Endotheel

Verschillende endotheelcellen (RC). (A) medullaire sinus van de lymfeklier (SEM: oppervlakte scanning elektronenmicroscopie); (B) hersenen met tight junctions (TJ) van de bloed-hersenbarrière (TEM: transmissie elektronenmicroscopie); (C) EC's van slagaders (SEM); (D) EC's van aderen (SEM); (E) EC van capillair van dermis/huid
Verschillende gefenestreerde endotheelcellen. (A) EC's van de nierglomerulus (SEM); (B) EC's van de nierglomerulus (TEM); (C) capillair van de bijnier met gefenestreerde EC's en fenestrale diafragma's (FD) (TEM); (D) EC's van de sinusoïde van de lever (SEM).

Het endotheel[1] is een bedekkend eencellig laagje aaneengesloten cellen dat onder andere de binnenkant van hart, bloedvaten en lymfevaten bekleedt bij gewervelden. Ongewervelden hebben geen endotheel.

Endotheelcellen vervullen een functie bij de bloedstolling en bij angiogenese. Het endotheel is epitheloïd, dat wil zeggen een van de sub-types van epitheel, net als het mesotheel, dat de bekleding vormt van lichaamsholten als het hartzakje en het long-, borst-, en buikvlies. Afdekkende cellagen aan de buitenkant van organen, in de darm of de galblaas en aan de binnenkant van onder andere de blaas (urotheel) vormen het epitheel in engere zin. In het nierbekken, de urineleider (ureter), blaas en urinebuis (urethra) vormt het slijmvlies (ofwel bekleding ofwel urotheel) het overgangsepitheel.[2]

Het endotheel is mesenchymaal weefsel dat wordt gevormd uit de middelste laag van het embryonale kiemblad (het mesoderm).

Gefenestreerd endotheel

Het gefenestreerde (met poriën) endotheel is aanzienlijk permeabeler: zelfs grotere moleculen passeren zonder problemen de "vensters" (Latijn: fenestra) in het endotheel. De poriën hebben een diameter van ongeveer 70 nm en hebben – bij mensen, met één uitzondering de nier – altijd diafragma's (denkbaar als spaken) die de permeabiliteit van zeer grote moleculen en cellen enigszins beperken. In het centraal zenuwstelsel wordt dit type endotheel aangetroffen in de meeste circumventriculaire organen. Net als het continue endotheel heeft dit type endotheel een doorlopend basaal membraan en wordt het aangetroffen in de glomerulus van de nieren, de darm en endocriene klieren.

Verschillende typen endotheelcellen. (A) Continu endotheel; (B) Gefenestreerd endotheel (glomerulair gefenestreerd endotheel (echt gefenestreerd), met fenestrae ~60–100 nm in diameter), TJ (tight junctions) en AJ (adherens junctions); (C) Pseudo-gefenestreerd endotheel met fenestraal diafragma (FD (fenestrae ~60–70 nm in diameter); en (D) Discontinu sinusvormig endotheel met GJ's (gap junctions), TJ's en grote poriën ~100–200 nm.
Endotheel met poriën (fenestrae) in de glomerulus van de muis.

Evolutie

Endotheel is in de evolutie mogelijk ontstaan vanuit amoebocyten – gespecialiseerde bloedcellen die een rol spelen in het afweersysteem van ongewervelden – die zich hechtten aan het basaal membraan van bloedvaten. Tijdens die evolutie verkregen amoebocyten het epithele fenotype. Mogelijk was de eerste functie van de nieuwe cellen de afweer van ziektes, maar door hun vermogen tot angiogenese, de vorming van bloedvaten, konden bloedvaten ook buiten de ruimtes rond de ingewanden groeien.[3]

Zie ook

Zie de categorie Endothelial cells van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.