Hij begon met voetbal bij de Amsterdamse afdelingsclub Arta. Op elfjarige leeftijd ging hij naar Ajax waar hij per 1 januari 1956 als lid werd ingeschreven. Hij speelde in zijn jeugdjaren meestal op het middenveld.
In april 1963 nam hij als achttienjarige deel aan het Europees kampioenschap in Engeland. Hij speelde de drie pouleduels (een zege, twee nederlagen) op het EK dat officieel UEFA Jeugdtoernooi heette.[1]
Een maand eerder maakte hij zijn interlanddebuut in de kwalificatiewedstrijd tegen Wales. Het Nederlands jeugdelftal plaatste zich in dat duel, op 6 maart 1963, voor het eindtoernooi door een 11-2 overwinning.[2]
Ajax
De Haan doorliep bij Ajax de jeugdopleiding en debuteerde op 22 november 1964, een dag na zijn twintigste verjaardag, in het eerste elftal. Hij stond in de basis bij de thuiswedstrijd tegen PSV die Ajax met 5-0 won. Hij speelde samen met de zeventienjarige Johan Cruijff die een week eerder zijn debuut had gemaakt.
Een doorbraak bleef uit, mede doordat hij in die periode zijn militaire dienstplicht moest vervullen. In twee achtereenvolgende seizoenen kwam hij alleen uit voor het tweede elftal.
Hij scoorde bij zijn rentree zijn enige competitietreffer voor Ajax 1, op 5 november 1967 in de met 9-1 gewonnen thuiswedstrijd tegen N.E.C.. Hij kwam direct na het openingskwartier als invaller binnen de lijnen voor de geblesseerde Tonnie Pronk. Met een boogbal bracht De Haan vier minuten na zijn invalbeurt de stand op 3-0.[3]
Na afloop van dat seizoen werd hij aan Haarlem verkocht.[4]
Haarlem
Bij zijn nieuwe club Haarlem duurde het, mede door een knieblessure, enkele maanden voordat hij een vaste stek had veroverd. Vanaf januari 1969 verdween hij niet meer uit het elftal. Haarlem legde beslag op de tweede plaats in de Eerste divisie, op een punt achterstand van kampioen SVV. Beide clubs promoveerden rechtstreeks naar de Eredivisie. Na twee jaar moest Haarlem weer een stap terugdoen. Maar de club slaagde erin direct weer terug te keren op het hoogste platform. De Haan vormde samen met Gerrit Peijs het centrale duo in de verdediging. Na het kampioenschap in het seizoen 1971/72 hield de Haarlemse club drie jaar stand in de Eredivisie.
De Haan, staand 4e van rechts, met promotie-elftal Haarlem naar Eredivisie (1 juni 1969).
Blessure
De Haan raakte op 27 januari 1974 voor het eerst in zijn loopbaan zwaar geblesseerd. In de met 0-1 verloren wedstrijd tegen Feyenoord liep hij een bovenbeenblessure op. Hij speelde het duel nog uit, maar door een spierscheuring was hij voor de rest van het seizoen uitgeschakeld.[5] In het seizoen 1974/75 was hij weer fit maar hij kreeg van trainer Barry Hughes geen vaste basisplaats meer. Hij kwam in dat seizoen nog tot negen optredens. In mei 1975 kreeg hij van Haarlem een vrije transfer.[6] Op 30-jarige leeftijd was zijn profloopbaan ten einde en hij ging spelen voor amateurclub OSV in zijn woonplaats Oostzaan.[7]
Tijdens zijn spelersloopbaan behaalde hij de trainersdiploma’s D en C. Hij was onder meer twee periodes als hoofdcoach werkzaam bij FC Amstelland. In 1987 keerde hij terug bij Ajax als jeugdtrainer dat hij zeven seizoenen zou blijven.
De Haan was als voetballer semiprof, hij werkte daarnaast bij de verzekeringstak van de ABN Bank.