Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap
| Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap KZBG | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Locatie | ||||
| Land | Nederland | |||
| Hoofdkantoor | Den Haag | |||
| Activiteiten en ideologie | ||||
| Activiteiten | Botanie en zoölogie | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Opgericht | 14 november 1861 | |||
| Opgeheven | 1943 | |||
| Organisatiestructuur | ||||
| Rechtsvorm | vereniging | |||
| Links | ||||
| ||||
Het Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap (voluit: Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap van Acclimatatie, KZBG) was een Nederlandse vereniging gevestigd in Den Haag, opgericht in 1861. Het Genootschap had tot doel de kennis van dieren en planten te bevorderen en combineerde wetenschappelijke studie met praktische toepassingen, in het bijzonder de acclimatisatie van uitheemse soorten.
Geschiedenis
Het Genootschap werd in 1861 opgericht, met Koning Willem III als beschermheer en baron Van Brienen van de Groote Lindt als eerste voorzitter. De officiële opening van de Haagsche Dierentuin vond plaats in juni 1863. In die tijd bestonden er in Europa slechts drie dierentuinen, waaronder Artis in Amsterdam (1838) en Rotterdam (1857).
Bij de oprichting telde Den Haag circa 80.000 inwoners, en het Genootschap had 1.500 leden. Het ledental groeide in 1884 naar 2.728, met een jaarlijkse contributie-opbrengst van ƒ 58.000. Het Genootschap speelde een prominente rol binnen de Haagse elite: leden waren vaak afkomstig uit het koninklijk huis, de adel, de hogere ambtenarij en militaire en koloniale kringen.
De collectie van de dierentuin werd deels verkregen via donaties van koloniale bewoners uit Nederlands-Indië en Suriname, en deels via handelaren. De dierverzameling omvatte veel soorten zoogdieren, vogels, lagere gewervelden en ongewervelden, waaronder bijzondere exemplaren zoals de Sumatran orang-oetan, de black mangabey en de Japanse reuzensalamander. Bij de eerste inventarisatie in 1864 beschikte de dierentuin over 55 zoogdieren van 27 soorten, 493 vogels van 131 soorten en 37 reptielen van 9 soorten.
Het Genootschap beheerde het terrein van de voormalige grof geschutgieterij, een plantsoen en diergaarde, een Vereenigingsgebouw met muziektent, diverse dier- en vogelverblijven, werkplaatsen, magazijnen, administratiegebouwen en een directeurwoning. In latere jaren werden kassen en serres toegevoegd.
Het hoofdgebouw, ontworpen door architect H. Westra Jr. in 1892, bevatte grote en kleine zalen waar congressen, tentoonstellingen en jaarbeurzen werden gehouden. De tuin stond ook bekend om haar concerten van de Koninklijke Militaire Kapel tijdens de zogenaamde theestoventijd, waarbij voorname burgers thee dronken tijdens de avondconcerten.[1]
Het Genootschap kampte vrijwel continu met financiële problemen. De grond was oorspronkelijk gekocht voor ƒ 150.000, maar in 1936 stelde het gemeentebestuur van Den Haag voor om de Haagsche Dierentuin over te nemen voor ƒ 850.000. De gemeente nam het terrein en de gebouwen over en verhuurde deze vanaf 1 juli 1936 aan een nieuw opgerichte naamloze vennootschap: Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap N.V. “De Dierentuin”.[2]
De dierentuin werd in 1943 gesloten op bevel van de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Literatuur
- (en) Bruggen, Adolf C. van (2013). Koninklijk Zoölogisch-Botanisch Genootschap, the Zoological Garden in The Hague, 1863-1943, a Retrospect after Seventy Years from the Point of View of a Zoologist. Der Zoologische Garten.
- ↑ "De Haagsche Dierentuin. Dagen van glorie in den „theestoventijd”. Wordt Gemeentelijke Instelling", De locomotief, 16 juni 1936. – via Delpher.
- ↑ "AANKOOP HAAGSCHEN DIERENTUIN DOOR DE GEMEENTE", De banier : staatkundig gereformeerd dagblad, 16 mei 1936. – via Delpher.
