Edward Seaga
| Edward Seaga | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Algemeen | ||||
| Volledige naam | Edward Philip George Seaga | |||
| Geboortedatum | 28 mei 1930 | |||
| Geboorteplaats | Boston | |||
| Overlijdensdatum | 28 mei 2019 | |||
| Overlijdensplaats | Miami, Florida, Verenigde Staten | |||
| Land | Verenigde Staten | |||
| Voorganger | Michael Manley | |||
| Opvolger | Michael Manley | |||
| Partij | Jamaica Labour Party | |||
| ||||
Edward (Philip George) Seaga (uitgesproken als Si-aga) ( Boston, Massachusetts, Verenigde Staten, 28 mei 1930 – Miami, Florida, Verenigde Staten, 28 mei 2019) was een Jamaicaans politicus voor de conservatieve Jamaica Labour Party (JLP). Tussen 1980 en 1989 was hij de vijfde premier van zijn land.
Seaga werd geboren in de Verenigde Staten, maar keerde drie maanden naar zijn geboorte met zijn Jamaicaanse ouders terug naar Jamaica. Zijn vader was van Libanese afkomst, zijn moeder had Afrikaanse, Schotse en Indiase voorouders. Zijn ouders waren tijdens de roaring twenties naar de VS verhuisd, maar de beurskrach van 1929 leidde tot het einde van het Amerikaanse avontuur. Hij volgde middelbaar onderwijs in Kingston en studeerde daarna in de Verenigde Staten, waar hij een Bachelor of Arts in sociale wetenschappen behaalde aan het Harvard College.
Vanwege zijn interesse in populaire Jamaicaanse muziek werkte hij midden jaren 50 als muziekproducent. In 1958 richtte hij West Indies Records Ltd op dat uitgroeide tot een succesvolle platenmaatschappij. Na een brand in 1964 verkocht hij het bedrijf aan muzikant en orkestleider Byron Lee die het bedrijf omdoopte in Dynamic Sounds. Onder Byron Lee bezat Dynamic Sounds een van de best uitgeruste studio's in het Caribisch gebied waar zowel lokale als internationale artiesten kwamen, waaronder Eric Clapton, Paul Simon en the Rolling Stones.
In 1959 werd Seaga door Alexander Bustamante, de oprichter van de JLP, geselecteerd voor het hogerhuis in Jamaica. Met zijn 29 jaar was hij het jongste lid ooit van de Senaat. In april 1962 werd Seaga gekozen namens de Jamaica Labour Party (JLP) als parlementslid voor het kiesdistrict West Kingston, een vrij armoedig deel van de stad. Gedurende tien opeenvolgende termijnen, in totaal 43 jaar, was Seaga de vertegenwoordiger van dit kiesdistrict. Hiermee werd hij het langstzittende parlementslid in de geschiedenis van Jamaica.
Na de gewonnen verkiezingen van april 1962 kon de JLP het land besturen dat in augustus van dat jaar onafhankelijk werd. Seaga werd onder Bustamante minister van Ontwikkeling en Welzijn. Hij zorgde voor de herontwikkeling van een grote sloppenwijk in West Kingston tot de nieuwe woonwijk Tivoli Gardens. In 1967 werd Seaga minister van Financiën en Planning.
Bij de verkiezingen van 1972 verloor de JLP ruim van de People's National Party (PNP) van Michael Manley, die in de jaren zeventig het land ging besturen. In deze periode ontstond veel politiek geweld. Hier zouden de Verenigde Staten aan hebben bijgedragen omdat zij het de linkse Manley kwalijk namen dat deze betrekkingen onderhield met het Cuba van Fidel Castro en het verzet tegen het apartheid in Zuid-Afrika steunde. De CIA leverde wapens aan aanhangers van de JLP wat leidde tot wijdverspreid (vuurwapen) geweld op het eiland, met name in de arme wijken van Kingston die waren verdeeld in gebieden waar de JLP of de PNP de dienst uitmaakte.
Na de zeer gewelddadig verlopen verkiezingen van 1980, die vanwege de verslechterde economische situatie met grote meerderheid door de JLP worden gewonnen, werd Seaga op 1 november 1980 Seaga premier van Jamaica.
Seaga verbrak de relaties met Cuba en knoopte goede banden aan met de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Britse premier Margaret Thatcher. Hij voerde een neoliberaal beleid uit met steun van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). De vrijemarkteconomie kreeg ruim baan, hij voerde hervormingen door en beperkte de rol van de overheid. Staatsbedrijven werden geprivatiseerd. De Jamaicaanse economie krabbelde hierdoor op, maar het leidde ook tot hoge werkloosheid, meer ongelijkheid en sociale onrust.
Het harde beleid van de jaren 80 leidde tot een groot verlies bij de parlementsverkiezingen van februari 1989. De PNP van Michael Manley behaalde liefst 45 zetels tegen 15 voor de JLP van Seaga. Seaga werd opnieuw verbannen naar de oppositiebanken. Ook de drie erop volgende verkiezingen werden door Seaga's JLP met grote verschillen verloren. In 2005 ging Seaga met pensioen en stond hij zijn rol als oppositieleider af aan partijgenoot Bruce Golding. Pas in 2007 zou de JLP weer de grootste partij worden en kon ze met Bruce Golding weer een premier voor het land leveren.
Op 89e verjaardag, op 28 mei 2019, overleed Seaga in Miami (Florida, VS) waar hij werd behandeld voor kanker. Edward Seaga kreeg in Jamaica een staatsbegrafenis.
Edward Seaga wordt door velen gezien als een van de meest invloedrijke Jamaicaanse premiers, met goede banden met de Verenigde Staten. Maar hij was ook omstreden. Volgens zijn aanhangers heeft hij Jamaica van het communisme gered, terwijl zijn tegenstanders vinden dat hij Jamaica heeft verwoest.
Eerbewijzen
- Orde van de Natie (Jamaica)
- Privy Council van het Verenigd Koninkrijk
- Grand Collar de Libertador (Venezuela)
- Orde van de Azteekse Adelaar (Mexico)
- Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland
| Voorganger: Michael Manley |
Premier van Jamaica 1980-1989 |
Opvolger: Michael Manley |
.jpeg)