Diana d'Andolo

Diana d'Andalò
Diana d'Andolo op een detail van het schilderij 'La professione della beata Diana nelle mani di san Domenico'
Diana d'Andolo op een detail van het schilderij 'La professione della beata Diana nelle mani di san Domenico'
Geboren 1201 te Bologna
Gestorven 10 juni 1236 te Bologna
Verering Rooms-Katholieke Kerk
Zaligverklaring 8 augustus 1888 te Sint-Pietersbasiliek, Vaticaanstad
Schrijn St. Agnesklooster te Bologna
Naamdag 10 juni
Attributen Lelie
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De zalige Diana d'Andalò (Bologna, 1201 – aldaar, 10 juni 1236) was een Italiaanse dominicanes. Ze was samen met Cecilia Cesarini en Amata een van de oprichters van het klooster van Sint-Agnes in Bologna.

Leven

Diana d'Andalò werd in 1201 geboren in een machtige adellijke familie in Bologna. Hoewel ze als een "nogal verwend" kind werd beschreven, stond ze bekend om haar buitengewone schoonheid, welbespraaktheid, levendige geest en goede oordeelsvermogen.

In 1218 hoorde ze de dominicaanse prediker Reginald van Orleans spreken en werd ze diep geraakt door zijn preken. Ze besloot haar wereldse leven op te geven en zich toe te wijden aan gebed. Ze legde een gelofte van maagdelijkheid af en sprak de wens uit om zich bij de dominicanessen te voegen zodra er een klooster in Bologna zou worden gesticht. Dit deed ze op aanraden van de stichter van de orde, Dominicus Guzmán, die ze in 1219 in Bologna ontmoette.

Diana overtuigde haar vader om land te kopen voor de bouw van een klooster, maar hij weigerde haar toestemming te geven om toe te treden, waarschijnlijk omdat hij haar aan een andere vooraanstaande familie wilde uithuwelijken. Nadat de bisschop de bouwvergunning weigerde, vluchtte Diana in 1222 naar een augustijnerklooster. Haar familie haalde haar met geweld terug naar huis, waarbij ze een rib brak. Deze verwonding was bijna fataal en ze zou er nooit volledig van herstellen. Na haar herstel vluchtte ze in 1223 opnieuw naar het augustijnerklooster. Dit keer liet haar familie haar met rust.

Kort na de dood van Dominicus hielp de opvolger van de orde, Jordanus van Saksen, haar bij de verzoening met haar familie. Haar vader gaf alsnog toestemming voor haar religieuze leven, en de bisschop gaf goedkeuring voor een nieuwe locatie voor het klooster. In 1223 werd het klooster van Sint-Agnes in Bologna gesticht, waar Diana toetrad tot de dominicanessen. Vier andere zusters, waaronder Cecilia Cesarini en Amata, werden uit Rome overgebracht om de nieuwe gemeenschap te leiden. Diana bleef tot haar dood in 1236 in het klooster van Sint-Agnes. Haar overblijfselen, samen met die van Cecilia en Amata, werden begraven in het klooster en later meerdere malen verplaatst. Haar hoofd bevindt zich nu in een reliekschrijn nabij het graf van Sint-Dominicus.

Samen met Cecilia en Amata werd Diana in 1891 zalig verklaard door paus Leo XIII. Haar feestdag is op 10 juni.

De brieven van Jordanus van Saksen

Diana is vooral bekend vanwege de brieven die Jordanus van Saksen aan haar en de andere zusters van Sint-Agnes schreef. Van de 50 bewaard gebleven brieven waren er 37 direct aan haar gericht. Deze brieven getuigen van een diepe vriendschap tussen Diana en Jordanus en zijn een belangrijke bron voor de vroege geschiedenis van de dominicaanse orde. De auteur Gerald Vann beschreef de correspondentie als een "wonderbaarlijk traktaat over christelijke vriendschap".

Kloostervernoemingen

In Nederland is er één dominicaans klooster naar haar vernoemd; een klooster van de congregatie van de Dominicanessen van Neerbosch aan de Hatertseweg in Nijmegen, gevestigd in de voormalige pastorie van de Lourdeskerk.

Literatuur

  • Vann, Gerald. To Heaven with Diana!: A Study of Jordan of Saxony and Diana d'Andalò. New York, 2006