Carpentier Alting Stichting

Carpentier Alting Stichting
C.A.S.
Klas 3A, Meisjes-H.B.S. van de Carpentier Alting Stichting, Batavia, ca. 1920
Klas 3A, Meisjes-H.B.S. van de Carpentier Alting Stichting, Batavia, ca. 1920
Locatie
Land van hoofdzetel Nederlands-Indië
Hoofdkantoor BataviaBewerken op Wikidata
Industrie en producten
Doel vrijzinnig-religieus onderwijs
Status en tijdlijn
Vernoemd naar Albertus Samuel Carpentier AltingBewerken op Wikidata
Opgericht 1902
Organisatiestructuur
Type onderwijsinstellingBewerken op Wikidata
Oprichter A.S. Carpentier Alting
Voorzitter E.H. Carpentier Alting
Portaal  Portaalicoon   Onderwijs
Vrijmetselarij

De Carpentier Alting Stichting (afgekort C.A.S.) was een onderwijsinstelling in Batavia (nu Jakarta), opgericht in 1902 ter bevordering van vrijzinnig-religieus onderwijs in Nederlands-Indië.

De stichting stond onder leiding van de notaris en vrijmetselaar Eliza Hendrik Carpentier Alting (1868–1932) en was genoemd naar zijn vader, de predikant Albertus Samuel Carpentier Alting (1837–1915).

Vanuit vrijzinnig-humanistische idealen ontwikkelde zij een netwerk van scholen voor meisjes en jonge vrouwen — waaronder een pensionaat, lagere scholen, hogereburgerscholen en een kweekschool voor onderwijzeressen — die een alternatief boden voor het confessionele onderwijs in de kolonie.[1][2]:155–160

Voorgeschiedenis en maçonnieke inspiratie

De stichting stond in het verlengde van het werk van de predikant en vrijmetselaar A.S. Carpentier Alting, die vanaf 1885 in Nederlands-Indië actief was en daar het belang benadrukte van opvoeding "naar de richtlijnen van maçonnieke beginselen en idealen".[3] Zijn visie op jeugdvorming, gepubliceerd in het Indisch Maçonniek Tijdschrift, vormde de ideële grondslag voor de latere stichting in Batavia.

Volgens een herdenkingsartikel uit 1937 behoort de C.A.S. "tot de belangrijkste instellingen, welke hun ontstaan aan de vrijmetselarij te danken hebben", omdat zij dit vrijzinnig-humanistische opvoedingsideaal in praktijk bracht.[3]

Oprichting en achtergrond

De stichting werd in 1902 formeel opgericht toen A.S. Carpentier Alting, samen met enkele geestverwanten, het Pensionaat en H.B.S. voor Meisjes stichtte — de eerste inrichting in Batavia waar meisjes onderwijs konden volgen op vrijzinnig-religieuze grondslag. De instelling beoogde jonge vrouwen in Indië een gelijkwaardige opvoeding te geven als in Nederland, met nadruk op zelfstandigheid, morele vorming en intellectuele ontwikkeling.[1]

Zijn zoon Eliza Hendrik zette dit werk voort en breidde het stelsel van scholen aanzienlijk uit. Vanuit zijn dubbele achtergrond als notaris en vrijmetselaar was zijn streven geworteld in humanitaire en opvoedkundige idealen, met de overtuiging dat onderwijs een plicht tot maatschappelijke verheffing inhield.[4]

Groei en organisatie

Lyceum van de C.A.S., Koningsplein Oost 14 te Batavia, ca. 1902 — gebouw nu onderdeel van de Galeri Nasional Indonesia.

Onder leiding van Eliza Hendrik Carpentier Alting groeide de stichting uit tot een netwerk van scholen in Batavia. Rond 1924 omvatte zij:

  • drie lagere scholen (aan het Koningsplein en te Salemba in Senen),
  • een driejarige H.B.S. voor meisjes,
  • een vijfjarige H.B.S. (uitsluitend voor meisjes toegankelijk),
  • en een kweekschool voor onderwijzeressen.[1]

De instelling stond bekend om haar modern-pedagogische aanpak en haar neutrale, niet-confessionele karakter. Deze koers sloot aan bij de activiteiten van de Bond van Neutrale Schoolvereenigingen, waarvan Carpentier Alting eveneens voorzitter was. Binnen dat kader werkte hij aan de coördinatie en belangenbehartiging van vrijzinnig onderwijs in de kolonie.

