Constance de Cazenove d'Arlens

Constance Louise Constant d’Hermenches
Constance de Cazenove d'Arlens
Persoonsgegevens
Ook bekend als Constance de Cazenove d'Arlens
Geboortedatum 16 augustus 1755
Geboorteplaats Lausanne, Confederatie van de VIII kantons
Overlijdensdatum 12 maart 1825
Overlijdensplaats Lausanne, Confederatie van de XXII kantons
Nationaliteit Vlag van Zwitserland Zwitserland
Opleiding en beroep
Beroep Schrijfster
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1794-1819
Werken
Stroming(en) Romantiek
Thema's Het dagelijkse leven van de adel
Bekende werken Le Château de Bothwell, ou l’Héritier (1819)
Portaal  Portaalicoon   Zwitserland
Literatuur

Constance de Cazenove d’Arlens, geboren Constance Louise Constant d’Hermenches (Lausanne, 16 augustus 1755 – aldaar, 12 maart 1825), was een Zwitserse edeldame en schrijfster.[1] In een stijl die romantiserend was, schreef ze over het dagelijkse leven bij de adel.

Levensloop

Constant groeide op in Lausanne, als dochter van David-Louis Constant de Rebecque baron d’Hermenches (1722-1785) en Louise de Seigneux (1715-1772).

Op 8 december 1785 huwde Constant met de edelman Marc-Antoine de Cazenove d’Arlens (Amsterdam 1748-Lausanne 1822). Haar man was kolonel in dienst van het leger der Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, en, later in zijn militaire carrière, vocht hij voor het keizerrijk Frankrijk onder keizer Napoleon I bij het 3e Regiment Huzaren (cavalerie).[2][3]

Na de Bestorming van de Bastille (1789) in Parijs, waren de gemoederen in Lausanne en de rest van het kanton Vaud rumoerig. Het idee rijpte om de ‘bezetting’ door het kanton Bern te verwerpen. In 1795 onttrok Napoleon Bonaparte Vaud uit de macht van Bern en creëerde hij de République Lémanique en nadien het Canton du Léman. Constant droomde van het Ancien Régime, waarbij ze de Britse standenmaatschappij als voorbeeld voor ogen had.

Constant correspondeerde met vooraanstaande Fransen zoals de vier gebroeders Lameth, allen maarschalk of generaal in het Franse leger, Marie-Amélie de Boufflers hertogin van Biron uit de adellijke familie Gontaut-Biron (1751-1794), de pedagoge en salonnière Félicité gravin de Genlis (1746-1830), de literatuurcriticus en salonnière Madame de Staël, barones van Staël-Holstein (1766-1817), alsook met de schrijver en generaal Anatole de Montesquiou-Fézensac.

In 1802 maakte Constant een reis naar Engeland. Zij hield een dagboek bij, zodat gedetailleerd is overgebleven hoe de leefwereld van deze Zwitserse edeldame er uit zag. Zij bezocht er haar schoonfamilie[4][5] en liet ze haar oudste zoon Henri achter in een privé-school. Zij was ontgoocheld toen ze ontdekte hoe het er in de Britse samenleving echt aan toe ging.

Bij haar terugreis in 1803 verbleef ze in Parijs, Lyon en Genève. Deze drie steden zijn nauwkeurig beschreven in haar dagboek. Zo komt de lezer te weten wat de mondaine gewoontes waren, de luxe in Parijs, de Zwitserse bankiers die in Parijs verbleven, alsook details van theatervoorstellingen.[6]

Ze kwam op een punt dat ze opgaf nog verder te schrijven; de hoofse Engelse edelen over wie ze graag schreef, bestonden toch niet in realiteit.[7] Nochtans hernam ze later het schrijven, en dit met haar oude vertrouwde thema’s.

Na de val van Napoleon I ontstond het autonome kanton Vaud in de Confederatie van de XXII kantons (1815). De laatste jaren van haar leven had het echtpaar financiële problemen. Zo meende Constant dat zij niet de opvoeding kon bieden aan haar kinderen die ze wenste; niettemin werd haar zoon Henri officier in het Württenbergse leger en vereerd met het Legioen van Eer. In 1822 overleed haar man. De financiële situatie werd nog meer precair. Ze overleed op 12 maart 1825 op 69-jarige leeftijd.

Trivia

Het boek Edward Mowbrai (1818) bracht ze uit onder de afkorting Mme C.D., nadat er 12 jaar geen publicaties van haar verschenen waren. De andere boeken werden zonder de naam van de auteur gepubliceerd.

Werken

  • Alfrede, ou le Manoir de Warwick (Lausanne, 1794) in twee volumes.[8][9]
  • Henriette et Emma, ou l’Education de l’amitié (Parijs, 1796).[10]
    • Henriette und Emma oder Vernunft und Schwärmerey (Leipzig, 1797)[11]
  • Les Orphelines de Flower-Garden (Parijs, 1798), in vier volumes.[12][13][14][15]
  • Germaine, nouvelle (Genève, 1804).[16]
    • Selbstverbannung, oder, die schöne Einsiedlerinn: Novelle. (Düsseldorf, 1806)[17]
  • Lettres de Clémence et d’Hippolite (Brunswick, 1806), 3 delen in 1 volume.[18]
  • Edward Mowbrai (Parijs, 1818), in twee volumes.[19][20]
  • Le Château de Bothwell, ou l’Héritier (Parijs, 1819), in drie volumes.[21][22][23]
  • Journal de Mme de Cazenove d’Arlens (février-avril 1803) ; deux mois à Paris et à Lyon sous le Consulat, postuum uitgegeven in 1903 door de Société d’Histoire contemporaine in Parijs.[24][25]