Akkerdistel
| Akkerdistel | ||||||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||||||
| Cirsium arvense (L.) Scop. (1772) | ||||||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||||||
| Akkerdistel op | ||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||
Akkerdistel (Cirsium arvense) is een plantensoort uit de composietenfamilie (Asteraceae).
Naamgeving
De soortaanduiding arvense betekent akker. De Nederlandse triviale naam komt dus overeen met de botanische naam.
Botanische beschrijving
De stengel van deze 60–120 cm hoge plant is niet of nauwelijks gevleugeld, en niet sterk vertakt. De stengel is in het bovenste deel niet gevleugeld. De plant heeft meestal meer dan vier bloemhoofdjes. De stengel groeit vanuit een wortelstok. De aan de bovenzijde donkergroene bladeren kunnen aan de onderzijde zilverig wit zijn. Aan de bovenzijde zijn ze kaal en glanzend.[1] De lancetvormige bladeren zijn gestekeld, en of veerspletig en gekroesd, of plat en ongedeeld. De bloemhoofdjes zijn langgesteeld in schermvormige pluimen, al is het schermvormige hiervan niet altijd even goed te herkennen. De bloemhoofdjes bloeien in een lichtpaarse, soms bijna witte kleur van juni tot en met september. De plant is vaak tweehuizig, waarbij de mannelijke bloemhoofdjes iets groter zijn dan de vrouwelijke bloemhoofdjes.[2] Het haar van de pappus is evenals bij andere vederdistels geveerd, dat wil zeggen dat het zijhaartjes draagt. Om dit te zien is wel een sterke loep nodig.[2] De omwindselbladen van het bloemhoofdje zijn afstaand maar niet teruggeslagen.[2]
Ecologie

Akkerdistel komt voor op open, vochtige, zeer eutrofe, omgewerkte grond. De grond mag hierbij licht brak zijn. Hiernaast kan ze op droge voedselrijke bodem voorkomen. Akkerdistel maakt ondergrondse stengels (rizomen).
De soort wordt vanwege de aanwezige nectar door de honingbij, de kortsprietwespbij (Nomada fucata), de gewone koekoekshommel (Psithyrus campestris) en de aardhommel (Bombus terrestris) bezocht. Hiernaast bieden lastig toegankelijke distelbegroeiingen broedplaatsen aan verschillende vogelsoorten, zoals putter, vink en veldleeuwerik.[3]
Akkerdistel is de gastheer van de wollige distelsnuitkever (Larinus planus)[4] en de distelaardvlo (Sphaeroderma testaceum).
Syntaxonomie
In de syntaxonomie bereikt akkerdistel haar zwaartepunt in de klasse van akkergemeenschappen, de klasse van ruderale gemeenschappen en de klasse van nitrofiele zomen.
Akkerdistel als onkruid
Stukjes wortelstok kunnen weer een plant vormen, waardoor de plant een zeer lastig onkruid kan zijn. Landbouwers hebben door het uitzaaien veel last van akkerdistels in aangrenzende ruderale vegetatie, wegbermen en natuurgebieden. Ze wordt dan ook wel boerenplaag genoemd. Akkerdistel is te bestrijden door maaien vóór de bloei en door een akkerdistelvrije zone van 50 m tot akkerland of weiland aan te houden.[5]
Fotogalerij
De vrucht van akkerdistel bestaat uit een glad, bruin nootje met 2–3 cm lang haarkroontje.- De omwindselbladen lopen uit in punten, die afstaand maar niet teruggeslagen zijn.
- Ook vlinders als de dagpauwoog komen graag op de nectar af.
De gestekelde bladeren zijn plat en ongedeeld of veerspletig en gekroesd.
Externe links
- Akkerdistel op Ecopedia
- Akkerdistel op Flora van Nederland
- Akkerdistel in het Nederlands Soortenregister
- Verspreiding in Nederland volgens NDFF Verspreidingsatlas
- Kaarten met waarnemingen:
- ↑ Akkerdistel - Kenmerken, tips, volksnamen en vertalingen. Gearchiveerd op 26 oktober 2020.
- 1 2 3 Heukels Flora van Nederland, 22e editie
- ↑ http://users.skynet.be/de.eigenwijze.tuin/tuinhtm/akkerdistel.htm. Gearchiveerd op 29 november 2014.
- ↑ (en) BugGuide.net: Species Larinus planus - Canada Thistle Bud Weevil. Gearchiveerd op 28 juli 2021.
- ↑ . Gearchiveerd op 16 mei 2021.