Pedagogische oriëntatie

De Carpentier Alting Stichting onderscheidde zich door haar vrijzinnig-religieuze en humanistische opvoedingsideaal, dat nadrukkelijk afstand nam van het confessionele onderwijs dat in Nederlands-Indië de norm was. Onder invloed van de vrijmetselarij en de Nederlandse vrijzinnig-protestantse traditie werd onderwijs beschouwd als een middel tot morele en geestelijke vorming, niet als dogmatische overdracht van geloofswaarheden.[2]

Carpentier Alting benadrukte de vorming van het karakter, de plichtszin en de verantwoordelijkheid van het individu tegenover de gemeenschap. Zijn pedagogische visie sloot aan bij het negentiende-eeuwse liberale mensbeeld waarin zelfkennis, verdraagzaamheid en maatschappelijke inzet de hoekstenen vormden van een morele opvoeding. Dit ideaal vertoonde sterke verwantschap met het maçonnieke motto arbeiden aan de volmaking der mensheid.[1]

Daarnaast legde de stichting bijzondere nadruk op de opleiding en emancipatie van meisjes. Door het oprichten van hogereburgerscholen (H.B.S.) uitsluitend voor meisjes bood de C.A.S. jonge vrouwen in de kolonie toegang tot middelbaar en beroepsonderwijs dat tot dan toe vrijwel uitsluitend voor jongens bestond. Daarmee sloot de stichting aan bij bredere emancipatoire tendensen binnen de Nederlandse vrijzinnige beweging, maar ze paste die toe binnen de Indische context, waar westerse en inheemse culturele invloeden elkaar kruisten.[2]:34–36

Bestuur en latere ontwikkeling

Het bestuur van de Carpentier Alting Stichting bestond uit een directie en een college van toezichthouders, grotendeels samengesteld uit vertegenwoordigers van het vrijzinnige en burgerlijke milieu van Batavia. Eliza Hendrik Carpentier Alting fungeerde tot zijn vertrek in 1924 als voorzitter van de stichting en werd daarin bijgestaan door een klein bestuur waarin ook vrijzinnige pedagogen en vrouwelijke onderwijskrachten zitting hadden. Zijn echtgenote speelde, volgens contemporaine verslagen, een actieve ondersteunende rol bij de organisatie van het schoolleven en de opvoedkundige activiteiten.[1]

In 1924 werd Carpentier Alting opgevolgd door mr. Ligthart, die reeds lid was van het bestuur en de leiding overnam bij diens terugkeer naar Nederland.[5] De stichting bleef nauw samenwerken met de Bond van Neutrale Schoolvereenigingen en werd beschouwd als een voorbeeldinstelling binnen het neutrale onderwijs in Nederlands-Indië.

In de jaren dertig en veertig zette de C.A.S. haar activiteiten voort onder steeds moeilijkere omstandigheden. Tijdens de Japanse bezetting werden de meeste Europese scholen, waaronder de instellingen van de stichting, tijdelijk gesloten of onder Japans toezicht gesteld. Na de oorlog werden enkele scholen heropend in het kader van de wederopbouw van het onderwijs in Batavia, dat inmiddels onder Indonesische leiding kwam te staan.[2]:210–212

Hoewel de stichting als juridische entiteit na de onafhankelijkheid van Indonesië geleidelijk ophield te bestaan, leefde haar nalatenschap voort in de vorm van enkele voortgezette scholen en lerarenopleidingen. Deze instellingen, vaak met een gemengde Nederlands-Indonesische staf, bleven het ideaal van vrijzinnig, niet-confessioneel onderwijs uitdragen. In bredere zin droeg de C.A.S. bij aan de overgang van een koloniale onderwijscultuur naar een meer pluralistisch, seculier onderwijsstelsel in het onafhankelijke Indonesië.[2]:38–40

Zie ook

Zie de categorie Carpentier Alting Stichting van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.