Bertrada van Laon
| Bertrada | ||
|---|---|---|
| 720-783 | ||
![]() | ||
Eugène Oudiné: Berthe au Grand Pied, 1848. Jardin du Luxembourg, Parijs, in de reeks beeldhouwwerken Reines de France et Femmes illustres. | ||
| Koningin-gemalin van Frankrijk | ||
| Periode | 751-768 | |
| Opvolger | Himiltrude | |
| Familie | ||
| Vader | Caribert van Laon | |
Bertrada van Laon, ook wel bekend als Bertha met de Grote Voet[1] (mei 720 – 12 juli 783) was een Frankische koningin. Ze was een dochter van Charibert van Laon.[2] Volgens een legende was zij echter de dochter van Floris ende Blancefloer.[3] Bertrada van Laon dankt haar bijnaam aan het lied Li Romans de Berte aux grands pieds van de Franse hofdichter en troubadour Adenet Le Roi.[3] Ze kreeg deze bijnaam vermoedelijk omdat ze een klompvoet had.
Pepijn de Korte
In 740 trouwde ze met Pepijn de Korte, als zijn tweede vrouw. Door te nauwe verwantschap waren er jaren nodig voordat de kerk het huwelijk erkende. In 762 wilde Pepijn haar verstoten, maar dat mislukte door verzet van de paus. Bertrada was een belangrijke adviseur van haar man en volgde hem op zijn veldtochten. Na zijn dood verloor Bertrada haar titel van koningin en woonde zij aanvankelijk een tijd bij haar zoon Karel.
Arrangementen
Ze probeerde de vrede tussen haar zoons Karel en Karloman te bewaren. Zo arrangeerde ze in 770 het huwelijk van Karel met Desiderata van Lombardije, de dochter van koning Desiderius der Longobarden, en dit als onderdeel van een politiek evenwicht dat ze trachtte te scheppen tussen de broers, de Longobarden, Beieren en de paus. In haar pro-Longobardische politiek kon Bertrada op de steun rekenen van een deel van de Frankische adel. Die zagen in Bertrada's demarches voor een "rustige" zuidgrens van het Frankenrijk een beveiliging.[4] In dat kader werd ook haar dochter verloofd met een Longobardische prins, maar dat huwelijk ging niet door. Uiteindelijk vestigde Bertrada zich in het klooster van Choisy-au-Bac, waar zij in 783 stierf. Zij werd 63 jaar oud.

Een praalgraf van Bertrada en Pepijn de Korte bevindt zich in de kathedraal van Saint Denis in Frankrijk.
Kinderen
Pepijn en Bertrada hadden de volgende kinderen:
- Karel de Grote, (747 óf 748 - Aken, 28 januari 814)
- