Daksha

Daksha met de ramskop (rechts) naast Virabhadra (links)

Daksha is in het hindoeïsme een van de belangrijkste Prajapati's, zonen van Brahma en voorouders van de mensheid. Volgens een versie ontsprong hij aan de rechter duim van zijn vader (Mahabharata).[1] Volgens de Vishnu Purana werd hij herboren als de zoon van de tien Prachetasa's. Hij is de heer van het vee en zoon van de moedergodin Aditi.[2] Hij is zowel zoon als vader van Aditi (Rig Veda 10.72.4, 'van Aditi werd Daksa geboren en omgekeerd van Daksa Aditi').[3]

Hij is de vader van Sati en de schoonvader van Shiva. Hij verloor zijn hoofd, toen zijn dochter Sati (Uma, Devi) zichzelf verbrandde, nadat hij Shiva had beledigd. Shiva nam wraak voor de dood van zijn echtgenote en stuurde Virabhadra, die Daksha het hoofd afsloeg. Later kreeg Daksha er een rams- of geitenkop voor in de plaats en was hij Shiva toegewijd.

Etymologie

Daksha (Dáksa) betekent 'vaardigheid, efficiëntie'.[4]

Zonen en dochters

Volgens de Purana's had Daksha 16 of 24 dochters bij zijn vrouw Prasuti en 60 bij Pachajani (Asikni, Virani). Ze huwden met verschillende goden, wijzen en koningen en werden de voortbrengers van verschillende soorten wezens.[5] Volgens de Vishnu Purana zijn het vierentwintig dochters bij Prasuti.[6][7] Daksha schonk volgens Wilkins 10 dochters aan Dharma, 13 aan Kasyapa en 27 aan Soma.[8]

Zijn dochter Sati (Waarheid, volgens de Shiva Purana geboren bij Asikni) was tegen zijn zin in met de asceet Shiva gehuwd. Daksha's dochter Svaha (Blijdschap) ontving het zaad van de vuurgod Agni, waaruit Murugan (Skanda, Kartikeya) geboren werd. Zijn dochters Aditi, Vinata en Kadru huwden Marichi's zoon Kasyapa. Rati was volgens de Kalika Purana zijn dochter, die met Kamadeva huwde.

Met Virini kreeg Daksha duizend zonen gelijk hemzelf, beroemd om hun religieuze nalevingen. Narada haalde hen echter over geen nakomelingen te krijgen, waarna er nog duizend zonen werden geboren, die ook weer door Narada geen kinderen kregen. Daarop vervloekte Daksha Narada en schiep zestig dochters bij Asikni[9]

Zoon van de Prachetasa's

De tien Prachetasa's verbranden de bossen

Volgens de Vishnoe Purana was Daksha eerst de zoon van Brahma, maar in een andere incarnatie de zoon van de Prachetasa's. De Prachetasa's waren de tien zonen, vaardig in militaire zaken, van de machtige patriarch Prachinaverhis en Savarna, de dochter van de oceaan. Ze bleven tienduizend jaar op de oceaanbodem voor religieuze boetdedoeningen, Vishnoe vererend, volgens hun vader de beste manier om tegemoet te komen aan Brahma's wil om de mensheid te vermeerderen. Vishnoe verscheen aan hen om hen te belonen. Ondertussen was het de mensheid tienduizend jaar onmogelijk te werken vanwege de gegroeide bomen, die zelfs de hemel aan het zicht onttrokken (Boek I, 15). De Prachetasa's zorgden voor wind en vuur kwam uit hun mond, waardoor de bossen verdwenen. Soma (maan), heer van het plantenrijk, sloot een pact met de Prachetasa's. Hij stelde hen aan Marisha voor, de dochter van de bossen, die de moeder van Daksha zou worden en Daksha zou het mensenras vermeerderen.

Marisha was geboren uit de wijze Kandu en de nimf Pramlocha, die door Indra naar Kandu gestuurd was om hem van zijn toewijding af te leiden. Kandu dacht dat ze een dag samen besteed hadden, maar zij vertelde hem dat het 907 jaren, zes maanden en drie dagen waren. Als Kandu haar dan opdraagt te vertrekken, zweet Pramlocha en als ze door de lucht vliegt veegt ze het zweet af aan de boombladeren. Haar kind kwam via de poriën in haar huid als zweetdruppels naar buiten. De druppels samen, grootgebracht door de stralen van Soma, werden het meisje Marisha, en de bomen gaven haar aan de Prachetasa's.

Daksha maakte, gehoorzaam aan Brahma's bevel, de twee- en viervoetigen, en liet vrouwen geboren worden. Tien schonk hij aan Dharma, dertien aan Kasyapa en zevenentwintig aan Soma. Hiervan ontstonden goden, titanen, slangegoden, vee en vogels, boze geesten en andere wezens. Vóór Daksha's tijd waren wezens niet op de gebruikelijke wijze geboren, maar door wilskracht, zicht, door aanraking en de invloed van religieuze boetedoeningen door wijzen en heiligen. Daksha's eerste pogingen om de wereld te bevolken waren niet succesvol. Hij kreeg duizend zonen bij Asikni, maar zij werden door Narada aangezet geen kinderen te krijgen. Hun volgende duizend zonen kregen eveneens van Narada het advies geen kinderen te krijgen, waarop de Prajapati boos Narada vervloekte. Hij schiep vervolgens zestig dochters bij Asikni, die hij aan verschillende echtgenoten schonk, bij wie ze kinderen kregen. Uiteindelijk werd Daksha de leider van de Prajapati's, de voortbrengers van de mensheid. Vanwege zijn beledigingen aan het adres van Shiva, veranderde de grote god zijn hoofd in dat van een geit als teken van zijn onwetendheid en dwaasheid.[10]

