Creatieve destructie

Creatieve destructie of creatieve vernietiging is een proces van voortdurende innovatie, waarbij succesvolle toepassingen van nieuwe technieken de oude methodes overbodig maken. De term is afkomstig van de socioloog en econoom Werner Sombart, maar vooral bekend in de betekenis die Joseph Schumpeter eraan heeft gegeven. Dit concept staat opnieuw in de belangstelling, omdat een drietal wetenschappers, Joel Mokyr, Philippe Aghion en Peter Howitt, de Nobelprijs voor de Economie van 2025 hebben gewonnen. De jury roemt hun baanbrekende inzichten over het belang van creatieve destructie, als basisvoorwaarde voor langdurige economische groei.[1]

Bij Schumpeter

Volgens Schumpeter verschaft innovatie bedrijven tijdelijk een dominante positie in een bepaalde sector. Deze tast de winsten en het marktaandeel van op oude technieken gebaseerde bedrijven aan. Maar ook succesvolle nieuwe vindingen kennen een beperkte cyclus. Zodra de innovatie gemeengoed wordt, rest nog slechts een normale winst en een redelijke vergoeding voor het aangewende kapitaal.

In een nooit eindigend proces van opkomst en ondergang worden oude bedrijven vernietigd door nieuwe. Daar technische innovatie volgens Schumpeter de enige manier is waardoor de welvaart kan toenemen, ziet hij niets in maatregelen waarbij ongericht geld in de economie wordt gepompt om groei te bevorderen. Ondanks de groei dacht Schumpeter dat deze financiële steun uiteindelijk niet vol te houden was. Het kapitalisme zou de overbodige instituties vernietigen.[2]

Geschiedenis

Joel Mokyr, een Canadese econoom van Nederlandse komaf, heeft een reputatie op het gebied van het onderzoek naar de rol van cultuur bij economische groei. Cultuur -in de zin van wat mensen denken en geloven- is een belangrijke factor. Hij betoogt dat in de loop van de geschiedenis mensen anders zijn gaan denken over het ontwikkelen van nieuwe technologie. Zij begrepen dat innovaties de wereld aanzienlijk vooruit kunnen brengen. Met name tijdens de Industriële Revolutie is te zien, hoe belangrijk verspreiding van kennis door middel van het geschreven woord was. Een brief van de ene naar de andere persoon bracht mensen samen. De aanleg van spoorlijnen heeft bij de uitwisseling van gedachten uitstekend gewerkt, want de afstand tussen mensen werd letterlijk kleiner.[3]

Het idee van Mokyr is dat er een uitwisseling dient te zijn tussen prescriptieve kennis, zoals instructies en theorieën en propositionele kennis, dat staat voor een uitleg waarom iets wel of niet in de praktijk werkt. Het Nobelprijscomité noemt deze notie als een belangrijk motivatie voor het toekennen van de Nobelprijs.

Tot het einde van de Middeleeuwen kwamen innovaties niet werkelijk van de grond, omdat er louter werd uitgegaan van theoretische kennis.Ten tijde van de Verlichting zag men dat de mens de wereld kan veranderen door bijeengebrachte kennis toe te passen. Als voorbeelden verwijst Joel Mokyr naar Isaac Newton en Francis Bacon, die bijdroegen aan een vruchtbare episode in de Europese geschiedenis.

Supersterren

De Canadese econoom Peter Howitt is bekend is door zijn theoretische werk op het gebied van innovatie, technologische veranderingen en economische groei op de lange termijn. Hij moest zijn aandeel in het geldbedrag, verbonden aan de Nobelprijs, delen met de Fransman Philippe Aghion. In een lezing voor The Center on Capitalism and Society wijst hij op de belangrijke rol die zogeheten Superstar bedrijven spelen met betrekking tot innovatie en tegelijkertijd creatieve destructie.[4] Deze supersterren zijn gigantische, wereldwijd dominante bedrijven, zoals Google, Amazon, en Apple die bijna alle inkomsten in een sector naar zich toe trekken. Zij profiteren van schaalvoordelen, digitale platforms en netwerkeffecten, waardoor ze de markt overvleugelen en kleinere concurrenten weinig kans geven. Het is een fenomeen waarbij de winner takes it all-dynamiek wordt versterkt door digitalisering en liberalisering van markten.

Deze bedrijven zijn zeer productief en winstgevend. Over het algemeen hebben ze weinig personeel en vertragen het proces van creatieve destructie, dat een spel is met winnaars en verliezers. De laatste categorie betreft bedrijven en werknemers die overbodig zijn geworden. De superstars zweren bij technologische voortuitgang ; anderen willen deze liever blokkeren. Een competitieve markt moedigt nieuwe innovaties aan. Bij weinig concurrentie zakt de markt in. De achterblijvers vormen geen gevaar meer voor de top. Economische stagnatie ligt op de loer. De markup stijgt aanzienlijk. Dit is een prijsstrategie, waarbij bedrijven een vast percentage aan productiekosten boven op de prijs hanteren. De superstars maken hiermee de afstand tot de volgers steeds groter. Net zozeer als het verschil in inkomens- en welvaartsverdeling, betoogt Howitt.

Nederland

Nederland loopt achter bij het opstarten van nieuwe innovatieve bedrijven. Zij zouden een aanvulling moeten vormen van al bestaande en soms verouderde bedrijven. Hierdoor daalt de groei de productiviteit. Het Centraal Planbureau pleit ervoor om meer durfkapitaal in te zetten, minder wetten en regelgeving te hanteren. Daarmee zou de creatieve destructie weer op gang kunnen komen. Naast de al bestaande Europese Investeringsbank adviseert het CPB nog een andere institutie in het leven te roepen om geld te verschaffen. Wanneer het faillissementsrecht minder strak gehanteerd zou worden kunnen bedrijven die het niet redden sneller hun activiteiten staken en plek maken voor nieuwe start-ups.[5]

Het CPB merkt op dat er de laatste jaren een tendens zichtbaar is dat er minder nieuwe bedrijven zijn bijgekomen en minder bestaande ondernemingen van de markt verdwenen. Sinds 2009 heeft dit een dalend effect op de werkgelegenheid, want er komen te weinig nieuwe banen bij. Bedrijven met het grootste onderzoeksbudget scoren op het gebied van innovaties het best. Koploper is ASML, dat hiermee vier keer zo groot is als nummer twee, medisch technologiebedrijf Philips Healthcare. De voorsprong op de achterblijvers neemt steeds verder toe.

Econoom Howitt pleit daarom voor een strengere toepassing van anti-trustwetgeving. De overheid dient ook in te grijpen, wanneer de grote bedrijven met slimme patenten vindingen jarenlang vastzetten. Daarnaast streven ze ernaar om zo groot mogelijke databestanden aan te kopen en slagen ze erin om via lobbywerk belangrijke inside informatie te verwerven. Maar Joel Mokyr heeft weinig begrip voor mensen die tegen economische groei zijn:

De meest fanatieke antigroeimensen zouden eens een paar dagenmoeten leven zoals in de Middeleeuwen en dan hadden ze er al genoeg van. De vooruitgang heeft kosten. Maar de goede effecten domineren. Wat we ook doen, het gaat geld kosten. En daar hebben we economische groei voor nodig – wél betere groei. Niet van die geweldig grote rotauto’s, die SUV’s. We moeten beter leren hoe we waterstof kunnen produceren, hoe we CO2 uit de atmosfeer kunnen halen. Dat helpt.[3]

Literatuur