Boyd Alexander

_(14769684713).jpg)
Boyd Alexander (Cranbrook, Kent, Engeland, 16 januari 1873 - Nyeri, Kenia, 2 april 1910) was een Britse officier, onderzoeker en ornitholoog.
Jeugd op opleiding
Boyd Alexander werd geboren als oudste zoon van luitenant-kolonel Boyd Francis Alexander tijdens de regeringsperiode van koningin Victoria in het graafschap Kent. Zijn grootvader van moederskant was David Wilson, de stichter van het Great Eastern Hotel in Calcutta. Hij had ten minste een broer (Claud). Hij sloot zich in 1893 aan bij het 7e bataljon van de Rifle Brigade (Prince Consort's Own). Hij bereikte in 1898 de rang van kapitein.
Carrière
Aan het eind van de 19e eeuw leidde hij wetenschappelijke expedities naar de Kaapverdische eilanden (1897-1898) en de rivieren Zambesi en Kafue (1898-1899), om daar de avifauna te gaan bestuderen. Hij deed in 1899 mee met een politionele actie in de Britse Goudkust en nam in 1900 deel aan de ontzetting van Kumasi, waarvoor hij een onderscheiding kreeg. Na zijn terugkeer in Groot-Brittannië werd hem in oktober 1900 een offizierspatent aangeboden bij de Rifle Brigade. Zijn promotie tot luitenant vond plaats in januari 1902. Hij leidde in 1902 een wetenschappelijke expeditie naar Fernando Po, waarbij hij de Pico Basilé (toenmalig Pico de Santa Isabel, 3011 m boven zeeniveau) beklom en veel nieuwe vogelsoorten ontdekte.
Tussen 1904 en 1906 leidde hij de Alexander-Gosling-expeditie in Afrika en zou van de Niger naar de Nijl trekken. Het doel van zijn expeditie was om aan te tonen, dat het continent van west naar oost kon worden doorkruist via waterwegen. Hij werd op zijn expedities vergezeld door zijn broer Claud, zijn assistent en preparateur José Lopes, verder kapitein G.B. Gosling en P.A. Talbot. In februari 1904 vertrokken ze vanaf de monding van de Niger en reisden stroomopwaarts naar Lokoja (Nigeria). Zijn broer overleed in oktober 1904 aan de gevolgen van tyfus, nadat hij een geodetische meting had verricht in de Murchison Hills(?) in Nigeria. Talbot keerde in het midden van 1905 terug naar het westen. Boyd, Gosling en Lopes onderzochten het gebied rondom het Tsjaadmeer. In juni 1906 overleed Gosling in Niangara (noorden van Congo-Kinshasa) aan de gevolgen van malaria. Alexander en Lopes volgden de rivier de Kibala en bereikten in december 1906 de Nijl. In februari 1907 keerden ze terug naar Groot-Brittannië, waar Alexander de militaire dienst verliet.
Aan het eind van 1908 voer Alexander en Lopes weer naar Afrika. Ze bezochten de eilanden Sao Tomé en Principe, de Mount Cameroon en het Tsjaadmeer. Alexander was van plan om ook naar Egypte te gaan door de regio's Wadai en Darfur. Er was toentertijd veel onrust in het land. Bij het bereiken van Nyeri, dat 112 kilometer noordelijk van Abéché lag en de hoofdstad van Wadai, werd Alexander op 2 april 1910 door inboorlingen vermoord. Lopes, die hem steeds terzijde had gestaan sinds zijn reis naar de Kaapverdische eilanden, vluchtte.
De stoffelijke resten van Alexander werden begraven bij zijn broer Claud nabij fort Maifoni in Maiduguri (Nigeria).
Onderscheidingen
Voor zijn reis over het continent werd Alexander in 1907 geëerd met de gouden medaille van het Koninklijk Aardrijkskundig Genootschap van Antwerpen en in 1908 met de Founders Gold Medal van de Royal Geographical Society in Londen. In 1907 werd hij erelid van de Royal Scottish Geographical Society. Een standbeeld van de beide broers bevindt zich in de St. Dunstankerk in Cranbrook (Kent).
Nalatenschap in de naamgeving
Er werden meerdere soorten zoogdieren en vogels naar hen vernoemd, waaronder de Kaapverdische gierzwaluw (Apus alexandri), de Alexanderkoesimanse (Crossarchus alexandri) en Paraxerus alexandri (een eekhoornsoort).
- Boyd Alexander, 1907. From The Niger To The Nile Edward Arnold London. Internet Archive
- Dit artikel of een eerdere versie ervan is een (gedeeltelijke) vertaling van het artikel Boyd alexander op de Duitstalige Wikipedia, dat onder de licentie Creative Commons Naamsvermelding/Gelijk delen valt. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar.