Chara (algen)
| Chara | ||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
![]() | ||||||||||
| Breekbaar kransblad (Chara globularis) | ||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||
| ||||||||||
| Geslacht | ||||||||||
| Chara L. (1753) | ||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||
| ||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||
| Chara op | ||||||||||
| (en) World Register of Marine Species | ||||||||||
| ||||||||||
Chara is een geslacht van groene charofytalgen uit de familie Characeae. Ze zijn meercellig en lijken oppervlakkig op landplanten vanwege de stengelachtige en bladachtige structuren. Ze komen wereldwijd voor in zoet water, vooral in kalksteengebieden in de noordelijke gematigde zone, waar ze onder water groeien aan de modderige bodem.
De meeste soorten geven de voorkeur aan minder zuurstofrijk en hard water. Ze groeien moeilijk in wateren waar muggenlarven aanwezig zijn. Ze zijn bedekt met afzettingen van calciumcarbonaat en staan in het Nederlandse taalgebied bekend als kransblad. Er zijn cyanobacteriën gevonden die als epifyten groeien op de oppervlakken van Chara, waar ze mogelijk betrokken zijn bij het binden van stikstof, wat belangrijk is voor plantenvoeding.
Structuur
Het vertakkingssysteem van Chara-soorten is complex, met takken die zijn afgeleid van apicale cellen, die segmenten aan de basis afsnijden om afwisselend nodale en internodale cellen te vormen. De hoofdassen dragen kransen van takken in een oppervlakkige gelijkenis met Equisetum (een vaatplant). Ze zijn meestal verankerd aan het litorale substraat door middel van vertakkende ondergrondse wortelachtige structuren (rhizoïden). Chara-planten voelen ruw aan door afzetting van calciumzouten op de celwand. Het stofwisselingsproces dat met deze afzetting gepaard gaat, geeft Chara-planten vaak een kenmerkende en onaangename geur van waterstofsulfide.
Morfologie
Het plantenlichaam is een gametofyt. Het bestaat uit een hoofdas (gedifferentieerd in knopen en internodiën), dimorfe takken (lange tak van onbeperkte groei en korte takken met beperkte groei), rhizoïden (meercellige structuren met schuine tussenwanden) en stipulodes (naaldvormige structuren aan de basis van secundaire zijtakjes).
Voortplanting
Chara reproduceert vegetatief en geslachtelijk. Vegetatieve voortplanting vindt plaats door kleine zetmeelrijke knolletjes ("bulbillen") en secundaire protonemata. De geslachtsorganen zijn een meercellig en omhuld bolletje of antheridium (mannelijk) en archegonium (vrouwelijk). De antheridia en archegonia kunnen voorkomen op afzonderlijke planten (tweehuizig), samen op dezelfde plant (eenhuizig) of op afzonderlijke plaatsen op dezelfde plant. Na bevruchting ontwikkelt de zygote zich tot een oöspore.
Verspreiding
Chara heeft volgens een veelgeciteerde publicatie een kosmopolitische verspreiding, van 69 graden noorderbreedte in Noord-Noorwegen tot ongeveer 49 graden zuiderbreedte op de Kerguelen. In India komen ongeveer 27 soorten voor.[1]. Volgens het World Register of Marine Species zijn er 51 soorten Chara.
Rol in de natuurbescherming in Europa
In Europa, worden kranswieren aangetroffen in een specifiek habitattype, dat wordt aangeduid als H3140. Dit zijn matig voedselrijke, heldere, onvervuilde wateren met benthische vegetatie van soorten uit de familie van de Characeae. Dus ook soorten uit andere geslachten zoals Nitella behoren hiertoe. Het habitattype H3140 is in Europa wijd verspreid. Echter, de plantengemeenschappen die in Nederland binnen dit habitattype voorkomen, zijn verder in West-Europa beperkt tot de Noordwest-Europese laagvlakte. De Nederlandse grote plassen en meren met kranswieren behoren tot de grootste vindplaatsen van het habitattype in Europa. Ook is de soortenrijkdom van deze kranswierbegroeiingen hoog. De helft van de ruim 40 soorten uit de Characeae die in Europa te vinden zijn, komt in Nederland voor. Daarom draagt Nederland een grote verantwoordelijkheid voor dit habitattype. De kansen op duurzaam behoud van dit habitattype zijn onduidelijk. In het Veluwemeer treedt sinds 2009 een geleidelijke verslechtering van de situatie op door toenemende vertroebeling van het water.Alleen handhaving van milieuwetgeving zoals de Kaderrichtlijn Water biedt enig perspectief voor het verbeteren van de bestaansvoorwaarden van dit habitattype.[2]
Soorten
- Chara aculeolata (Fijnstekelig kransblad)
- Chara aspera (Ruw kransblad)
- Chara baltica (Kustkransblad)
- Chara braunii (Kroontjeskransblad)
- Chara canescens (Brakwaterkransblad)
- Chara connivens (Gebogen kransblad)
- Chara contraria (Brokkelig kransblad)
- Chara corallina
- Chara elegans
- Chara excelsa
- Chara fibrosa
- Chara formosa
- Chara fragilis
- Chara globularis (Breekbaar kransblad)
- Chara hispida (Stekelharig kransblad)
- Chara hornemannii
- Chara intermedia
- Chara nataklys
- Chara papillosa (Grijs kransblad)
- Chara pedunculata (Harig kransblad)
- Chara sejuncta
- Chara virgata (Teer kransblad)
- Chara vulgaris (Gewoon kransblad)
- Chara wallichii
- Chara zeylanica
- ↑ (en) Pal, B. P., Kundu, B. C., Sundaralingam, V. S., & Venkataraman, G. S., 1962. Charophyta. 130 pp. Indian Council of Agricultural research.
- ↑ H3140 versie 1 sept 2008, met erratum 24 maart 2009.doc. Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Geraadpleegd op 15 november 2025.
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Chara (alga) op de Engelstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.
