Evander M. Law

Evander McIver Law
Brigadegeneraal Law
Brigadegeneraal Law
Geboren 7 augustus 1836
Darlington, South Carolina
Overleden 31 oktober 1920
Bartow, Florida
Rustplaats Oak Hill Cemetery
Bartow, Florida
Land/zijde Geconfedereerde Staten van Amerika
Onderdeel Confederate States Army
Dienstjaren 1861-1865 (CSA)
Rang brigadegeneraal (CSA)
generaal-majoor (niet bevestigd) [1]
Bevel 4th Alabama Infantry Regiment
Alabama Brigade
Hoods divisie (tijdelijk)
Butler’s cavalry brigade
Butler’s cavalry division
Slagen/oorlogen Amerikaanse Burgeroorlog
Ander werk Professor, stichter van South Florida Military College

Evander McIver Law (Darlington, 7 augustus 1836Bartow, 31 oktober 1920) was een Amerikaans professor, auteur en militair. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog klom hij op tot de rang van brigadegeneraal in het Confederate States Army.

Vroege jaren

Evander M. Law werd geboren op 7 augustus 1836 in Darlington, South Carolina. Zijn grootvader en twee van zijn overgrootvaders hadden meegevochten in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Na zijn middelbaar onderwijs volgde Law een opleiding aan de South Carolina Military Academy. Hij studeerde af in 1856 en ging aan de slag als geschiedenisprofessor aan de Kings Mountain Military Academy. In 1860 verhuisde hij naar Alabama waar hij in Tuskegee een eigen militaire school wou stichten.[2]

Amerikaanse Burgeroorlog

Kort na de secessie van Alabama in januari 1861 neemt Law dienst als kapitein in de Alabama Militia. Enkele maanden later, in april 1861, neemt hij dienst in het Confederate States Army als kapitein in de 4th Alabama Infantry Regiment of de"Alabama Zouaves". De maand erna werd hij al bevorderd tot luitenant-kolonel. Tijdens de Eerste Slag bij Bull Run maakte zijn regiment deel uit van brigadegeneraal Barnard E. Bees brigade. De kolonel van het 4th Alabama werd gedood en Law raakte gewond aan zijn linkerarm. Na zijn herstel keerde Law terug naar zijn regiment. Op 28 oktober 1861 werd hij bevorderd tot kolonel en kreeg hij het commando over wat later de "Alabama Brigade" zou genoemd worden.[3] Deze brigade werd in mei 1862 ingedeeld bij generaal-majoor James Longstreet in het Army of Northern Virginia.

Laws brigade werd ingezet tijdens de Schiereilandveldtocht en de Zevendagenslag. Tijdens de Slag bij Gaines' Mill slaagde hij samen met brigadegeneraal John Bell Hood erin om de Noordelijke slaglinie in het centrum te breken. Ook vier dagen later tijdens de Slag bij Malvern Hill werkten Law en Hood samen maar slaagden er niet in om de Noordelijken van hun stellingen te verdrijven. In de daaropvolgende Veldtocht in noordelijk Virginia en de Tweede Slag bij Bull Run vormden de brigades van Law en Hood opnieuw de speerpunt van Longstreets verrassingsaanval op de Noordelijke linkerflank waarbij het Army of Virginia onder leiding van generaal-majoor John Pope vrijwel vernietigd werd.[4]

Tijdens de Marylandveldtocht en de Slag bij Antietam verdedigde Laws brigade een deel van de Zuidelijke linkerflank tegen opeenvolgende Noordelijke aanvallen. Law verloor 454 doden en gewonden in zijn brigade. Op 3 oktober 1862 werd Law bevorderd tot brigadegeneraal en zou weinig tot geen actie zien tijdens de Slag bij Fredericksburg.