Sati

Voor een duizendjarig[11] offer kwamen de goden bijeen. Shiva stond niet voor Daksha, de leider van de brahmanen, op, omdat hij in diepe meditatie was verzonken. Daksha voelde zich beledigd door zijn schoonzoon, die met zijn dochter Sati was getrouwd. Volgens Daksha was Shiva het niet waard aan het offer deel te nemen. Daksha vertrok. De volgelingen van Shiva en Daksha kwamen hierdoor tegenover elkaar te staan. In de Harivansa wordt Vishnoe met Daksha geïdentificeerd.[12] Door dit conflict liggen volgelingen van Shiva en Vishnoe, Sjivaïeten en Vaisjnavieten, met elkaar in de clinch. Beide groepen erkennen wel dat Vishnoe en Shiva aspecten zijn van dezelfde oppergod.[13]

Tijdens een volgend offer (Yaga), waarbij Sati en Shiva níet waren uitgenodigd en Sati, tegen Shiva's advies in, toch kwam, werd Sati zo woedend om de beledigingen die jegens haar man Shiva werden geuit, hij hekelde diens wilde dansstijl en uiterlijk,[14] dat ze zich in de vlammen wierp of verteerd werd door de vlammen die aan haar vurige woede ontsprongen. Toen Shiva dat vernam begon hij zijn vernietigingsdans en riep hij de grote demon Virabhadra, ontsprongen aan een op de grond gesmeten haar van Shiva,[15] en Bhadrakali op om wraak op Daksha te nemen. Daksha werd daarop onthoofd. De brahmanen vluchtten naar Brahma, maar deze zei dat ze Shiva om vergeving moesten vragen. Ze vielen boetvaardig voor Shiva, gezeten op de berg Kailash, neer en werden vergeven.[16] Shiva treurde om zijn vrouw en liep met haar lichaam rond. Vishnu werd gevraagd hem tot bedaren te brengen en volgens één versie deelde hij met zijn discus Sati's lichaam op in eenenvijftig stukken. Waar ze neerkwamen worden heilige plaatsen, Shakti Peethas, genoemd.

Shiva vergaf zijn schoonvader, nu hij rustig was geworden en schonk hem een ramskop, omdat niemand Daksha's hoofd kon terugvinden,[17] omdat het in het offervuur was gegooid.[18] Daksha op zijn beurt erkende Shiva's grootheid en werd een toegewijde van Shiva. Volgens een versie ging Daksha als erkenning van zijn eigen stompzinnigheid een geitenkop dragen.[19] Sati reïncarneerde als de dochter van Himavat, de leider van de bergen, en zijn echtgenote Mena. Nu was Uma (hemelse wijsheid) Parvati geworden en door tussenkomst van Kamadeva (de liefdesgod) en diens vrouw Rati (Begeerte) werden Parvati en Shiva weer met elkaar verbonden.

Aditi

Daksha's dochter Aditi (grenzeloze) huwde met Kasyapa en werd de moeder van de Aditya's. In sommige verhalen (Rig Veda, 10.72) is Aditi de moeder én de dochter van Daksha.

Svaha

De grote godin Uma (Parvati) was in Svaha, de dochter van Daksha, overgegaan om via Agni, waarin Rudra (Shiva) was overgegaan, een nakomeling van haar echtgenoot te krijgen. De goden hadden het hen namelijk verboden zelf direct nakomelingen te krijgen. Sarasvati had de goden vervloekt, zodat ze geen nakomelingen zouden krijgen, toen haar echtgenoot Brahmâ met spoed Gayatri was getrouwd, toen ze te laat voor een offerplechtigheid verscheen.

Tijdens een offerritueel was Agni bij de Rishi's (Prajapati's) uitgenodigd en verliefd geworden op hun vrouwen. Agni trok zich terug in het bos, waar Svaha, die verliefd op hém was geworden, hem zes keer bezocht, in de gedaante van de vrouwen van de Rishi's. Ze nam zijn zaad in een gouden reservoir naar de Rishis's, waaruit Murugan werd geboren.[20] Murugan zou Taraka, de vijand van de goden, verslaan.

Vinata en Kadru

Daksha's dochters Vinata en Kadru huwden met Kashyapa. Vinata kreeg twee zonen: Aruna (de wagenmenner van de zonnegod Surya) en Garoeda (de vogelmens, waar Vishnoe en Lakshmi op vliegen). Kadru legde daarentegen geen twee, maar duizend eieren, waaruit naga's (slangen) werden geboren. De oudste was Sesha Ananta (waarop Vishnoe rust) en daarna werd Vasuki geboren, die dienst zou doen als touw om de Mandara in beweging te krijgen en de oceaan van melk te karnen.

Rati

Daksha's dochter Rati kwam voort uit zijn zweet. Ze huwde de liefdesgod Kamadeva. Ze wordt afgebeeld met een lotus en een discus.

Literatuur

  • Wereld Mythologie, A. Cotterell, p. 149, 150
  • Comparative Mythology, J. Puhvel, p. 50, 154
  • Oosterse mythologie, R. Storm, p. 116
  • Hindu Mythology, W.J. Wilkins p. 337-8, 372, 375-380