Charles Koechlin
| Charles Koechlin | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Charles Koechlin | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Charles Louis Eugène Koechlin | |||
| Geboortedatum | 27 november 1867 | |||
| Overlijdensdatum | 31 december 1950 | |||
| Overlijdensplaats | Rayol-Canadel-sur-Mer | |||
| Land | ||||
| Opleiding gevolgd aan | École polytechnique Conservatoire national supérieur de musique et de danse de Paris Lycée Chaptal | |||
| Werk | ||||
| Genre(s) | Klassiek | |||
| Beroep(en) | componist, muziekpedagoog | |||
| (en) AllMusic-profiel (en) Discogs-profiel (en) IMDb-profiel (en) MusicBrainz-profiel | ||||
| ||||
Charles Louis Eugène Koechlin (Parijs, 27 november 1867 – Le Rayol Canadel, Departement Var, 31 december 1950) was een Franse componist en muziekpedagoog.
Levensloop
Hij was het zevende kind uit een welgestelde, beschaafde familie in de Elzas. Als kind wilde hij astronoom worden - wat zich in zijn composities weerspiegelt door de vele evocatieve nachtstukken en -stemmingen. Op 15-jarige leeftijd begon hij te componeren en in 1890 koos hij uiteindelijk voor de muzikale weg. Maar beide interesses - de vrije kunstenaar en de systematische onderzoeker - bleven naast elkaar bestaan, om zich in de loop van zijn lange leven onlosmakelijk met elkaar te verbinden. In 1887 ging hij eerst naar de befaamde École Polytechnique, maar hij bleef daar slechts tot 1888. Daarna had hij een korte carrière bij het leger als 'officier d’artillerie' in 1889.
Hij studeerde vanaf 1889 aan het Parijse Conservatoire national supérieur de musique bij de fugapaus André Gedalge (contrapunt en fuga), bij Jules Massenet (compositie en orkestratie), bij Antoine-Barthélémy Taudou (harmonieleer) en daarna bij Gabriel Fauré (compositie), wiens assistent hij was van 1898 tot 1901. Meer dan alle andere docenten werd de bescheiden Fauré, die vooruitstrevend was zonder opdringerig te zijn, het voorbeeld voor zijn esthetiek. Niet alleen Fauré, maar ook Claude Debussy zag een belofte in de magische orkestratiekunsten van Koechlin. De samensmelting van componist en orkestrator in Khamma is perfect.
In het begin van zijn compositorische werkzaamheid in de jaren 1890 tot 1908 domineert de omvangrijke liedproductie. De eerste orkeststukken zijn impressionistische stemmingsschilderingen. Na 1908 begon hij zijn "technique du développement" te vervolmaken en zich te bevrijden van de conventionele modellen. Hij vond zijn eigen stijl en werd beschouwd als tovenaar, of beter als onderzoeker van de orkestklank. Koechlin was niet in de eerste plaats een voltooier, maar een uitvindersnatuur.
Het orkest met zijn karakteristieke combinatiemogelijkheden kende hij als geen ander, bijna zo goed als Gustav Mahler. Koechlin ontsloot doelgericht nieuwe klankconstellaties en haalde die met gedurfd, maar uiterst verfijnd vakmanschap naar boven. Zijn onuitputtelijke fantasie en zijn methodische manier van werken gingen hand in hand, zoals zijn omvangrijke Traité de l'orchestration in vier boekdelen bewijst. Geen werk is dieper in de geheimen van de orkestbehandeling doorgedrongen. Verder stichtte hij met Maurice Ravel en Florent Schmitt de Société Musicale Indépendante om de eigentijdse muziek te bevorderen.
Tot zijn leerlingen behoren Francis Poulenc, Henri Sauguet, Germaine Tailleferre, Cole Porter en Roger Désormière.
Hij huwde op 24 april 1903 Suzanne Pierrard. Samen hadden zij vijf kinderen: Jean Michel (1904), Hélène (1906) Madeleine (1911), Laure Antoinette (1916), en Yves (1922).
