De Eeshof
| De Eeshof/Huis Eschede | ||
|---|---|---|
![]() | ||
| Locatie | ||
| Plaats | Tubbergen , Nederland | |
| Adres | Hardenbergerweg 22 | |
| Bouwkundige informatie | ||
| Bouwmateriaal | baksteen | |
| Status en tijdlijn | ||
| Gebouwd in | 1719/1965 | |
| Huidige functie(s) | zorgcentrum, vergadercentrum | |
| (Voormalig) eigenaar | Zorggroep Sint Maarten | |
| Erkenning | ||
| Monumentale status | rijksmonument | |
| Monumentnummer | 35748 | |
| Links | ||
De Eeshof (ook wel: Huis Eschede of Hof te Tubbergen) is een voormalige havezate in het Nederlandse dorp Tubbergen, provincie Overijssel. Sinds 1965 is het complex in gebruik als woonzorgcentrum, waarbij het hoofdgebouw in 2024 de functie van vergadercentrum kreeg.
Het uit 1719 stammende hoofdgebouw is samen met het 18e-eeuwse bouwhuis een rijksmonument.
Geschiedenis
De voorganger van de havezate was een hof of curtis met de heren van Bronckhorst als leenheer. De oudst bekende leenman van deze Hof te Tubbergen was Godeken van Tubbergen,[1] die in 1316 de hof in leen hield. Zijn zoon Floris volgde hem op en werd in 1361 door Gijs van Bronckhorst met de hof beleend.
In 1411 werd Hendrik van Eschede met de Hof te Tubbergen beleend. Waarschijnlijk was de hof door vererving in handen gekomen van de familie Van Eschede. Hendriks zoon Johan I - gehuwd met Mechteld van Bevervoorde - volgde hem op. Vervolgens kreeg hun zoon Johan II in 1481 de hof als leen toegewezen. Deze Johan verscheen als riddermatige op de landdag van 1531. Hij trouwde met Aleid ten Hamme en kreeg met haar twee zonen, van wie Johan III in 1548 de opvolger werd in het Tubbergse leengoed.
Verwoesting en herbouw
Johan III was in 1548 nog minderjarig, waardoor de belening van de Hof te Tubbergen gebeurde onder hulderschap van zijn oom Herman Ten Hamme. In 1554 was Johan meerderjarig en kon hij het leen zelfstandig in ontvangst nemen. Hij zou van 1563 tot 1582 als riddermatige verschijnen op de landdagen, maar moest toen uitwijken naar Coesfeld omdat hij de kant van de Opstand had gekozen. De Spaanse koning Filips II onteigende nu Johans bezittingen en Spaanse soldaten vernielden de Hof te Tubbergen. Toen Johan in 1584 alsnog een eed van trouw aflegde aan de koning kreeg hij zijn bezittingen weer terug. Hij herbouwde de verwoeste hof.
Johan huwde eerst met de weduwe Anna von der Wenge. Zij had een slechte reputatie: zij zou zich zo slecht hebben gedragen dat haar vorige man zichzelf had omgebracht. Na Anna's overlijden hertrouwde Johan met Elsebe Grubbe. Hun zoon Floris zou in 1603 de Hof te Tubbergen in leen verkrijgen.
Slapende havezate
De Hof te Tubbergen had de status van havezate en de eigenaren konden daardoor aanspraak maken op verschrijving in de ridderschap en deelname aan de vergaderingen van de Staten van Overijssel. Tot 1626 waren er echter twee Staten van Overijssel actief: een aan de Republiek verbonden variant in Zwolle en een koningsgezinde, katholieke variant in Oldenzaal. De katholiek gebleven familie Van Eschede verscheen daarom alleen op de Statenvergaderingen te Oldenzaal. Toen deze stad echter in 1626 in handen kwam van de Republiek, was er voor de katholieke familie Eschede geen plaats meer in de protestantse ridderschap en kregen ze dus ook geen toegang tot de Zwolse Statenvergaderingen. De Hof te Tubbergen werd daardoor een zogenaamde slapende havezate: het recht van verschrijving bleef wel aan het huis verbonden, maar werd niet actief gebruikt.