Gettysburg

In 1863 maakte Laws brigade nog altijd deel uit van het korps van Longstreet. Het korps werd ingezet rond Suffolk, Virginia en was te laat om deel te nemen aan de Slag bij Chancellorsville. Voor zijn opmars naar Pennsylvania trok generaal Robert E. Lee zijn verschillende korpsen opnieuw samen. Tijdens de tweede dag van de Slag bij Gettysburg, op 2 juli 1863, viel de brigade van Law de Noordelijke linkerflank aan bij Little Round Top en Devil's Den. Hij nam het commando van Hood over nadat deze ernstig gewond was geraakt. Sommige militaire historici bekritiseren Law voor zijn gebrek aan coördinatie tussen de verschillende brigades. Het was pas op het einde van de dag dat hij een vervanger aanduidde voor zijn brigade waardoor de regimenten niet efficiënt ingezet werden. [5] Ook de andere brigadiers kregen geen orders van Law die dag.[6]

Op 3 juli vormden Laws manschappen de uiterste rechterflank van het Zuidelijke leger en verdedigden ze zich tegen de Noordelijke cavalerie-aanvallen van bridgadegeneraal Elon J. Farnsworth die deel uitmaakte van brigadegeneraal Judson Kilpatricks divisie.

Law diende geen officieel verslag in van de gevechten na de veldslag.[7] Pas jaren later zou hij zijn bijdrage beschrijven in de "The Struggle For 'Round Top'", in Battles and Leaders of the Civil War.[8]

Tennessee

Na Gettysburg werd Longstreets korps gedetacheerd en naar het westelijke front gestuurd om generaal Braxton Braggs Army of Tennessee te versterken. Het korps speelde een cruciale rol tijdens de Slag bij Chickamauga. Omdat Longstreet het commando kreeg over een vleugel van het Army of Tennessee, werd Hood tijdelijk bevelhebber van het korps en nam Law opnieuw de rol van divisiecommandant op zich. Op de laatste van dag van de slag, op 20 september, werd Laws divisie naar het gat in de Noordelijke linie gestuurd. Hierop stortte de volledige slaglinie van het Army of the Cumberland in elkaar. Laws manschappen slaagden er ook in om vijftien kanonnen te veroveren.

Ondanks de lofuitingen aan het adres van Law door Longstreet tijdens andere veldslagen ontstond er een bittere vete tussen beide generaals. De oorzaak lag bij professionele jaloezie tussen Law enerzijds en brigadegeneraal Micah Jenkins, een favoriet van Longstreet, anderzijds. Longstreet had de post van bevelhebber van Hoods divisie, indien Hood gewond zou raken, op verschillende tijdstippen aan zowel Law als aan Jenkins beloofd. Law kende de manschappen en had de divisie tijdens de slag bij Chickamauga met verve aangevoerd. Jenkins was een nieuweling binnen de brigade maar was al langer brigadegeneraal. Toen Hood tijdens de slag bij Chickamauga opnieuw gewond raakte, moest Law het commando over de divisie afstaan aan Jenkins.[9]

De divisie van Hood bleef verbonden aan Braggs leger tot het beleg van Chattanooga. Eind oktober 1863 werd Laws brigade gedetacheerd om Brown's Ferry bij de Tennessee te bewaken. Terwijl Law op verlof was om Hood te bezoeken, nam Jenkins de helft van de eenheden weg bij Brown’s Ferry ondanks de felle protesten van kolonel William C. Oates. Oates die bevelhebber was van het 15th Alabama Infantry Regiment en dus een van de twee overgebleven regimenten die Brown’s Ferry beschermde, had rapporten ontvangen van een ophanden zijnde Noordelijke aanval. Oates deed wat hij kon, maar de Noordelijken overrompelden de twee Zuidelijke regimenten. Enkele dagen later kwamen er Noordelijken versterkingen aan in de vorm van het XI Corps en XII Corps. Hierdoor slaagde generaal-majoor Ulysses S. Grant erin om de zogenaamde "cracker line" te openen om voedsel en ander voorraden naar het belegerde Chattanooga te sturen.[10]