Composities
Werken voor orkest
Symfonieën
- 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne au Soleil, op. 127
- 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne à la Nuit, op. 48, nr. 1
- 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne au Jour, op. 110
- 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne à la Jeunesse, op. 148
- 1911-1935: La Symphonie d'hymnes - Hymne à la Vie, op. 69
- 1933: Seven Stars Symphony, op. 132 (voor de acteurs Douglas Fairbanks, Lilian Harvey, Greta Garbo, Clara Bow, Marlene Dietrich, Emil Jannings en Charlie Chaplin)
- 1937: Symphonie nr. 1
Symfonische gedichten
- 1896-1906: Les Vendanges, symfonisch gedicht
- 1898-1916: Deux Poèmes symphoniques, voor orkest, op. 43
- Soleil et danses dans la forêt
- Vers la plage lointaine
- 1901-1907: La Nuit de Walpurgis classique, symfonisch gedicht voor orkest, op. 38
- 1908-1916: Deux Poèmes symphoniques, voor orkest, op. 47
- Le Printemps
- l'Hiver
- 1908-1916: Deux Poèmes symphoniques, voor orkest, op. 48
- Nuit de Juin
- Midi en Août
- 1925: La course de printemps, poème symphonique d’après "Dschungelbuch" Rudyard Kipling, op. 95
- 1925-1939: Le Livre de la jungle
- La loi de la jungle, symfonisch gedicht, op. 175 (1925) naar Rudyard Kipling
- Les Bandar-Log, op. 176 (1938-1939)
- 1938-1945: Le buisson ardent, symfonisch gedicht naar een episode uit "Jean-Christophe" von Romain Rolland, op. 203 (deel 1)
- 1938-1945: Le buisson ardent, symfonisch gedicht naar een episode uit "Jean-Christophe" von Romain Rolland, op. 171 (deel 2)
- 1941-1944: Le Docteur Fabricius poème symphonique d'après la nouvelle de son oncle Charles Dollfus, op. 202
Symfonische etudes en stukken
Concerten voor instrumenten en orkest
- 1909: Trois chorals - 2 - La Charité, voor orgel en orkest, op. 49, nr. 2
- 1910-1920: Trois chorals - 1 - L'Espérance, voor orgel en orkest, op. 49, nr. 1
- 1911-1919: Ballade, voor piano en orkest, op. 50
- 1912-1921: Trois chorals - 3 - La Foi, voor orgel en orkest, op. 49, nr. 3
- 1935-1940: Poème, voor hoorn en orkest, op. 70 bis (pour Georges Caraël et André Souris)
- 1931-1932: Vingt Chansons bretonnes voor cello, piano en orkest, op. 115 bis
- 1932: Hymne, voor ondes Martenot en orkest
- 1934: Chansons bretonnes sur des thèmes de l'ancien folklore, voor cello en orkest, op. 115
- Vol. 1
- La prophétie de Gwenc'hlan
- Le Seigneur Nann et la fée
- Le vin des Gaulois
- Azénor la pâle
- Saint-Efflam et le roi Arthur
- Les laboureurs
- Vol. 2
- Les trois moines rouges
- Alain-le-Renard
- Le baron de Jaouioz
- Notre-Dame de Folgoat
- Iannik Skolan
- La ceinture de noces
- Vol. 1
- 1942: Offrande musicale sur le nom de BACH voor piano en orkest, op. 187
- 1942-1943: Silhouettes de comédie, voor fagot en orkest, op. 193
- Epiphanie voor cello en orkest
Andere Werken voor orkest
- 1899-1908: L'Abbaye, suite religieuse voor gemengd koor, orkest en orgel, op. 16
- 1899-1907: En mer, la nuit, op. 27
- 1901-1919: Rhapsodie sur des chansons françaises, op. 62
- 1908-1913: Études antiques, op. 46
- 1912: Les Saisons
- 1912-1920: Cinq Chorals, voor orkest
- 1916-1921: Les Heures persanes, op. 65 bis
- 1920: La Forêt païenne
- 1923-1933: Vers la voûte étoilée - un hommage à Camille Flammarion, op. 129
- 1931-1932: Cinq Chorals dans les modes du Moyen-Âge voor orkest, op. 117 bis
- 1932: Fugue symphonique "Saint-Georges", voor orkest, op. 121