Schuilkerk
De zoon van Johan III en Elsebe was Floris van Eschede, die in 1603 met de havezate werd beleend. Hij stierf rond 1606, waarna zijn weduwe Willemina het bouwhuis verhuurde. Zij werd in 1626 vrijgesteld van belastingen omdat de havezate als riddermatig was erkend. Haar zoon Johan IV kreeg in datzelfde jaar als heer van Tubbergen de havezate in leen. Hij zou in 1678 komen te overlijden, zijn vrouw Agnes van Coeverden twee jaar later.

Zoon Johan V nam in 1681 de havezate - op dat moment ook wel aangeduid als De Eeshoff - in eigendom over. Vanaf 1688 diende de havezate tevens als woonplek van de pastoor van Tubbergen. De parochiekerk van Tubbergen was namelijk in protestantse handen, waardoor de katholieke bevolking van het dorp geen kerk meer tot zijn beschikking had. Johan V maakte van zijn havezate een schuilkerk voor de katholieke eredienst. Hij stierf in 1695 en liet de Eeshof na aan zijn minderjarige zoon Wolter Christoffel.
Nieuwbouw en financiële problemen
In 1712 trouwde Wolter Christoffel van Eschede met Cornelia Elisabeth van Keppel. Zij lieten in 1719 het oude huis vervangen door nieuwbouw.
Veel geld had de familie Van Eschede overigens niet: het vermogen werd in 1711 op niet meer dan 5.000 gulden geschat en in 1734 was er nog slechts 3.000 gulden van over. Wolter kon dan ook niet langer de belastingen opbrengen en liet de havezate onder de naam Huis Eschede in 1735 publiekelijk veilen. De richter van Ootmarsum kocht de havezate aan, zodat de belastingschuld kon worden afgelost. Vervolgens verkocht hij de havezate weer terug aan Wolter en zijn echtgenote.
Na Wolters overlijden in 1769 volgde zijn zoon Johan Otto Bernhard hem als heer van Tubbergen op. Hij bleef echter kinderloos, waardoor de havezate in bezit kwam van zijn broer Heidentrijk Lodewijk.
.jpg)
Von Heyden en Von Bönninghausen
In 1803 verkocht eigenaar Heidentrijk Lodewijk van Eschede de havezate aan zijn achterneef Theodor Adolf Josef von Heyden. Deze verkocht de havezate in 1820 weer aan Maximilianus Fredericus Carolus Franciscus von Bönninghausen. Reeds in 1822 erfde dochter Anna von Bönninghausen de havezate. Twee jaar later werd door haar een deel van de inboedel verkocht. Anna trouwde in 1839 met Hubert von Heyden, zoon van Theodor, waardoor de havezate in feite weer terug kwam in de familie Von Heyden. Het echtpaar woonde overigens niet in Tubbergen, maar verbleef in Ahaus. Ze kregen twee zonen. Anna overleed in 1843.
De Eeshof werd vanaf 1844 verhuurd aan burgemeester Th.E.J. Schaepman. Datzelfde jaar werd daar zijn zoon Herman geboren.
In 1851 hertrouwde Hubert von Heyden met Clementina von Bönninghausen (†1866), een aangetrouwde nicht. Ze gingen op De Eeshof wonen en kregen tien kinderen. In 1866-1867 liet Hubert het huis uitbreiden met een bovenverdieping en een uitbouw.
Na Huberts overlijden in 1881 moest de nalatenschap worden verdeeld over de diverse kinderen. In 1887 kwam De Eeshof uiteindelijk toe aan zoon Julius, zelf woonachtig op Onstein te Vorden. Hij droeg in 1892 De Eeshof over aan het aartsbisdom van Utrecht, met uitzondering van de landerijen, die hij drie jaar later apart veilde. Het aartsbisdom had het plan opgevat om op De Eeshof een school voor verwaarloosde jongens te vestigen, maar week uiteindelijk uit naar Groenlo. Daarom volgde in 1899 een openbare verkoop van De Eeshof.
Landbouwschool
De nieuwe eigenaar in 1899 was Albert Johan Paehlig, kapitein der mariniers. Na zijn dood in 1915 kreeg zijn weduwe Henriëtte van Hoboken het huis in eigendom. In 1927 verkocht zij het aan jonkvrouw Theresia van der Schueren, die het verhuurde aan de Aartsdiocesane Boeren- en Tuinders Bond (ABTB). In het huis vestigde de ABTB een landbouwschool. In 1939 kwam er op de bovenverdieping van het huis ook nog een huishoudschool.
