Florent Schmitt
| Florent Schmitt | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Florent Schmitt omtrent 1900 | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Florent Schmitt | |||
| Geboortedatum | 28 september 1870 | |||
| Overlijdensdatum | 17 augustus 1958 | |||
| Overlijdensplaats | Neuilly-sur-Seine | |||
| Land | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris | |||
| Werk | ||||
| Genre(s) | symfonische muziek | |||
| Beroep(en) | componist, muziekpedagoog | |||
| (en) AllMusic-profiel (en) Discogs-profiel (en) IMDb-profiel (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Florent Schmitt (Blâmont, departement Meurthe-et-Moselle, 28 september 1870 – Neuilly-sur-Seine, 17 augustus 1958) was een Frans componist en muziekpedagoog.
Levensloop
Zijn eerste muzieklessen kreeg hij in Nancy. Daarna ging hij naar Parijs en studeerde de vakken harmonieleer, contrapunt, fuga en compositie aan het Conservatorium van Parijs bij Alexandre Jean Albert Lavignac, André Gedalge, Jules Massenet en Gabriel Fauré.
In 1900 werd hem de Prix de Rome voor zijn cantate Sémiramis toegekend. Tijdens zijn verblijf in de Villa Medici in Rome heeft hij veel en misschien zijn beste werken gecomponeerd. Aansluitend maakte hij concertreizen door Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Turkije en kwam daarna naar Parijs terug.
Hij was samen met Maurice Ravel, Gabriel Fauré, Émile Vuillermoz, Louis Aubert, Charles Koechlin en Jean Huré medeoprichter van de Société musicale indépendante. Hij was ook lid van de Société nationale de musique en van de kunstenaarsclub 'Les Apaches', waarvan ook Maurice Ravel, Édouard Benedictus, Manuel de Falla, Albert Roussel, Émile-Allain Séguy, Déodat de Séverac, Igor Stravinsky, André Caplet, Ricardo Viñes en Tristan Klingsor leden waren.
Van 1921 tot 1924 gaf hij les aan het conservatorium van Lyon en van 1929 tot 1939 was hij chroniqueur van de krant Le Temps.
In de jaren dertig toonde hij zich een antisemiet en een aanhanger van nazi-Duitsland. Toen in november 1933 in Parijs werk werd uitgevoerd van Kurt Weill, die zojuist Duitsland had moeten verlaten, leidde Schmitt een groep demonstranten die bij de concertzaal "Vive Hitler!" kwam schreeuwen. Vanwege zijn collaboratie met de Vichy-regering werd hij na de oorlog genegeerd en werd zijn werk nauwelijks meer uitgevoerd. Wel werden hem nog eerbewijzen verleend. In 1952 werd hij in het Franse Legioen van Eer opgenomen en in 1957 werd hij met de grote muziekprijs van de stad Parijs onderscheiden. Hij heeft tot op 87-jarige leeftijd gecomponeerd.
Composities
Zijn werken zijn kenmerkend complex en veeleisend, meestal vol stoutmoedige ritmes en vernuftig gebruik van het slagwerk.