- 1932-1933: Vers la Voûte Étoilée nocturne voor orkest, op. 129
- 1933: Sur les flots lointains, op. 130
- 1936: La méditation de Purun Baghat, op. 159
- 1937: Les Eaux vives
- 1945-1946: Partita, voor kamerorkest, op. 205
- 1947: Introduction et 4 Interludes de style atonal-sériel, op. 214
- l'Eté
Werken voor harmonieorkest
- 1935: "Tu crois à beau soleil" Chanson de Louis XIII recueillie par Marin Mersenne
- 1935-1936: Quelques chorals pour des fêtes populaires, op. 153
- Jeux
- Victoire
- Prélude à une fête populaire
- Choral pour une fête en plein air
- 1936: Le 14 juillet - Liberté, toneelmuziek voor harmonieorkest voor de finale van de 2e akte tot Le 14 juillet van Romain Rolland, op. 158
- 1936-1941: Marche funèbre, op. 157 ter
Muziektheater
Opera's
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto |
|---|---|---|---|---|
| 1938 | Alceste, op. 169 | 1952, Parijs | Euripides vertaald van Henri Marchand | |
| 1948 | Silvérie ou Les Fonds Hollandais | 1 akte, (fragment) | van de componist naar A. Allais/T. Bernard |
Balletten
| Voltooid in | titel | aktes | première | libretto | choreografie |
|---|---|---|---|---|---|
| 1908-1916 | La Forêt païenne, danses antiques, op. 45 | 1925, Parijs (concertant) | |||
| 1915-1917 | La Divine Vesprée, op. 67 | 1947, Parijs (concertant) | |||
| 1945-1947 | L'Ame heureuse, op. 210 | 1948, Parijs | |||
| 1947 | Voyages: film dansé, op. 222 (onvoltooid) volledige bewerking door Otfrid Nies |
4 interludes | 1986, Kassel |
Toneelmuziek
- 1896-1908: Jacob chez Laban, pastorale biblique, op. 36, 1 akte
- 1936: Le 14 juillet - Liberté, theatermuziek voor de finale van de 2e akte tot Le 14 juillet van Romain Rolland, op. 158
Koormuziek
- 1902-1907: Chant funèbre à la mémoire des jeunes défuntes voor gemengd koor, orgel en orkest, op. 37
- 1938: Chœurs monodiques de style modal pour l'Alceste d'Euripide
- 1949: Motets de style archaïque op. 225
- Voix d'hommes, Soutenu et sans nuances
- Voix d'enfants
- La Crypte
- Motet en canons, molto moderato
- Choral Mystérieux
- Choral en imitations Moderato voor zang en blazerskwartet
- Chanson en canon, Allegro
- Exposition de fugue et stretto, Grave, sans hâte
- Chanson pour habituer l'oreille aux sonorités médiévales, Allegro voor fluit en klarinet
- Eleison, Andante
- Monodies - Assez allant voor fluit en klarinet
- Pour un conduit à 3 voix puis à 6 voix, Pas vite
- Exposition et Strette, Pas vite
- Assez lent, Très lié
- Mystique et lumineux, Très calme et pur, Presque sans nuances
- Choeurs religieux a capella, op. 150
- Kyrie
- Agnus Dei
- Alleluia
Vocale muziek met orkest of instrumenten
- 1890-1897: Quatre poèmes, voor zangstem en piano (of orkest), op. 7 - tekst: Edmond Haraucourt
- 1898-1900: Chansons de Bilitis voor zang - tekst: Pierre Louÿs
- 1899-1904: Trois poèmes, voor zangstem, vrouwenkoor en piano (of orkest), op. 18 - tekst: Rudyard Kipling «Le Livre de la jungle» in de Franse vertaling van L. Fabulet en Robert d'Humières
- 1914/1946: Shéhérazade voor zang en piano
- Liederen, op. 1 - tekst: Th. de Banville Rondels
- Le Nuit
- Le Thé
- Le printemps
- Le Été
- Vers la plage lointaine op. 43 nº2
- Poèmes d’Automne voor zang en orkest, op. 13 nº1 et 2
- Deux poèmes d’André Chénier voor zang en orkest, op. 23, nº1
- Chanson de Mélisande (d’après Fauré)
- Trois mélodies voor zang en orkest, op. 17 nº2 et 3
- Etudes antiques voor zang en orkest, op. 46 nº2, nº3 et nº4
