Ellen Roosval von Hallwyl
| Ellen Roosval von Hallwyl | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
Von Hallwyl in 1923 | ||||
| Persoonsgegevens | ||||
| Volledige naam | Ellen Fredrika Wilhelmina Roosval von Hallwyl | |||
| Geboortenaam | Ellen Fredrika Wilhelmina | |||
| Geboren | Landgoed Erikslund, 29 juli 1867 | |||
| Overleden | Stockholm, 9 april 1952 | |||
| Geboorteland | ||||
| Begraafplaats | Kerk van Väskinde | |||
| Signatuur | ||||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Wallinska skolan | |||
| Leermeester | Lovis Corinth, Carl Milles en Friedrich Mehler | |||
| Beroep | Kunstschilder, beeldhouwer en componist | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Prijzen en erkenningen | Litteris et Artibus | |||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Ellen Fredrika Wilhelmina Roosval von Hallwyl (Landgoed Erikslund, 29 juli 1867 - Stockholm, 9 april 1952) was een Zweeds kunstschilder, beeldhouwer en componist.[1][2] Ze was de eerste vrouwelijke beeldhouwer in Zweden die haar eigen stenen sculpturen houwde.[3] Von Hallwyls leven werd getekend door haar conflicten met de toenmalige maatschappelijke normen.[4]
Biografie
Jeugd
Von Hallwyl werd geboren op het landgoed Erikslund, bij Västerljung in Södermanlands län. Ze was een van de vier dochters van de van oorsprong Zwitserse graaf en rijksdaglid Walther von Hallwyl en Wilhelmina Kempe. Ze was de tweede dochter. Haar grote zus Ebba werd geboren in 1866, het zusje Elma werd in 1870 geboren en Irma, de laatste dochter van het echtpaar, werd geboren in 1873. Elma overleed echter al na een half jaar, in 1871, omdat ze giftige kunstenaarsverf had binnengekregen.[2][5]
Eerst werden Ellen en Ebba thuis onderwezen door een gouvernante en kregen ze wiskundelessen van hun vader. Later verhuisden ze naar hun grootmoeder in Stockholm. Daar gingen ze naar de Wallinska skolan, een meisjesschool in Stockholm. De gymnasiumafdeling op die school was de eerste voor vrouwen in heel Zweden.[6]
Huwelijk en Berlijn
Op 19-jarige leeftijd trouwde Ellen met de militair Henrik de Maré. Later beschreef ze dat alsof "ze direct uit de kinderkamer het huwelijk insprong". Ellen kreeg met Henrik in 1888 een zoon, Rolf de Maré. Henrik werd in 1897 gestationeerd in Berlijn: de familie verhuisde.[5] In Berlijn begon ze ook aan haar kunststudie bij schilder Hedwig Weiß, lid van de Verein der Berliner Künstlerinnen.[2]
Het huwelijk tussen de Maré en von Hallwyl was ongelukkig. Von Hallwyl werd verliefd op de jonge kunsthistoricus Johnny Roosval, de privé-leraar van de jonge Rolf. Omdat de Maré een baan aan het hof kreeg, keerde de familie in 1904 terug naar Zweden. In 1906 wou Ellen scheiden van de Maré om te trouwen met Roosval. Dit was een groot schandaal binnen de bovenklasse, onder andere vanwege het leeftijdsverschil tussen de twee: Roosval was twaalf jaar jonger dan von Hallwyl. Daarnaast waren scheidingen überhaupt ongewoonlijk.[2][5]
.tiff.jpg)
Ondanks het grote schandaal en het feit dat de familie zelfs afstand van haar nam en jarenlang niet meer welkom was bij haar ouders, trouwde ze in 1907 met Roosval.[2][5]
Na de scheiding keerde ze een tijdje terug naar Berlijn, waar ze les kreeg van de schilder Lovis Corinth.[2]
Sculpturen en Gotland
Von Hallwyl begon in 1910 met het maken van sculpturen. Carl Milles werd door haar man overgehaald om Hallwyl beeldhouwlessen te gaan geven in haar atelier. Tijdens de winter van 1912 op 1913 was zij in Parijs, waar ze beeldhouwtechnieken leerde van beeldhouwer Gaston Toussaint. Hij was een leerling van Antoine Bourdelle.[2]