Bragg zag het strategische belang in van Brown’s Ferry en de nabijgelegen Lookout Valley en gaf het bevel aan Longstreet om de controle van deze plaatsen te heroveren. Longstreet stuurde slechts Hoods divisie om het op te nemen tegen twee Noordelijke korpsen. Jenkins plande een nachtelijke aanval op de spoorweg bij Wauhatchie met twee brigades onder leiding van kolonel John Bratton en brigadegeneraal Henry L. Benning. Ondertussen werd een Texas brigade en Laws brigade naar Brown’s Ferry gestuurd. De brigade van George T. Anderson en de infanterie van Hamptons Legion werden zelfs niet ingezet. Toen de gevechten uitbraken, reed Jenkins naar Wauhatchie om daar de aanval te leiden in de plaats van een centraal sturende rol op zich te nemen. De Zuidelijke eenheden, die sterk in de minderheid, verloren deze confrontatie. Jenkins zou later Law beschuldigen van nalatigheid. Law en brigadegeneraal Roberston van de Texasbrigade spraken dit tegen. Dit bracht de animositeit tussen Jenkins en Law tot het kookpunt.[11]

Jenkins bleef aan het hoofd staan van Hoods divisie tijdens de Knoxvilleveldtocht in november en december 1863. Hij gaf Law opnieuw de schuld van de nederlaag bij Campbell's Station. Van eind december tot in maart 1864 verloor Longstreet meer en meer zijn grip op zijn korps. Ook generaal-majoor Lafayette McLaws en op zijn minst één andere brigadegeneraal werden voor de krijgsraad gebracht. Alle aanklachten werden niet aanvaard door het Zuidelijke ministerie van oorlog.[12]

Door de toxische sfeer wou Law zijn ontslag indienen. Daarvoor reisde hij persoonlijk naar de hoofdstad Richmond. Eerst bracht hij een bezoek aan de herstellende Hood die Law overtuigde om aan te blijven. Toen Law terugkeerde bij zijn brigade plaatste Longstreet hem onder arrest voor insubordinatie. De manschappen in Laws brigade konden dit niet langer aanzien en alle kolonels, buiten één, vroeger hun overplaatsing aan naar Alabama. Longstreet probeerde terug te slaan door de brigade achter te laten in Tennessee terwijl de rest van het korps terugkeerde naar het Army of Northern Virginia. Generaal Robert E. Lee liet echter ook Laws brigade terugkeren. Ondertussen was Hood gepromoveerd en werd generaal-majoor Charles W. Field aangesteld als bevelhebber van de oude divisie van Hood. Na deze reorganisatie toonde de divisie opnieuw zijn waarde door dezelfde graad van efficiëntie te bereiken zoals in Chickamauga.[13]

1864-65

Tijdens de Slag in de Wildernis, op 6 mei 1864, stond Law opnieuw onder arrest terwijl zijn brigade deel nam aan de slag. Het was pas tijdens de Slag bij Cold Harbor dat Law opnieuw zijn taken kon uitvoeren. Daar raakte hij ernstig gewond en hield er een schedelfractuur aan over. De oude brigade van Law werd verder ingezet tijdens de Richmond-Petersburgveldtocht, maar Law zelf werd overgeplaatst naar een brigade in het cavaleriekorps van luitenant-generaal Wade Hampton in South Carolina. Toen generaal-majoor Matthew C. Butler gewond raakte tijdens de Slag bij Bentonville op 20 maart 1865 nam Law het bevel van de divisie op zich tot Butler terugkeerde. Diezelfde dag werd Law bevorderd tot generaal-majoor maar deze promotie werd nooit bevestigd door de Zuidelijke senaat.[1]

Latere jaren

Een monument ter ere van Law in Bartow

Na de oorlog beheerde Law het landbouwbedrijf en spoorwegholding van zijn schoonvader. Law was op 9 maart 1863 gehuwd met Jane Elizabeth Latta. In 1881 verhuisde het gezin naar Florida waar hij in 1895 een militaire school oprichtte geïnspireerd op de South Carolina Military Academy. Hij bleef directeur van de South Florida Military College in Bartow tot in 1903. Law speelde ook een grote rol in het uitbouwen van een schoolsysteem in Florida door zijn verschillende functies in scholen en de Board of Education waarin hij tussen 1912 en 1920 in zetelde. Tot in 1915 was hij redacteur voor de Courier Informant. Law overleed op 31 oktober 1920. Zijn stoffelijk overschot werd begraven op de Oak Hill Cemetery in Bartow.[14]

Zie ook

Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)