Werken voor orkest
- 1894: En Été
- 1897-1904: Musiques de plein air
- 1898: Combat des Raksasas et Délivrance de Sitâ symfonisch gedicht voor orkest
- 1898: Rapsodie Parisienne
- 1899: Quatre Pièces
- 1900-1904: Le Palais hanté symfonische studie voor orkest, op. 49, naar Edgar Allan Poe
- 1903-1904: Trois Rapsodies voor orkest
- 1903-1913: Feuillets de Voyage voor orkest
- 1905: Reflets d' Allemagne voor orkest
- 1907: Pupazzi - huit pièces voor orkest
- 1911: La tragédie de Salomé suite d’orchestre en une mouvement, voor vrouwenkoor (zonder tekst) en orkest, op. 50
- 1912: Chant élégiaque voor cello en orkest, op. 24
- 1913-1915: Rêves, op. 65
- 1916: Chant d' Espérance des Bleus
- 1918: Légende voor altviool (of viool of altsaxofoon) en orkest, op. 66
- 1919-1920: Antoine et Cléopâtre, zes symfonische episodes naar William Shakespeare
- 1922: In Memoriam voor orkest
- 1923: Mirages voor orkest
- 1925: Danse d'Abisag op. 75
- 1926: Salammbô 6 épisodes symphoniques d’après Gustave Flaubert suite no. 1, op. 76 no. 1
- 1926: Salammbô 6 épisodes symphoniques d’après Gustave Flaubert suite no. 2, op. 76 no. 2
- 1926: Salammbô 6 épisodes symphoniques d’après Gustave Flaubert suite no. 3, op. 76 no. 3
- 1926: Kermesse-Valse tiré de l'éventail de Jeanne uit het ballet
- 1926: Final voor cello en orkest, op. 77
- 1927: Ronde burlesque
- 1927: Çançunik suite voor orkest
- 1932: Symphonie concertante voor piano en orkest
- 1934: Oriane la Sans-Égale suite voor orkest
- 1936: Chaîne Brisée
- 1937: Suite sans Esprit de Suite voor orkest
- 1941: Symphonie pour cordes - "Janiana" voor strijkorkest
- 1950: Scènes de la vie moyenne
- 1956-1958: Symphonie nº 2 op. 137
- Assez anime
- Lent - sans exces
- Anime
- Enfants voor klein orkest
- Feuillets de voyage op.26
- Introit, récit et congé en Scherzo vif voor cello en orkest, op. 113
- Habeysee suite voor viool en orkest, op. 110
- Anime - Un peu attarde - Anime
- Soirs op. 5
Werken voor harmonieorkest
Missen, cantates en geestelijke muziek
Muziektheater
Balletten
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | choreografie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1907 | La tragédie de Salomé, op. 50 (opgedragen aan Igor Stravinsky tot ere van Diaghilev) | 2 aktes, 7 taferelen | 12 juni 1913, Parijs, Théâtre des Champs-Elysees | Robert d’Humières | Loie Fuller |
| 1923 | Une semaine du petit elfe "Ferme-l'Oeil", op. 58 | naar Hans Christian Andersen | |||
| 1932 | Reflets | ||||
| 1932-1933 | Oriane et le prince d'amour, op. 83 | 2 aktes | 7 januari 1938, Parijs, Opéra Garnier | ||
| 1953 | Jardin Secret |
Toneelmuziek
Koormuziek
- 1943: À contre-voix voor gemengd koor, op. 104
- Six choeurs voor gemengd koor, op. 81
- En bonnes voix, voor gemengd koor, op. 91
Vocale muziek met orkest of instrumenten
- 1920-1924: Kérob-Shal voor tenor en orkest
- 1937: Fête de la lumière voor sopraan, gemengd koor en orkest
- Cinq Refrains op. 132
- De vive voixop. 131
- Quatre Chants sur des poèmes de Jean Richepin et Maurice Maeterlinck
Kamermuziek
- 1901-1908: Quintette avec piano voor piano en strijkkwartet, op. 51
- 1903: Chants élégiaques voor cello en piano
- 1927: Andantino, voor hobo en piano
- 1934: Suite en rocaille voor fluit, viool, altviool, cello en harp, op. 84
- 1935: Sonatine en trio voor fluit, klarinet en klavecimbel
- 1939: Hasards, petit concert en 4 parties pour quatuor (viool, altviool, cello) avec piano op. 96
- Exorde. D'une allure rapide
- Zélie au pied léger. Alerte
- Demi soupir. Un peu lent
