Frederik Gustaaf Alexander van Ermel Scherer
| Frederik Gustaaf Alexander van Ermel Scherer | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Geboren | 3 juli 1841 Delft | |
| Overleden | 6 augustus 1914 Amsterdam | |
| Rustplaats | Oud Eik en Duinen | |
| Land/zijde | ||
| Onderdeel | Artillerie | |
| Dienstjaren | 1856-1909 | |
| Rang | Luitenant-generaal | |
| Onderscheidingen | zie onderscheidingen | |
Frederik Gustaaf Alexander van Ermel Scherer (Delft, 3 juli 1841 – Amsterdam, 6 augustus 1914) was een Nederlands luitenant-generaal der artillerie. Hij diende onder meer als inspecteur der Artillerie en gouverneur der Residentie.
Biografie
Van Ermel Scherer werd geboren als zoon van Gustav Moriz Scherer en Cornelie Elisabeth van Ermel. Bij Koninklijk Besluit in 1894 werden de achternamen van zijn ouders samengevoegd tot Van Ermel Scherer.
Hij trad in 1856 vrijwillig in dienst als kanonnier 2e klasse bij het 3e Regiment Vestingartillerie. Na een detachering bij de Artillerie Stapel- en Constructiemagazijnen (1871–1873) werd hij lid van de Commissie van Proefneming, een functie die hij ook na zijn benoeming tot kapitein der 2e klasse op 15 mei 1875 behield.
Vanaf 1879 vervulde Van Ermel Scherer diverse functies binnen het Departement van Oorlog. In 1888 werd hij benoemd tot hoofd van de IVe Afdeling van het departement. In 1891 werd hij overgeplaatst naar het 1e Regiment Vestingartillerie.
In 1898 volgde zijn benoeming tot generaal-majoor en commandant der vestingartillerie. Twee jaar later, in 1900, werd hij tevens gouverneur van de Residentie. Zijn benoeming tot luitenant-generaal en Inspecteur der Artillerie vond plaats op 3 mei 1902. Na de reorganisatie van 1908 kreeg hij de titel Inspecteur-Generaal der Artillerie. Deze functie verviel in 1909. Op 1 oktober van dat jaar ging hij op eigen verzoek met eervol ontslag.
Tijdens zijn inspecteurschap vonden meerdere organisatiewijzigingen binnen het wapen der artillerie plaats. In deze periode werd ook het 7,5 cm snelvuurgeschut (“7 veld”) ingevoerd, waarvan de wettelijke basis in 1904 werd vastgesteld. Van Ermel Scherer volgde de voorafgaande proefnemingen met bijzondere belangstelling.[1]
Van Ermel Scherer overleed in 1914 in een diaconessenhuis te Amsterdam.[2] Hij werd begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag.
Staat van dienst
- Kanonnier tweede klasse: 1856
- Korporaal: 1858
- Sergeant: 1859
- Tweede luitenant: 1861
- Eerste luitenant: 1866
- Kapitein: 1875
- Majoor: 1888
- Luitenant-kolonel: 1892
- Kolonel: 1895
- Generaal-majoor: 1898
- Luitenant-generaal: 1902
Onderscheidingen
Van Ermel Scherer was onderscheiden met verschillende Nederlandse en buitenlandse ridderorden:
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1883)
- Ridder in de Orde van de Dannebrog (1881)
- Ridder in de Orde van Sint-Maurits en Sint-Lazarus (1883)
- Ridder in de Leopoldsorde (1887)
- Officier in het Legioen van Eer (1891)
- Grootkruis van de Orde van de Heilige Schatten (1906)
Publicatie
- Het wetsontwerp ter verbetering der kustverdediging. Veen, Amsterdam (1910).
Bron
- Ministerie van Oorlog, Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, Archief 2.13.04, Nationaal Archief, Den Haag
- ↑ Roo van Alderwerelt, J.K.H. (1939). De grootmeester en de inspecteurs der Artillerie van de Koninklijke Landmacht van 1814 tot 1939. Koninklijke Nederlandsche Vereeniging "Ons Leger", p. 106.
- ↑ "LEGER en MARINE. Generaal van Ermel Scherer †", Arnhemsche courant, 8 augustus 1914. – via Delpher.