In 1915 begonnen Hallwyl en Roosval samen hun zomerverblijf te bouwen in Väskinde op Gotland. Het zomerverblijf zou Villa Muramaris gaan heten. Het huis was een kunstwerk op zich. Behalve Hallwyl werkten ook anderen mee aan de bouw van het huis. Sigrid Fridman maakte bijvoorbeeld de fontein in de tuin. Het huis was klaar in 1917. Op 18 januari 2013 brandde het huis volledig af. Het huis is grotendeels weer opgebouwd.[2][3]
Latere jaren
In de jaren twintig werd het huwelijk tussen Roosval en von Hallwyl pas goedgekeurd door de familie. Haar moeder gaf haar de taak om verschillende decoraties te plaatsen voor het Hallwylpaleis, dat het gebouw van het huidige Hallwylmuseum is. Nadat een aantal van haar werken een tijd in de Théâtre des Champs-Élysées te zien waren, werd in 1923 haar werk voor de eerste en de laatste keer geëxposeerd in een eigen tentoonstelling. Critici waren erg verrast dat een vrouw "zo weinig charme" kon hebben: "Men is verbaasd over dergelijke creaties zoals deze van een vrouw (...)." Beeldhouwen en kunst waren nog altijd "mannendingen". Later, in 1925, kreeg ze de Litteris et Artibus uitgereikt.[2]

In de jaren dertig kreeg ze zodanig last van reuma dat ze door haar dokters werd afgeraden om beeld te houwen. Hallwyl begon meer met muziek bezig te zijn: uiteindelijk ging al haar tijd op aan muziek. Ze was een vaardig pianist en kreeg compositielessen van de Duitse componist Friedrich Mehler.[2]
Von Hallwyl overleed op 9 april 1952 in Stockholm. Ze werd begraven op het kerkhof van de kerk van Väskinde.[2]
Kunst
De schilderijen die von Hallwyl heeft gemaakt zijn donker, symbolisch en bevatten hoekige figuren. Vanaf 1910 waren sculpturen haar voornaamste kunstvorm. Haar inspiratie haalde ze uit de middeleeuwse kunst en reizen naar verre landen zoals Egypte. Haar werken hebben vaak een religieuze stempel. Ze houwde vaak grote beelden: een van haar grote werken is een granieten grafmonument in de vorm van een kruis voor het familiegraf van haar zus Ebba von Eckermann. Het grafmonument staat er nog steeds.[2][5]
Voor het interieur en voor in de tuin van de Villa Muramaris heeft ze ook verschillende werken gemaakt, zoals de haard van zandsteen, met daarop twee vrouwelijke figuren die de Liefde en de Waarheid symboliseren. De twee figuren zijn geflankeerd door twee mannelijke figuren die de Pijn en de Arbeid symboliseren. In de tuin staan ook diverse andere sculpturen.[2][3]
In 1925 houwde ze Dansen (de dans), een ode aan haar zoon die het Les Ballets Suédois leidde in Parijs.[2]
Haar sculpturen zijn te vinden in museumverzamelingen van het Nationalmuseum, het Moderna Museet, het Gotlands museum en het Hallwylmuseum.[5]
Galerij
Dansen (De dans)
Egoismen (Het egoïsme)
Kristus i dödsriket (Christus in het dodenrijk)
Religieuze sculptuur
De haard van zandsteen
Luftandar, aan de gevel van Villa Muramaris
Den helige Jakob (De heilige Jakob, Muramaris)
Katsculptuur (Muramaris)
Villa Muramaris na de brand
- ↑ (en) Ellen Roosval. collection.nationalmuseum.se. Geraadpleegd op 8 november 2025.
- 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 (sv) Bergström, Irja, Ellen Fredrika Wilhelmina Roosval von Hallwyl. Svenskt kvinnobiografiskt lexikon (8 maart 2018). Geraadpleegd op 8 november 2025.
- 1 2 3 (sv) Ellen Roosval von Hallwyl. Utforska! Gotlands Museum (19 januari 2024). Geraadpleegd op 8 november 2025.
- ↑ Familjen von Hallwyl. Hallwylska museet. Gearchiveerd op 25 januari 2019.
- 1 2 3 4 5 6 (sv) Familjen von Hallwyl - Döttrarna. hallwylskamuseet.se. Geraadpleegd op 8 november 2025.
- ↑ (sv) En kvinnlig student. sverigeshistoria.se. Geraadpleegd op 8 november 2025.
.png)