Fraters van Utrecht
De Fraters van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart, beter bekend als de Fraters van Utrecht, is een rooms-katholieke broederconcregatie die met name actief was in het onderwijs. De congregatie werd in 1873 in Utrecht opgericht door aartsbisschop Andreas Ignatius Schaepman. Het doel van de congregatie was het verzorgen van onderwijs aan de jeugd, met name aan degenen die het minder goed hadden. Hoewel de congregatie inmiddels uitstervende is in Nederland, is zij nog steeds actief in Indonesië en Kenia.
Oprichting en vroege jaren
De congregatie werd in 1873 opgericht, nadat aartsbisschop Schaepman tevergeefs had geprobeerd om fraters van andere congregaties aan te trekken. In dat jaar verzamelde hij drie jongemannen, waaronder Antonius Vonk, en stuurde hen naar de Fraters van Tilburg om te worden opgeleid. Vonk, die later bekend zou worden als Pater Bonifacius, werd in 1873 de eerste algemeen overste.
De congregatie begon haar werk in de St.-Gregoriusschool in Utrecht. Aanvankelijk verliep de groei moeizaam, mede door het autoritaire en ongeschikte leiderschap van Pater Vonk, die later met stille trom de congregatie verliet. Vanaf de jaren 1890 begon de congregatie langzaam te herstellen en groeide het ledenaantal.
Groei en werkzaamheden (1900-1945)
De congregatie breidde haar werkzaamheden uit met het bemannen van scholen in Hilversum (1904), Lichtenvoorde (1954), en Emmen (1956), en nam de zorg voor het katholieke jongensweeshuis 'Leo-gesticht' in Borculo op zich in 1908. In 1917 volgde een vestiging in Arnhem, waar een school werd overgenomen. De Fraters van Utrecht waren ook actief in het jeugdwerk, deels onder de arbeidersjeugd en later ook onder werkloze jongeren tijdens de Grote Depressie.
In 1928 startten de fraters hun missiewerk in Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). Ze richtten scholen en internaten op op Java, Sumatra en Celebes. Later volgden ook vestigingen op Timor en Flores. Dit was een bewuste strategische stap, omdat men hoopte dat het missiewerk de congregatie nieuw elan en meer roepingen zou opleveren.
De congregatie speelde een belangrijke rol in de opleiding van onderwijzers. Aanvankelijk door een eigen 'normaalschool', en later door het bemannen van de Aartsbisschoppelijke Kweekschool St. Ludgerus in Hilversum vanaf 1909. In 1918 richtte de congregatie ook haar eigen St.-Jozefkweekschool op in Utrecht.
Naoorlogse periode
Na de Tweede Wereldoorlog beleefde de congregatie een laatste bloeiperiode, gekenmerkt door uitbreiding van de scholen en een diversificatie van werkzaamheden naar onder andere het buitengewoon lager onderwijs (BLO). De fraters vestigden zich onder meer in Amstelveen, Lichtenvoorde, en Hengelo. In 1959 werden de constitutionele regels en gebruiken van de congregatie herzien, wat resulteerde in grotere persoonlijke vrijheid voor de fraters.
Vanaf de jaren zestig van de 20e eeuw begon een periode van terugtrekking uit Nederland. De congregatie werd geconfronteerd met een drastische afname van het aantal roepingen en een stijgende gemiddelde leeftijd van haar leden. In de jaren erna werden de juvenaten gesloten en stopte de instroom van novicen vrijwel volledig. De congregatie trok zich geleidelijk terug uit het onderwijs, en gaf de leiding van haar scholen en kweekscholen over aan lekenbesturen. Er zijn geen Nederlandse fraters meer met een officiële baan in het onderwijs of de jeugdzorg, omdat alle Nederlandse leden ouder zijn dan 65. Ondanks deze terugtrekking, speelden individuele fraters nog steeds een rol als sociaal werker of in pastoraal werk in de parochies.
De congregatie is ook actief in Kenia sinds 1958, waar ze onderwijs gaven en sociale projecten uitvoeren. Tegenwoordig werken Indonesische fraters in Kenia, waar ze een straatkinderenproject en een studiehuis ondersteunen.
In 2004 verhuisde de hoofdzetel van de congregatie van De Bilt naar Malang in Indonesië. Deze verhuizing markeerde een officiële verplaatsing van de kerkelijke verantwoordelijkheid. Het proces van "Indonesianisatie," waarbij bestuurlijke functies van Nederlandse naar Indonesische fraters werden overgedragen, begon in 1954 en werd in 2006 voltooid toen het Algemeen Bestuur volledig uit Indonesische fraters bestond. In Indonesië zijn de fraters nog steeds actief in scholen en internaten.
Literatuur
- J.P.A. van Vugt, Broeders in de katholieke beweging. De onderwijsactiviteiten van vijf Nederlandse onderwijscongregaties van broeders en fraters, 1840-1970 (dissertatie Nijmegen 1994).
- J.P.A. van Vugt, In zorgzaamheid en eenvoud. De Fraters van Utrecht in jaren van verandering en overdracht, 1965-2000, 2001
- J.P.A. van Vugt, Vaders, zonen, broeders : de Indonesische Fraters van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart op weg naar zelfstandigheid in verbondenheid, 1928-2000, 2001