- Six mélodies sur des poésies d’Albert Samain voor zang en orkest, op. 31, nº1
Kamermuziek
- 1913: Sonate voor fluit en piano
- 1913-1922: 3 Quatuors à cordes (strijkkwartetten)
- 1935: Sonatine modale voor fluit en klarinet, op. 155
- 1915-1916: Sonate voor hobo en piano, op. 58
- 1915/1946: Sonate voor altviool en piano
- 1916: Sonate voor viool en piano
- 1917: Sonate voor cello en piano, op. 66
- Très modéré
- Andante quasi Adagio
- Final. Allegro non troppo
- 1922: Quintette pour piano et quatuor à cordes, op. 80
- 1923: Deux Sonates voor klarinet en piano
- 1924: Trio voor fluit, klarinet en fagot, op. 92
- 1937: Septuor à vent, op. 165
- Au loin voor althobo en harp, op. 20
- Deux Nocturnes voor fluit, hoorn en piano, op. 32 Nr. 2
- Trois pièces voor fagot en piano, op. 34
- Suite en quatuor voor fluit, viool, altviool en piano, op. 55
- Sonate voor fagot en piano, op. 71
- Sonate voor twee fluiten, op. 75
- Trio (Divertissement) voor twee fluiten en klarinet, op. 91
- Chansons Bretonnes (boek 1 en 2) voor cello en piano, op. 115
- Quintette «Primavera» pour flûte, harpe, violon, alto et violoncelle, op. 156
- Quatorze pièces voor fluit en piano, op. 157b
- Épitaphe de Jean Harlow voor fluit, saxofoon en piano, op. 164
- Quatorze pièces voor hobo (of althobo) en piano, op. 179
- Suite voor althobo solo, op. 185
- Deux Sonatines voor hobo d'amore met oktet, op. 194
- 1944"Les Chants de Nectaire", voor fluit solo, op. 198, 199 en 200
- 1948: Monodies voor A-klarinet, op. 216
- Pièce de flûte pour lecture à vue voor fluite en piano, op. 218
- Sonate à sept voor hobo, fluit, harp (of klavecimbel) en strijkkwartet, op. 221
- Idylle pour deux clainettes
- Les Confidences d'un joueur de clarinette
- Monodie voor althobo
- Quatorze Pièces voor klarinet en piano
Werken voor orgel
- 1929: Trois Sonatines, op. 107
- Choral, op. 90b
- Choral, op. 98a
- Sonate, op. 107 Nr. 1
- Sonate, op. 107 Nr. 2
- Sonate, op. 107 Nr. 3
Werken voor piano
- 1915-1916: Cinq Sonatines, op. 59
- 1916: Paysages et marines, op. 63
- 1919: Quatre Sonatines françaises voor piano vierhandig, op. 60
- 1921: Quintette met piano
- 1923-1924: Quatre nouvelles Sonatines
- 1932-1933: L'Ancienne Maison de Campagne twaalf stukken voor piano, op. 124
- Douze petites pièces
- Douze Esquisses, op. 47
- Les chants de Kervéléan, op. 197
- Les heures Persanes, op. 65
- Nouvelles Sonatines, op. 87
- Pastoralen, op. 77
- Portrait of Daisy Hamilton 89 schetsen voor piano, op. 140
- Suite pour deux piano, op. 6
- Suite en cinq mouvements voor piano vierhandig, op. 19
Filmmuziek
- 1933: L'Andalouse dans Barcelone, op. 134
- Cinq Danses pour Ginger (Rogers), op. 163
Publicaties
- Charles Koechlin: Études sur les notes de passage. 1922.
- Charles Koechlin: Traité de l'harmonie. Eschig, Partis. 1928.
- Charles Koechlin: Traité de l'orchestration. 1954-1959.
- Charles Koechlin: Temoignage inedit sur Albert Roussel, Revue internationale de musique française. 5 (1984), No. 14, S. 79-88.
Bibliografie
- Robert Orledge: Charles Koechlin (1867-1950): his life and works, second edition, Routledge, 1995. 457 p., ISBN 978-3-718-60609-2
- Bernard Koechlin: Feuilles d'automne - Le compositeur Charles Koechlin à Villers-sur-Mer. PhoneIcone Edition.
- Pierre Renaudin: L’œuvre de Charles Koechlin Paris. 1978.
- Catalogue de l'oeuvre de Charles Koechlin met een introductie van Henri Sauguet. Eschig, Paris. 1975.
