Duiventoren van Sterkenburg
| duiventoren van Sterkenburg | ||||
|---|---|---|---|---|
![]() | ||||
| Locatie | ||||
| Plaats | Driebergen-Rijsenburg | |||
| Adres | Langbroekerdijk 10A | |||
| Coördinaten | 52° 1′ NB, 5° 17′ OL | |||
| Onderdeel van | Kasteel Sterkenburg | |||
| Status en tijdlijn | ||||
| Gereed | 1862 | |||
| Architectuur | ||||
| Bouwmateriaal | baksteen | |||
| Bouwkundige informatie | ||||
| Architect(en) | N.J. Kamperdijk | |||
| Prijzen en erkenningen | ||||
| Monumentstatus | rijksmonument | |||
| Monumentnummer | 511811 | |||
| ||||
De duiventoren van Sterkenburg is een rijksmonument in de Nederlandse plaats Driebergen-Rijsenburg. De duiventoren maakt deel uit van het complex rond kasteel Sterkenburg en is als rijksmonument opgenomen vanwege de architectonische vormgeving volgens mathematische principes en de functionele betekenis binnen de buitenplaats.[1]
Statussymbool
Het houden van duiven was sinds de middeleeuwen een ‘heerlijk recht’ dat voorbehouden was aan de adel en de geestelijkheid. In de zeventiende eeuw werd het houden van duiven ook aan burgers toegestaan, al was het houden van duiven wel gebonden aan voorwaarden, zoals het betalen van een flinke som geld. De duivenhouderij werd in de negentiende eeuw steeds meer een statussymbool.[2]
Beschrijving
De duiventoren uit 1862 hoorde bij de buitenplaats Sterkenburg. De toren staat in het weiland aan de oostzijde van het kasteel en staat gericht op een van de vroeg 17de-eeuwse lanen. De rood bakstenen duiventoren is net als de oranjerie en de vierkante kasteeltoren opgetrokken in vroege neorenaissancestijl. Het ontwerp is van architect N.J. Kamperdijk, die volgens een mathematisch opgezet ontwerpsysteem werkte voor opdrachtgever K.J.F.C. Kneppelhout. De toren staat op een zeshoekig grondplan en wordt gedekt door een zeskante spitse kap. De kap, die in 1996 werd gerestaureerd, wordt bekroond door smeedwerk met zink, een koperen bol en een windvaan. In de omgaande rondboogfries zitten 30 duivengaten. De zes gevelvlakken worden halverwege door een lijst in twee delen verdeeld. In elk van de muurvlakken zit een smalle lichtspleet die doet denken aan de schietopeningen in oude middeleeuwse torens. De ingang zit in de noordgevel. Tegen de oostelijke en zuidelijke muren zijn op de verdieping 420 nissen gemetseld.
