Rudra (Shiva)

Rudra

Rudra is een god uit het hindoeïsme die voorkomt in de Rig Veda. Hij is de god van wind, storm, de dood, offers en zang, geneeskunst, dieren en de jacht en de personificatie van verschrikking. Rudra ging aan Shiva vooraf en werd als Shiva vriendelijk aangesproken om hem gunstig te stemmen. Rudra ging over in Shiva. Shiva (de 'Zegenrijke') was tot het einde van de Vedische periode een titel van Rudra. Hij werd soms geassocieerd met het destructieve aspect van Agni, de god van het (offer)vuur, later met het destructieve aspect van Shiva. Hij leverde een bijdrage aan Shiva's gedaanten als vreselijke verwoester en barmhartige vruchtbaarheidsgod. Rudra bood bescherming tegen Varuna, vertegenwoordiger van de kosmische wet en mysterieuze rechter over de mensen. [1]

Volgens een mythe zou Rudra zijn ontsproten aan het hoofd van Brahma toen deze kwaad werd. Rudra wilde Prajapati neerschieten toen deze op het punt stond bloedschande te begaan met Ushas, de dageraad. Prajapati beloofde hem toen tot heerser over de dieren uit te roepen. [2]

Zijn echtgenote is Uma, (Sati, Ambika, Parvati, Haimauti), de goddelijke kennis of hemelse wijsheid. De Rudra's (Maruts), de metgezellen van Indra, zijn stormgoden en de zonen van Rudra (Shiva). Rudra zou hen hebben gegenereerd van de stralende uier van de koe Prsni.

Etymologie

Rudra stamt van rud (huilen) en hij is dan ook de Huiler of Bruller. Maar zijn naam wordt ook weergegeven als de Rode of de Wilde (de Verschrikkelijke).

Attributen en kenmerken

Rudra is boogschutter, hij wordt zo (Sarva) genoemd in de Shiva Saharanama en de pijl is een belangrijk attribuut van de god. Met zijn pijlen kon hij goden, mensen en dieren ziek maken. Zijn wraak wordt gevreesd. Hij is net als Shiva een genezer.In RV 2..33.4 is hij de 'beste geneesheer der geneesheren' en heeft hij duizend medicijnen (RV 7.46.3) Hij is Vaidyanatha (Heer van remedies). Hij was de geneesheer van de goden en bewaarder van geneeskrachtige kruiden. Als heerser over de dieren werd Rudra afgebeeld als stier of 'wildeman op een stier'.

Rudra is eeuwig jong, roodbruin, draagt zijn haar in een vlecht, draagt gouden ornamenten en veelkleurige halsketting (niská). Hij heeft stevige ledematen en kent verschillende vormen. Hij straalt als een gouden zon. Hij rijdt in een wagen en houdt een bliksem in de hand, maar gewoonlijk wordt hij afgebeeld met boog en pijlen. [3]

In de Rig Veda

In de Rig Veda zijn drie hymnen aan Rudra gewijd, RV 1.114, 2.33 en 7.46. RV 2.33.9 noemt Rudra 'de Heer of Soeverein van het universum'. Samen met Soma komt hij voor in RV 1.43 en 6.74. In de Yajur Veda (Shri Rudram hymne) wordt Rudra de zoon van hemel en aarde (Bhumi) genoemd.

Literatuur

  • A.A. Macdonell, A Vedic Reader for Students (1917, herdruk 2002), p.56-67
  • C. Scott Littleton, Mythologie (2003), p.343
  • R. Storm, Encyclopedie van de Oosterse Mythologie (1999), p.154