Anton Reinhard Falck

Anton Reinhard Falck
Anton Reinhard Falck, geportretteerd door Jan Adam Kruseman
Anton Reinhard Falck, geportretteerd door Jan Adam Kruseman
Algemeen
Geboortedatum 19 maart 1777
Geboorteplaats Utrecht (Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden)
Overlijdensdatum 16 maart 1843
Overlijdensplaats Brussel (België)
Land Vlag van Nederland Nederland
Religie Gereformeerd, Nederlandse Hervormd
Functies
1818 - 1824 Minister van Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën
1832 - 1843 Minister van Staat
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Mr. Anton Reinhard Falck (Utrecht, 19 maart 1777Brussel, 16 maart 1843) was een belangrijk staatsman ten tijde van koning Willem I.

Levensloop

Anton Reinhard Falck, lid van de familie Falck die door Koning Willem I erkend werd te behoren tot de Nederlandse adel, werd op 19 maart 1777 geboren in Utrecht. Zijn vader, Otto Willem Falck, was in dienst bij de Oost-Indische Compagnie, eerst als Resident te Patna, later als Directeur van de Oost-Indische Compagnie in Amsterdam. Zijn grootvader, ook Anton Reinhard Falck geheten, was Luitenant der infanterie en sneuvelde in de slag bij Rocoux.[1] Zijn moeder was Engela Apolonia Bergh, de oudste dochter van de secretaris van de regering van de Kaap de Goede Hoop.[2]

De Jonge Falck. Miniatuur van S.J. Rochard, 1819. Rijksmuseum Amsterdam.

Falck ging naar de Latijnse school en daarna naar het Athenaeum van Amsterdam en de Universiteit van Leiden, waar hij op 26 Juni 1799 tot Doctor in de rechten bevorderd werd. Na zijn inleiding als advocaat begon hij zijn studie diplomatie aan de Universiteit van Göttingen. Toen hij in 1800 naar Amsterdam terugkeerde, werd hij het navolgende jaar lid van de stedelijke regering van Amsterdam, zijn eerste notabele politieke functie. Hij was een "beminnelijk en geestig man", een "vrij vage Kantiaan", een Hollands nationalist. Toch trouwde hij in 1817 met een rooms-katholieke Waalse barones, barones Rose Amour Caroline Aya Gislène (Zézette) Falck, née barones De Roisin, Grootmeesteres aan het Hof. Falck was bij gevolg van zijn studies en zijn veel vertoeven in Parijs, Duitsland en Zweden ten tijde van de Napoleontische tijd een verlicht denker en onder meer erelid van vrijmetselaarsloge Willem Fredrik. In 1813 vestigde hij zich wederom als advocaat in Amsterdam.

Falck was van 1802-1805 secretaris van het Nederlandse gezantschap te Madrid, daarna was hij gedurende enkele jaren secretaris-generaal bij enkele ministeries. Bij de Omwenteling van 1813 speelde Falck als kapitein van de Nationale Garde in Amsterdam een belangrijke rol nadat op 14/15 november de Franse gezagsdragers de stad verlieten. Falck vormde een voorlopig bestuur van oudgedienden, zeventien aristocraten met een protestantse of katholieke achtergrond, met Joan Cornelis van der Hoop als voorzitter. Hij werd naar het hof van Groot-Brittanië gezonden in 1823 om de Nederlandse gezant te ondersteunen bij de onderhandelingen over de teruggegeven kolonies van Nederlands-Indië, die ten tijde van het Koninkrijk Holland en de Franse tijd door de Engelsen waren bezet.