Sloopdreiging
In 1940 kocht wegenbouwer Bernardus Breuil het huis De Eeshof aan. Hij wilde alle gebouwen afbreken en de gronden verkavelen. Een van de bouwhuizen werd alvast door hem gesloopt. De gemeente Tubbergen wilde verdere sloop voorkomen en kwam in 1941 een aankoopprijs met Breuil overeen. De gemeente had echter weinig geld in kas en de commissaris van Overijssel gaf daarom geen toestemming voor de aankoop.
Uiteindelijk werd De Eeshof in 1947 verkocht aan Stichting De Eeshof, die er een huis voor jeugdzorg wilde vestigen. Dit ging niet door, waarna de stichting in 1955 het huis aan de gemeente verkocht. De Eeshof zou nu omgevormd worden tot gemeentehuis, maar ook dit plan is nooit uitgevoerd.

Zorgcentrum
In 1962 kochten de Franciscanessen van Denekamp De Eeshof aan. Het huis werd op de voorgevel na gesloopt en vervolgens herbouwd, waarna het in 1965 als bejaardentehuis in gebruik werd genomen.
Vanaf 1971 werd het als woonzorgcentrum De Eeshof geëxploiteerd door Zorggroep Sint Maarten.[2] In 1979 volgde de bouw van 28 nieuwe aanleunwoningen; vier jaar later kwam er een nieuwe woonvleugel bij.
Voorafgaand aan de geplande bouw van nieuwe zorgwoningen op het terrein vond in 2015 archeologisch onderzoek plaats. Hierbij is een deel van de voormalige gracht teruggevonden.[3] In 2018 werden de nieuwe zorgwoningen opgeleverd.[4]
In 2024 volgde een verbouwing van het hoofdgebouw, waarna het door de Zorggroep Sint Maarten in gebruik werd genomen als vergadercentrum Hof van Tubbergen.[2]
Beschrijving
Het leen van de Hof te Tubbergen gaat terug tot 1316, maar het is onbekend of er in de middeleeuwen reeds een huis op het goed stond. De eerste aanwijzing voor een daadwerkelijk huis dateert pas uit de 16e eeuw: Johan II van Eschede verscheen in 1531 namelijk als riddermatige op de landdag en dat kon alleen als hij beschikte over een riddermatige woning. Deze woning is in 1582 vernield door Spaanse troepen. Na 1584 volgde herbouw, maar waarschijnlijk niet op dezelfde plek: het oude huis stond mogelijk zuidoostelijker, naast de kerk van Tubbergen.
Het huidige hoofdgebouw dateert volgens een inscriptie bij de voordeur uit 1719. Het huis kreeg in dat jaar een L-vormige plattegrond. In 1866-1867 is er een extra verdieping op het gebouw geplaatst. In 1965 werd het verwaarloosde huis grotendeels afgebroken, op de voorgevel na, waarna het is herbouwd om als bejaardentehuis te kunnen dienen. De rechtervleugel is in 1983 aangebouwd in de stijl van het bestaande huis. Sindsdien kent het gebouw een U-vormige plattegrond.
Op het voorplein staat aan de rechterzijde het bouwhuis met schilddak uit 1786.[5]
- Gevers, A.J., A.J. Mensema (1995). De havezaten in Twente en hun Bewoners. Waanders Uitgevers, pp. 15, 21, 22, 444-453.
- Eschede/Eeshof. Kastelenlexicon.
- Toelichting Bestemmingsplan Eeshof Tubbergen (pdf). IAA Stedenbouw en Landschap (januari 2016), pp. 7-8.
- ↑ Ook wel 'Badeken van Tubbergen' genoemd.
- 1 2 Over ons – Hof van Tubbergen. Geraadpleegd op 17 september 2025.
- ↑ Boshoven, E.A. (11 augustus 2015). Eeshoflaan in Tubbergen, gemeente Tubbergen - archeologisch bureauonderzoek en karterend booronderzoek (pdf). RAAP, pp. 8, 12.
- ↑ "Nieuwe Eeshof in Tubbergen trekt veel bekijks", Tubantia, 23 april 2018.
- ↑ Stenvert, Ronald, e.a. (1998). Monumenten in Nederland - Overijssel. Waanders Uitgevers, p. 260.
