Elso Barghoorn
Elso Sterrenberg Barghoorn (New York, 30 juni 1918 - 27 januari 1984) was een Amerikaans microbioloog, botanicus, palynoloog en paleontoloog. Hij is met name bekend als mede-ontdekker en onderzoeker van microfossielen uit het Precambrium. Deze ontdekking leidde tot het besef dat het archief van fossielen vele malen verder terug in de tijd reikt dan eerder gedacht werd.
Levensloop en werk
Barghoorn werd geboren in New York, op Long Island. Hij bracht een deel van zijn jeugd door in Dayton in Ohio, waar hij aan Miami University botanie studeerde. Na het behalen van een bachelor studeerde hij verder aan Harvard, waar hij les in botanie kreeg van I.W. Bailey en W.H. Weston. Hij behaalde zijn masterdiploma in 1938 en promoveerde in 1941. Hij bestudeerde in die tijd onder andere de straalvormige cellen in het xyleem van planten, mariene schimmels en fossiel pollen (stuifmeel). Tussen 1941 en 1943 gaf hij les in botanie aan Amherst College om de laatste jaren van de oorlog voor het Amerikaanse leger in Panama onderzoek naar de decompositie van militair materiaal door schimmels te verrichten.
Na de oorlog ging Barghoorn weer aan Harvard werken, vanaf 1955 als hoogleraar. Hij bleef zijn hele leven aan de universiteit verbonden. Hij onderzocht fossiel pollen in bruinkool uit het Tertiair. Deze stelden hem in staat de vegetatiegeschiedenis van Noord-Amerika nauwkeurig in kaart te brengen.
In de jaren 1950 raakte Barghoorn geïnteresseerd in fossielen uit het Precambrium. Op dat moment werden vondsten van lichaamsfossielen ouder dan het Cambrium (tot 550 miljoen jaar oud) niet algemeen geaccepteerd, op stromatolieten na (sporen van de activiteit van algen). De aan de universiteit van Wisconsin verbonden geoloog Stanley A. Tyler ontdekte in 1950 steenkool in gesteente uit het Precambrium. Hij stuurde Barghoorn monsters en vroeg hem zijn ontdekking te verifiëren. Inderdaad ging het om de oudst bekende steenkool ter wereld, ontstaan uit de resten van dode algen. Onder de microscoop waren structuren zichtbaar die Barghoorn als celweefsel identificeerde. Tyler en Barghoorn identificeerden in de daarop volgende jaren vergelijkbare structuren in gesteentemonsters van dezelfde ouderdom afkomstig uit verschillende locaties in Michigan en Ontario. Met name de Gunflint Chert uit Michigan bleek plaatselijk vol microfossielen te zitten. In 1954 publiceerden ze hun ontdekking.
De ontdekking was gecombineerd met nauwkeurige radiometrische datering van het gesteente veel geloofwaardiger dan eerdere vondsten van microfossielen. De Gunflint Chert is bijna twee miljard jaar oud, meer dan vier maal zo oud als de oudste in die tijd algemeen geaccepteerde lichaamsfossielen.
Met zijn student J.W. Schopf bestudeerde Barghoorn Precambrische fossielen van andere plekken zoals de Fig Tree Formation uit Zuid-Afrika en de Bitter Springs Group uit Australië. Deze fossielen zijn rond de 3,4 miljard jaar oud en hun ontdekking legde de ondergrens van de paleontologie nog verder naar het verleden.
Barghoorn onderzocht naast het Precambrium ook de fylogenetica van planten en fossiele pollen, met name uit het Tertiair en Kwartair.
Hij trouwde driemaal. Uit zijn eerste huwelijk had hij twee zoons.
Bronnen
- (en) Margulis, L. & Knoll, A.H., 2005: Elso Sterrenberg Barghoorn Jr. 1915-1984, National Academy of Sciences, Biographical Memoirs 87, [online:] website
- (en) Meinschein, W., 1985: Memorial to Elso Sterrenberg Barghoorn, Jr. 1915-1984, [online:] PDF