Frederik Johann Hinrichs
| Frederik Johann Hinrichs | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Geboren | 9 december 1838 Heusden | |
| Overleden | 10 juli 1909 Delft | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | Intendance | |
| Rang | Generaal-majoor titulair | |
Frederik Johann Hinrichs (Heusden, 9 december 1838 - Delft, 10 juli 1909) was een Nederlands generaal-majoor titulair der intendance.
Biografie
Frederik Johann Hinrichs was de zoon van de conducteur der artillerie Lubbe Eden Hinrichs en Elizabeth Johanna Grul.[1] Hij was de broer van de onderwijzer Andries Wouter Nicolaas Hinrichs. In 1865 trouwde Hinrichs met Isabella Maria Canneel met wie hij vier kinderen kreeg.[2]
Militaire loopbaan
Op 17-jarige leeftijd trad Hinrichs in dienst als kanonnier bij het Eerste Regiment Vesting-Artillerie. Op 16 november 1861 werd hij benoemd tot tweede luitenant en zes jaar later tot eerste luitenant. Op 25 juni 1873 werd hij benoemd tot militaire onderintendant tweede klas en op 31 maart 1881 tot kapitein-intendant. Op 19 april 1884 werd hij bevorderd tot majoor-intendant, op 4 april 1890 tot luitenant-kolonel-intendant en op 13 september 1893 tot kolonel-intendant. In de laatste jaren van zijn carrière was hij werkzaam bij de Eerste Militaire Afdeling in Amsterdam. Hinrichs was daarnaast tot 1884 verbonden aan de Commissie van herziening van de weduwen- en weezenkas voor landmachtofficieren. De commissie bestond uit vijf leden, onder wie de secretaris-generaal Gerrit de Bosch Kemper.[3]
Na eigen verzoek nam Hinrichs ontslag in 1895. Hij verkreeg het Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als officier met jaarteken XXX.[4] Tijdens zijn pensioen werd hem op 28 augustus 1906 zijn laatste rang verleend: generaal-majoor.[5]
Hinrichs overleed op 71-jarige leeftijd in Delft. Zijn begrafenis, waar naar zijn wens niet gesproken werd, vond plaats op begraafplaats Jaffa.[6]
Nevenactiviteiten
Frederik Johann Hinrichs was lid van het Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap[7] en de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap. Daarnaast was hij vanaf 1889 voorzitter van de verzekeringsmaatschappij Eigen Hulp in Utrecht.[8]
Persoonlijk
Hinrichs was de grootvader van sergeant Robert Hinrichs, die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwam bij de Birma-Siam-spoorweg.[9]
Publicaties
- Hinrichs, F.J. (1890). Handleiding tot de kennis der militaire administratie bij de korpsen van het leger in Nederland, ten dienste van hen, die zich voor het officiersexamen voorbereiden. Broese, Breda.
- Hinrichs, F.J. (1896). Vergadering van Vrijdag 20 December 1895. Verslag Vereeniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap 1895-1896: p. 130-179
- ↑ Geboorteregister van Streekarchief Langstraat Heusden Altena, Salha.nl. Gearchiveerd op 25 januari 2023.
- ↑ "Eerste Huwelijks-Afkondiging", Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 15 oktober 1865, p. 2.
- ↑ (1884). Personeele berichten. Genealogische en heraldische bladen : Maandblad voor geslacht-, wapen- en zegelkunde Vol. 3
- ↑ "Officiersboekjes, Periode: 1895, blad 031", Nlme.nl. Gearchiveerd op 25 januari 2023.
- ↑ "F.J. Hinrichs", Delftsche courant, 14 juli 1909, p. 2. Geraadpleegd op 18 februari 2024. – via Delpher.
- ↑ "Begrafenis generaal-majoor F. J. Hinrichs", De Telegraaf, 14 juli 1909. Geraadpleegd op 18 februari 2024. – via Delpher.
- ↑ Verslag van den toestand van het Koninklijk Zoölogisch Botanisch Genootschap te 's-Gravenhage. Het Genootschap, Den Haag (1864), pp. 36, 55.
- ↑ (1893). "Eigen Hulp" (District U. der Vereeniging). Jaarboek van den Nederlandsche coöperatieve bond jrg. 3: p. 192
- ↑ Robert Hinrichs. Oorlogsgravenstichting.nl. Gearchiveerd op 25 januari 2023.