Hij was goed in de omgang met Willem I en was degene die hem "de moed gaf om het ambitieuze plan van een volledige eenmaking der twee landen door de grote mogendheden te doen aanvaarden."[3] Hij was een fervent voorstander van het samengaan met België, dat bewerkstelligd zou worden in het Congres van Wenen. In 1814 was hij het dan ook, die de Acht Artikelen van Londen opstelde voor het samengaan van België en Nederland. Zelf kreeg hij korte tijd later een positie in het Algemeen Bestuur. Hij werd door soeverein vorst Willem I tot Secretaris van het algemeen bestuur benoemd, een belangrijke politiek-ambtelijke functie, met als eerste opdracht in december 1813 het samenstellen van een grondwetscommissie.[4]

In 1818 werd hij minister van het 'superdepartement' van Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën. Hij voerde een krachtig industriebeleid, vooral in de Zuidelijke Nederlanden, waar hij ook het openbaar onderwijs op poten zette. De Belgen waren zo over Falck's beleid te spreken dat ze over hem zeiden dat hij "het Zuidelijk Nederland als een tweede Vaderland bemind had".[5] Op 30 augustus 1823 verstuurde Falck een circulaire waarin hij de inenting voor pokken verplicht stelde voor scholieren en passeerde hiermee de Raad van State, maar de koning steunde het besluit van zijn minister.[6] In de jaren 1819 en 1820 vervulde hij in deze hoedanigheid buitengewone diplomatieke missies te Wenen.

Daarna werd hij in 1823 gezant te Londen, het centrum der toenmalige internationale diplomatie. Een jaar later ondertekende hij samen met Hendrik Fagel namens Nederland het Verdrag van Londen van 1824. Na een conflict met de koning over de Belgische kwestie nam hij ook uit deze functie ontslag. Volgens E.H. Kossmann was Falck een van de eersten die de Groot-Nederlandse idee als mislukt beschouwde. In 1839 werd hij nog ambassadeur in Brussel.

Op 16 maart 1843 stierf hij, gekweld en verzwakt door zware jichtaanvallen, en werd hij begraven op Begraafplaats Soestbergen in Utrecht.

Lofzang

Na het huwelijk van Anton Falck schreef dichter Johannes Kinker over hem een lofzang. Het gedicht, dat Eene uit het hart opwellende gedachte, na het huwelijk van Z.E. A.R. Falck heet, vergelijkt het huwelijk van Falck, tussen een Belgische baronesse en de Hollandse staatsman, met het huwelijk tussen Nederland en België. Zo schrifjt Kinker:

Uw echtverbinding word' de leus en 't teeken / Van 't heilig snoer, dat de achttien pijlen bindt, / De onzigtbre barnsteenkracht die, onbezweken, / Het middlend punt der beide polen vindt.

Waarbij met de achttien pijlen verwezen wordt naar de zeventien provincies en Luxemburg gezamenlijk van het nieuwe Verenigde Koninkrijk der Nederlanden, die altijd sedert het wapen van de Zeven Verenigde Provinciën als pijlen werden voorgesteld.

Uw gade schenk', met U in d' echt verengeld, / Een heldenteelt aan 't wordend Nederland, / Waar beider Volksaard in veredeld en vermengeld / Bij 't laatste nageslacht word' voortgeplant. / Weest 't moederpaar, de stam dier keurgeslachten, / Waarnaar Bataaf en Belg zich vorm' en rigt'! - / Schep nakroost, sterk door eigen waarde en krachten, / Dat, waar 't zich vest', geluk en vrede sticht![7]

Literatuur

  • Donald Haks, Tussen verlichting en revolutie: Anton Reinhard Falck 1777-1843, Verloren, 2023, ISBN 9789464550788.
  • Derk van der Horst, Van republiek tot koninkrijk, de vormende jaren van Anton Reinhard Falck (1777-1813), Amsterdam 1985.
  • E.H. Kossmann, De Lage Landen 1780-1980. Twee eeuwen Nederland en België, Amsterdam: Agon 1986, ISBN 90-5157-043-0.

Zie ook

Zie de categorie Anton Reinhard Falck van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.
Voorganger:
O. Repelaer van Driel (onderwijs)
G.A.G.Ph. van der Capellen (koophandel en koloniën)
Minister van Publiek Onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniën
1818-1824
Opvolger:
P.C.Gh. ridder de Coninck (onderwijs)
C.Th. Elout (nijverheid en koloniën)