale in Turijn. Hij stichtte een tijdschrift en een krant: de Rivista Sicula en de Gazzetta di Palermo. Voor beide was hij eigenaar en co-directeur. Daarnaast was hij een lokaal politicus: hij was gemeenteraadslid in Palermo, provincieraadslid in Palermo, alsook provincieraadslid en provincieraadsvoorzitter in Messina.[2]

In 1870 werd hij door cijnskiezers gekozen als parlementslid: zowel in Aragona[3][4] als in Ragusa was hij verkozen tot volksvertegenwoordiger. Het parlement keurde zijn verkiezing af omdat hij niet de vereiste leeftijd van dertig jaar had. Nadat het Kamerlid Cafisi aftrad in 1871, bekwam Colonna alsnog een zitje in het parlement, voor Aragona. Colonna werd herverkozen in 1874 en in 1876. Hij zetelde er tot zijn dood (1878). In de Camera dei Deputati interesseerde Colonna zich in buitenlandse zaken.[5]

Literair werk

Naast zijn journalistieke werk voor de Rivista Sicula en de Gazetta di Palermo, schreef Colonna politieke essays en korte romans. Zijn romans zijn onder invloed van het naturalisme van Franse auteurs. Zo schreef hij :

  • Un povero amore (Palermo 1859)
  • L’annessione italiana e la Francia (1864) in het tijdschrift Rivista contemporanea nazionale italiana. In dit essay stak hij zonder bewondering voor het Verenigd Koninkrijk niet onder stoelen of banken. Hij betreurde dat noch de Venetianen noch de Italianen in de Kerkelijke Staat konden toetreden tot Italië.
  • Storia d’un uomo raccontata ad Aspromonte (Palermo 1865)
  • Storia di una donna (Palermo 1868)
  • Vendetta di avvocato (1869) in het tijdschrift Rivista Sicula
  • Umor gaio ed umor nero (Palermo 1870): dit is een bundel van romans.
  • Circa alla sicurezza pubblica in Sicilia (Palermo 1877).

Gezin

Colonna huwde in 1876 met barones Emmelina Sonnino de Renzis, zus van de diplomaat Sidney Sonnino, die later minister werd. Hij overleed in Livorno in 1878 – 36 jaar oud - toen hun zoontje Giovanni enkele maanden oud was. Giovanni Antonio Colonna, de 7e hertog van Cesarò, werd later minister van Post en Telegrafie.