Franz Benedikt Dussek

Franz Benedikt Dussek
Sonata voor fortepiano en viool. door 'Franz Dussek detto Cormundi'
Sonata voor fortepiano en viool. door 'Franz Dussek detto Cormundi'
Volledige naam František Josef Benedikt Dusík
Ook bekend als Kormundl
detto Cormundy
Francesco Cormunni
Dussek-Cormundi
Cormundi di Czaslau
Geboren Čáslav, 22 maart 1765
Overleden na november 1817 (?)
Stijl(en) opera, klassieke muziekBewerken op Wikidata
Instrument fortepiano, viool, orgel
(en) Discogs-profiel
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Franz Benedikt Dussek (Čáslav, 22 maart 1765 - na november 1817), geboren als František Josef Benedikt Dusík, was een Boheemse componist, pianist, violist en organist.

Levensloop

Franz Benedikt Dussek was de zoon van Jan Josef Dussek (1738-1818) en Veronika Štěvetová (1735-1807). Hij was vernoemd naar zijn peetvader František Bojan. Het gezin telde acht kinderen, van wie Jan Ladislav Dussek en Veronika Dussek carrière maakten als componisten en pianisten.

Hij kreeg eerst muziekles van zijn vader, gevolgd door muziekonderwijs in Saar (het huidige Žďár nad Sázavou). In het benedictijner Emausklooster te Praag leerde hij muziektheorie en kreeg hij les op de cello, viool en het orgel. Hij werkte in dit klooster tevens als organist.

Vervolgens kwam Dussek in dienst van de gravin De Lützow. Zij nam hem mee op reis naar Italië, waar Dussek kennis kon maken met de Italiaanse muziekscène. Hij werkte hier in diverse theaters als violist, cellist, pianist en concertmeester. Zo trad hij op in Mortara en Venetië en was hij vanaf 1786 werkzaam in La Scala te Milaan.

Ljubljana

Geboortehuis van Franz Benedikt Dussek

In 1790 vertrok Dussek naar Ljubljana, waar hij op 1 juli trouwde met Anna Fokke. Hij zou met haar een kind krijgen. Hij kreeg in Ljubljana een aanstelling als violist en docent bij de bisschoppelijke kapel en vanaf 1794 was hij tevens organist van de kathedraal. Ook was hij vanaf 1794 betrokken bij de Philharmonische Gesellschaft, waar hij een aantal composities voor schreef en tevens het erelidmaatschap van ontving.

Op 26 december 1796 vond in Ljubljana de première plaats van Dusseks opera Sultan Wampum, gevolgd door opvoeringen op 4 en 21 januari 1797. Op 6 augustus werd de opera nogmaals opgevoerd, maar nu in de stad Graz.

Ontslag

Dussek gebruikte diverse pseudoniemen: Kormundl, detto Cormundy, Francesco Cormunni, Dussek-Cormundi, Cormundi di Czaslau. Voor Dussek was dit kennelijk de beste manier om eventuele bemoeienissen en verboden van het kathedraalbestuur te ontlopen. Hij publiceerde dan ook niets onder zijn eigen naam.

Uiteindelijk ging dit toch verkeerd. In 1798 sloot Dussek een tweejarig contract met het operagezelschap van Georg Schantroch, waarbij Dussek elk kwartaal een opera zou opleveren. Toen Friedrich Wilhelm, koorleider van de kathedraal, achter dit heimelijke contract kwam ontsloeg hij Dussek per direct. Smeekbedes hielpen niet, net zo min als een brief van Dusseks schoonvader Ludwig Focke.

Dussek bleef vanaf zijn ontslag dan ook betrokken bij Schantrochs operagezelschap, dat niet alleen optredens verzorgde in Ljubljana maar ook in Triëst en Gorizia. Het lijkt erop dat Dusseks laatste compositie voor Schantroch de opera Die Lederers Tochter oder Der weibliche Kadet betreft, die in 1800 in Ljubljana werd opgevoerd.

Gorizia en Noord-Italië

In 1800 of 1801 was Dussek werkzaam in Gorizia, waar hij onder andere pianoles gaf. Van 1803 tot 1805 werkte hij hier als militair kapelmeester. In 1806 en 1808 zou Dussek in Venetië de leiding over muziekbands van het Oostenrijkse leger krijgen. Verder toerde hij langs Noord-Italiaanse theaters in onder andere Venetië, Bolzano, Brescia, Milaan, Turijn en Como. Zo werd in 1806 in het Teatro Grande te Brescia zijn opera L'impostore opgevoerd en in La Scala te Milaan zijn opera La feudataria. Tussen 1812 en 1816 zou hij minstens vijftien operapremières verzorgen.

Door de vele reizen en wisselende werkplekken was Dussek intussen het contact met zijn familie kwijtgeraakt. In 1811 schreef zijn echtgenote Anna aan het bestuur van de stad Čáslav een brief waarin ze verzocht om informatie over de verblijfplaats van haar man. Ze had namelijk geen idee waar hij op dat moment woonachtig was.

In 1814 was Dussek in Gorizia bezig met de voorbereidingen van een concert. Hier werden onder andere zijn eigen composities ten gehore gebracht. Twee jaar later werkte hij in Venetië voor de opvoeringen van zijn composities a L'ombra - Il ravvedimento en Roma salvata. Eind 1816 volgde in Como de première van zijn komische opera La trombetta.

Overlijden

Wanneer en waar Dussek is overleden, is niet bekend. Zo zou hij voor het laatst in 1816 zijn gesignaleerd in de plaats Stična, maar er zijn geen bewijsstukken bekend waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk in Stična heeft gewoond.

Een andere mogelijkheid is dat Dussek begin 1817 vanuit Italië was teruggekeerd naar Ljubljana. Hiervoor pleit een mogelijk levensteken van Dussek eind 1817: de Philharmonische Gesellschaft vermeldde op hun concertprogramma van 7 november dat iemand met de naam Dussik een pianofantasie zou spelen. Het is overigens niet zeker of deze vermelding daadwerkelijk over Franz Benedikt Dussek gaat. Mocht dat wel het geval zijn, dan is hij in ieder geval pas na november 1817 overleden.

Opvallend is overigens dat de Philharmonische Gesellschaft hem niet meer vermeldde op hun lijst van ereleden uit 1817. Dat is doorgaans een teken dat een persoon inmiddels was overleden.

Werken

Dussek schreef vijf symfonieën en een aantal serenades voor de Philharmonische Gesellschaft te Ljubljana. Verder componeerde hij het oratorium Gerusalemme distrutta, diverse missen, kamermuziek en piano- en vioolconcerten.

Dussek componeerde een groot aantal opera's, waaronder:

  • Il Bruto ossia Roma deliberate
  • Die Lederers Tochter oder Der weibliche Kadet
  • La caffetiera di spirito
  • La feudataria
  • L’impostore
  • Questa volta la biscia ha beccato il ciarlatano
  • Roma deliberata