Bewening van Christus

Bewening van Christus door de Meester van Frankfurt

De bewening van Christus, ook de nood Gods genoemd in Vlaanderen,[1] is een veelvoorkomend onderwerp in de christelijke kunst, zowel in de schilderkunst en de beeldhouwkunst.[2] Strikt genomen gaat het om een uitbeelding of weergave van het verdriet van de naasten van Christus wanneer ze geconfronteerd worden met het dode lichaam van Christus vlak na de kruisafneming en vóór de graflegging. Deze episode komt niet in de Bijbel voor. Ook het woord lamentatie wordt in kunstbeschrijvingen gebruikt als synoniem voor bewening.

Geschiedenis

Het tafereel komt voor het eerst in de 11e eeuw in de Byzantijnse kunst in gebruik. Sindsdien is het een vast onderdeel in cycli over het leven van Christus. Men treft het aan tussen taferelen met voorstellingen van de Kruisafname en de Graflegging. De op de grond liggende Christus wordt beweend door Maria, Nicodemus en anderen. Het lichaam van Christus wordt oorspronkelijk uitgebeeld liggend plat op de grond of op een plaat, meestal in profiel te zien in het midden van het werk. Geleidelijk aan wordt het bovenlichaam door Maria of anderen opgetild, en uiteindelijk in een bijna verticale positie gehouden, frontaal te zien, of over Maria's schoot. Maria Magdalena houdt meestal Jezus' voeten vast. In volledig bevolkte voorstellingen van de Bewening worden naast het lichaam ook de drie Maria's, de apostel Johannes, Jozef van Arimatea en Nicodemus afgebeeld, vaak samen met andere personen van beide geslachten, engelen en portretten van schenkers.[3]

Het onderwerp werd steeds meer een afzonderlijk devotiebeeld, met de nadruk op Maria's verdriet om haar zoon en minder op het verhaal. Het logische gevolg van deze trend was de Pietà, waarop alleen Maria en Christus te zien zijn, wat bijzonder geschikt was voor de beeldhouwkunst.

Bewening van Christus door Niccolò dell'Arca

Bekende voorbeelden

Het onderwerp is door Giotto in de Arena-kapel te Padua in een grote compositie geschilderd. Een ander bekend voorbeeld van een bewening van Christus is de Bewening van de dode Christus van Sandro Botticelli. Ook Andrea Mantegna schilderde dit tafereel en maakte daarbij gebruik van verkort perspectief.

Het is niet altijd duidelijk of een bepaalde afbeelding moet worden beschouwd als een Bewening of een van de andere verwante episodes in onmidddelijke periode na de dood van Christus. Musea en kunsthistorici zijn niet altijd consistent in hun benaming. Het beroemde schilderij van Mantegna is in wezen een Zalving, en veel scènes, vooral Italiaanse Trecento-scènes en scènes van na 1500, hebben kenmerken gemeen met de Bewening en de Graflegging.[3]

Bewening van Christus in kunstwerken

Zie de categorie Bewening van Christus van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.