Frans Erenslaan 3

Frans Erenslaan 3
Frans Erenslaan 3 (juni 2017)
Frans Erenslaan 3 (juni 2017)
Locatie
Plaats GeleenBewerken op Wikidata
Adres Frans Erenslaan 3Bewerken op Wikidata
Status en tijdlijn
Gereed 1970
Huidig gebruik woonhuis
Eigenaar Fam. Parpart
Architectuur
Stijlperiode brutalisme
Bouwkundige informatie
Architect(en) Wolfram Grundhoff
Opdrachtgever(s) idem
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus gemeentelijk monument
Gemeentelijke monumenten Geleen
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Frans Erenslaan 3 te Geleen is een opvallend gebouw aan de Frans Erenslaan in Geleen, wijk Kluis. Het gebouw is sinds 27 oktober 2008 een gemeentelijk monument.[1] De laan is vernoemd naar dichter Frans Erens. Het pand is gelegen tussen die laan en bosachtige omgeving, de laan ontstaat hier als zijweg van de Beatrixlaan. De bebouwing op genoemde strook bestaat uit vrijstaande villa's in allerlei stijlen. Het gebouw was een keer te bezichtigen tijdens een Open Monumentendag.

Achtergrond

Hier liet de familie Parpart in 1970 een villa bouwen ontworpen door de Duits architect Wolfram Grundhoff.[2] Mevrouw Papart wilde een gebouw, dat een combinatie was van architectuur en een kunstwerk. Inspiratie had het echtpaar opgedaan tijdens vakantie in Zwitserland, waar toen de brutalistische architectuurstroming opgang deed. Tijdens de vakantieritten zagen ze een zwembad in Davos in stijl maar ook een gebouw van de Universiteit van Saarbrücken. Dat laatste gebouw werd opgetrokken naar ontwerp van architect Grundhoff én kunstenaar Otto Herbert Hajek. Van die laatste kwam de kleurencombinatie grijs, geel en blauw mee naar Geleen. Toen de schrijvers van Bruut er in 2022 langskwamen woonde de familie Parpart er nog steeds.

Gebouw

Waar de stijl van brutalisme is gebruikt zijn Le Corbusier en zijn modulor niet ver weg. Beide zijn te herkennen aan het rasterpatroon van beton, hout en glas dat door het gehele gebouw terug te vinden is, Grundhoff liet zich ook beïnvloeden door Ludwig Mies van der Rohe. Hij kwamen met een hoofd- en bijgebouw, in die laatste is de entree verwerkt. Die is te herkennen aan het toegepaste geel en blauw. Een probleem bij de bouw was dat het moest voldoen aan de maximale hoogte die hier van toepassing was in een gebied in de overgang tussen stadsbebouwing en bos. Die hoogtebeperking werd opgevangen door het pand gedeeltelijk in te graven. De parkeergarage is op souterrainniveau geplaatst, net als het souterrain zelf. Die toerit kreeg vanwege het verdiept aanleggen een betonnen keerwand, waarmee het beton met sporen van de bekisting, een stijlkenmerk, direct zichtbaar is. Vervolgens ontvouwt zich een asymmetrisch gebouw met tal van verspringingen in de vorm van teruggetrokken deuren en raampartijen en uitstekende (overstek) geveldelen. Vanuit de gebruikte bekistingen (het beton werd ter plekke gestort) is over het gehele gebouw een lijnenspel te vinden, hier en daar voorzien van een geel accent. Al die kenmerken zijn terug te vinden in het interieur van het gebouw. Zitbanken en bureau zijn bijvoorbeeld van beton (met bekistingsafdrukken) net als uitgespaarde ruimten voor boekenkasten (en kunstvoorwerpen). Het huisnummer in blauw is in perspectief uitgevoerd. Isolatie werd in de muren verwerkt of door middel van merantihout weggewerkt. Bijzonder is dat zelfs een schilderij hier tot isolatie wordt gebruikt.

Het gebouw bevond zich nog vrijwel in originele staat. Er is slechts een grote verbouwing bekend. Rondom de schoorsteen werd in dezelfde stijl een serre gebouwd.

Het gebouw werd in de 21e eeuw gemeentelijk monument (nummer 36 in Sittard-Geleen), zodat er weinig aan het gebouw veranderd mag worden. Bruut meldde nog dat dat in wezen vanwege de gebruikte materialen eigenlijk ook niet mogelijk is. Er werden verschillende redenen opgegeven voor de monumentenbescherming:

  • architectuurhistorische betekenis in samenhang met de esthetische kwaliteit
  • gaafheid van het gebouw (apart en in combinatie met bovenstaande)
  • belangrijke vertegenwoordiging van het brutalisme binnen de gemeente
  • het gebouw is beeldbepalend in haar omgeving
  • materiaalgebruik
  • historische achtergrond binnen Geleen en de sociaaleconomische ontwikkeling van Geleen.

2023

De schrijvers Arjen den Boer, Martijn Haan, Martjan Kuit, Teun Meurs en fotograaf Bart van Hoek namen het gebouw mee in hun boek Bruut - Atlas van het brutalisme in Nederland (2023, ISBN 9789462585379), waarin de top 100 binnen die bouwstijl te vinden is. Zij benoemden het woonhuis tot nummer 11 in hun top 20 van brutalistische gebouwen. Zij zagen zich daarbij geconfronteerd met de weinige gegevens over het gebouw die tot dan toe bekend waren. Ze haalden hun gegevens voornamelijk uit het artikel van Jo Reijnders uit 1992 en aanvullend contact met de bewoners. Het werken met ter plaatse gestort beton in bekistingen maakt het nodig dat alle details van tevoren zijn bestudeerd en uitgewerkt. Voor het ontwerp en bouw zaten de toekomstige bewoners en architect tijden rond de tafel om met houtje-touwtje tot een definitief ontwerp te komen, dat ook nog eens door de welstandscommissie geloodst moest worden. Die commissie had alleen opmerkingen over de kleur; het werd iets donkerder uitgevoerd dan de planning. Het beton moet regelmatig geïmpregneerd worden om (toekomstig) doorlekken te voorkomen. Ook kwamen zij erachter, dat aannemers in de buurt het bouwen liever aan zich voorbij lieten gaan. Er was binnen de betonbouw te weinig ervaring aanwezig. Uiteindelijk zag Laudy Bouw wel mogelijkheden. Dat niet iedereen te spreken was over het uiterlijk blijkt uit de bijnamen De Bunker en Het Crematorium. Anderzijds stond er na de oplevering menig file van dagjesmensen. Landschapsarchitect Jak Ritzen (enigszins bekend rond 1970 aldus Delher) ontwierp een tuin met hoogteverschillen en een vijver. Hun korte omschrijving haalde Bruut uit de wens van Parpart:

Woonkunstwerk van beton

— Bruut - Atlas van het brutalisme