Vuurwerkplant
| Vuurwerkplant | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Dictamnus albus L. (1753) | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Vuurwerkplant op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||

De vuurwerkplant of essenkruid (Dictamnus albus) is de enige soort uit het monotypische geslacht Dictamnus. De soort behoort tot de wijnruitfamilie (Rutaceae). De vaste plant komt van nature voor in de zuidelijke streken van Eurazië.
De plant wordt 40-80 cm hoog. Het fototoxische blad kan fotocontactallergie veroorzaken. Het blad lijkt wat op dat van de es (vandaar de naam essenkruid), is onevengeveerd en heeft zeven tot elf eironde, 5-8 cm lange, fijn getande blaadjes.
De vuurwerkplant bloeit in mei en juni met witte, roze of lila bloemen met lange meeldraden. De bloem ruikt naar een mengsel van vanille en citroen. De bloeiwijze is een tros. Tijdens de bloei produceert de plant zoveel etherische olie dat deze al op grote afstand geroken kan worden. Op hete dagen kunnen druppeltjes van deze vluchtige, isoprene olie bij felle zon door brandglaswerking spontaan vlam vatten zonder dat de plant zelf verbrandt. Als het ook nog windstil is kunnen blauwe vlammetjes gezien worden. De verdampte etherische olie kan ook aangestoken worden, waarbij een spetterend vuurwerk ontstaat, waaraan de plant haar naam te danken heeft. Volgens gespecialiseerde botanici is de vuurwerkplant een waarschijnlijke verklaring voor het brandend braambos in de Hebreeuwse Bijbel.[1]
De vrucht is een vijfdelige doosvrucht. In elk deel zitten twee zaden. Als de vrucht rijp is knalt deze open en worden de twee zaden weggeslingerd. De 4 mm grote, zwarte zaden zijn peervormig.
De plant komt voor op droge, kalkhoudende, stikstofarme grond op warme plaatsen langs bossen en struikgewas.
Gebruik
De plant bevat etherische olie welke onder meer bestaat uit bergapteen, fraxinellon, thymolmethylether, pineen, anethol, estragol, myrceen, limoneen, cineol en alkaloïden als skimmianine, fagraine en dictamine. Verder komt saponine, bitterstof, anthocyaan en flavonglycoside voor.
De vuurwerkplant werd vanwege de vermeende heilzame werking ook geteeld. In de Renaissance kwam de plant al veel in tuinen voor. Volgens de volksgeneeskunde zou de plant koortsverlagend en bacteriedodend zijn.[2] Een tinctuur van de bloemen en bladeren werd tegen reuma gebruikt. Ook zou het aanraken van de plant wanneer ze in bloei staat bij sommige mensen een roes kunnen veroorzaken alsof er alcohol is genuttigd. De wortelbast zou goed werken tegen wormen en malaria.
Tegenwoordig komt de plant nog maar weinig in de siertuin voor, vanwege de bijzondere eisen die de plant aan de groeiomstandigheden stelt.
Illustratie uit: Thomé, Flora von
Deutschland, Österreich und der Schweiz
Vruchten
De mythische werking van de vuurwerkplant in de Medicina Antiqua, dertiende eeuw
Zie ook
- ↑ (en) Anthony D Dayan, Miracle or Physical? Possible Nature of the Burning Bush in Exodus, juni 2025.
- ↑