François Daniël Changuion

François Daniël Changuion
François Daniël Changuion (ca. 1800–1815)
François Daniël Changuion (ca. 1800–1815)
Algemene informatie
Geboortenaam François Daniël Changuion
Geboren 16 februari 1766
Demerara
Overleden 15 juni 1850
Offenbach am Main, Duitsland
Nationaliteit Nederlands
Beroep Bestuurder, diplomaat
Familie
Kinderen 5

François Daniël Changuion (Demerary, 16 februari 1766 - Offenbach am Main, Duitsland, 15 juni 1850), meestal aangeduid als Daniël Changuion, was een Nederlands bestuurder en diplomaat. In november 1813 trad hij op als secretaris van het voorlopige bewind van Nederland en wordt hij in de historiografie beschouwd als een van de grondleggers van het Koninkrijk der Nederlanden.

Leden van zijn nageslacht vestigden zich in de negentiende eeuw in Zuid-Afrika.

Familie

De familie Changuion is van Franse oorsprong. De grootvader van François Daniël Changuion, François Changuion (1694–1777), vestigde zich in 1717 of 1718 in Amsterdam. Zijn vader, François Changuion (1727-na 1776), was raad in het Hof van politie en justitie in de Nederlandse kolonie Essequibo Zijn moeder was Anna Geertruida (van) Gelskerke (1730-1795).[1]

Halverwege de jaren 1790 had Changuion een relatie met Antonia van Limburgh (1766-1843), uit welke een zoon werd geboren, Fransch Antonie Changuion (1795-1797).[2]

Huwelijk en kinderen

In 1800 trad François Daniël Changuion te Emmerik in het huwelijk met Henriëtte Wilhelmina Hartingh (1775-1860), dochter van Nicolaas Hartingh, een vooraanstaand inwoner van Leiden and zoon van VOC-gouverneur Nicolaas Hartingh[3], en Louise Ernestine Meyners.

Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren:

Loopbaan

Vroege loopbaan

Changuion promoveerde in de rechten aand de Universiteit Leiden in 1788. In hetzelfde jaar werd hij lid van het vroedschap en schepen van Leiden. Na de uitroeping van de Bataafse Republiek in 1795 werd hij uit zijn bestuurlijke functies ontslagen. Hierna vertrok hij naar het buitenland. In 1803 keerde hij naar Nederland terug en vestigde zich te 's-Gravenhage.

Rol in het Driemanschap (1813)

In Den Haag raakte hij betrokken bij het Driemanschap van 1813, een voorlopig regeringsorgaan dat in november 1813 het machtsvacuüm na de Franse tijd bestuurde en onder leiding stond Gisjbert Karel van Hogendorp. Tijdens de afwezigheid van Anton Reinhard Falck fungeerde Changuion van 17 tot 29 November 1813 als secretaris van dit voorlopig bewind. Falck merkte later laatdunkend op dat Changuion daarvan niet veel terechtbracht.[5] Van Hogendorp daarentegen sprak juist zeer lovend over Changuion. Hij herinnerde zich dat Changuion “onwrikbaar getrouw” bleef toen niemand anders de verantwoordelijkheid durfde te nemen, en dat hij de post van provisioneel secretaris van het Algemeen Bestuur op zich nam, waarbij de Prins volgens hem in alle omstandigheden op Changuion kon rekenen “als op zich zelven.”[6]

Het Driemanschap riep prins Willem van Oranje terug uit ballingschap in Groot-Brittannië om de rol van soeverein vorst der Nederlanden te aanvaarden. Venwege zijn rol als secretaris wordt Changuion gerekend tot de grondleggers van het Koninkrijk der Nederlanden. Zijn naam wordt dan ook vermeld op het monument op het Plein 1813 in Den Haag bij de leden van het driemanschap.[7]

Diplomatieke benoemingen

In januari 1814 werd Changuion door de soeverein vorst aangesteld als gezant in de Verenigde Staten en in mei vertrok hij met zijn familie daarnaartoe. Gezien de Oorlog van 1812 en de onzekere politieke omstandigheden, kon hij daar weinig uitrichten.[8][9]

Door die omstandigheden ontving hij de brief pas in mei 1815, waarin stond dat hij al in december 1814 was benoemd tot gezant in Constantinopel. Hij werd daar echter nooit naar deze post uitgezonden. De precieze reden hiervoor is niet officieel vastgelegd, maar volgens bronnen bestonden er geruchten over zijn financiële solvabiliteit en werd gewezen op de hoge kosten en risico’s die aan de ambassadeursfunctie in Constantinopel verbonden waren.[10][11]

Latere jaren

In 1818 verzocht Changuion herhaaldelijk om benoemd te worden tot gouverneur-generaal van Suriname. Na overleg met verschillende ministers, waaronder die van Koloniën en Buitenlandse Zaken, werden zijn verzoeken afgewezen. Bij koninklijk besluit werd hij met ingang van 1 oktober 1818 gepensioneerd.[12][13]

Rond 1818 werd uit brieven van hem duidelijk dat zijn financiën ernstig in de war waren. Uit wanhoop ging hij er vervolgens toe over om wissels ten laste van oude kennissen te vervalsen en te innen, ten bedrage van 44.000 gulden. Na de inning van het geld in Nederland vluchtte hij naar Duitsland. Vergeefs werd om uitlevering van hem gevraagd waarop hij op 27 februari 1823 bij verstek veroordeeld werd tot onder andere tien jaar gevangenisstraf en een geldboete van 11.000 gulden.[14]

Adelstand

Familiewapen van François Daniël Changuion (1766-1850) en zijn nageslacht.

In 1815 werd François Daniël Changuion door koning Willem I in de Nederlandse adel verheven wegens zijn rol in de totstandkoming van het Koninkrijk en kregen hij en zijn nakomelingen het recht het predicaat jonkheer of jonkvrouw te voeren.[7][15]

Als gevolg van zijn latere veroordeling werd hij in 1825 niet vermeld op de eerste lijst van personen die tot de adel behoorden. Zijn kinderen, die allen geboren waren voor 27 februari 1823, de datum van het vonnis, stonden wel op deze lijst vermeld,[16][17] behielden hun adellijke status en hebben hun adeldom ook doorgegeven aan hun nakomelingen.[2][18] Dit is ook het huidige standpunt van de Hoge Raad van Adel.[19]

Nalatenschap

François Daniël Changuion overleed in 1850 in Duitsland op de leeftijd van 84 jaar. Henriëtte Wilhelmina Hartingh overleed tien jaar later.[20]

Van de kinderen van Changuion bracht er één nageslacht voort. Zijn zoon Antoine Nicolas Ernest Changuion (1803-1881), die zich in 1831 in Kaapstad vestigde, werd de stamvader van een groot aantal nakomelingen in Zuid-Afrika,[21] waarvan een deel volgens het Nederlandse adelsrecht als adellijk wordt erkend. [22][18] Zijn Zuid-Afrikaanse nageslacht strekt zich uit over verschillende gemeenschappen en sociale achtergronden.