- Bourrée bourrasque. Impéteux
- 1945-1948: Quatuor à cordes
- 1955: Chants alizés voor fluit, hobo, klarinet, hoorn en fagot
- 1918: Sonate libre «en deux parties enchaînées, ad modum clementis aquae» for violin and piano, op. 68
- Chanson a bercer voor viool en piano
- Kwartet voor vier fluiten
- Chant et scherzo voor hoorn en blazeroctet, op. 54
- Pour presque tous les temps voor fluit en piano trio
- Quatuor pour saxophones op. 102
- Sextuor voor zes klarinetten, op. 128
- Strijkkwartet
- Trio voor strijkers
- Tour d'Anches voor hobo, klarinet, fagot en piano, op. 97
Werken voor piano
- 1905: Reflets de l’Allemagne huit valses pour piano à 4 mains, op. 28
- 1938: Suite sans esprit de suite
- Andante Religioso
- Fonctionnaires
- Soirs
- Chants Alizes voor blazerkwintet, op. 125
- Deux mirages op. 70
- Feuillets de voyage voor piano vierhandig, op. 26 no. 1 tot no. 5
- Mirages op. 70 no. 1 und no. 2
- Ombres op. 64
- Retour à l'endroit familier
- Trois Rhapsodies voor twee piano's
- Trois valses nocturnes op. 31
Werken voor klavecimbel
- 1945: Clavecin obtempérant suite
Filmmuziek
Bibliografie
- Michel Duchesneau: La musique française pendant la Guerre 1914-1918. Autour de la tentative de fusion de la Société Nationale de Musique et de la Société Musicale Indépendante, in: Revue de Musicologie, tome 82, no 1, 1996; pp. 123–153, ISSN 0035-1601
- Susanne Rode-Breymann: Die Wiener Staatsoper in den Zwischenkriegsjahren - Ihr Beitrag zum zeitgenössischen Musiktheater, Tutzing: Hans Schneider Verlag, 1994, 485 p., ISBN 3-7952-0772-X
- David J. Eccott: "Le Chant de la Nuit" and "Il pleure dans mon coeur", Delius Society Journal: N112:3-7 Autumn 1993
- David J. Eccott: Florent Schmitt (1870-1958), Delius Society Journal: N111:3-15 Summer 1993
- Benoît Duteurtre: L'été Florent Schmitt, Diapason-Harmonie (Currently Diapason (France)) N373:16 Jul-Aug 1991
- Camille Bellaigue: La musique de Florent Schmitt pour le film de Pierre Marodon Salammbo (1925), Chigiana 42:83-96 N22 1990
- Jerry Edwin Rife: A study of the early twentieth-century compositional style of Florent Schmitt based on an examination of "Psaume XLVII" and "La tragedie de Salome", Michigan State (East Lansing). 1986. dissertation.
- Lloyd Rodney Maes: The Choral Style of Florent Schmitt - An Analysis, Stanford. Dissertation Abstracts International: 44-1967A, 1983. D.M.A. 143 p.
- Yves Hucher: Florent Schmitt; l'homme et l'artiste - son époque et son œuvre, Paris. Ed. Le bon plaisir, 1983. 276 p., ISBN 2-7307-0206-7
- Yves Hucher: Autour de Florent Schmitt, L'Education Musicale. 35 (1978/79), No. 257, S. 239-243.
- Yves Hucher: L'oeuvre de Florent Schmitt, Durand. Paris. 1960. 91 p.
- Jose Bruyr: Dans le souvenir de Florent Schmitt, Le Courrier Musical de France. 33 (1971), S. 2-8.
- Fleuriot de Langle: Les annees d'apprentissage de Florent Schmitt, Annales Conferencia, 1963, No. 147, S. 43-53.
- J. Rollin: Florent Schmitt : La Tragedie de Salome, L'Education musicale. 15 (1960), S. 188-189.
- Madeleine Marceron: Florent Schmitt. Paris. Ventadour. 1959. 47 p.
- Emmanuel Bondeville: Notice sur la vie et les travaux de Florent Schmitt (1870-1958), Paris 1959: Firmin Didot. 24 p.
- P.O. Ferroud: Autour de Florent Schmitt (avec nomenclature complete de l'oeuvre de F. S.), Paris A. Durand, 1927. 123 p.
- Catherine Lorent: L'inspiration orientale dans l'oeuvre de Florent Schmitt, thèse de Doctorat
Media
- ↑ Dionysiaques door de "Philips Harmonie" o.l.v. Matty Cilissen. Gearchiveerd op 21 juli 2021.
Externe link
- (en) Overzicht
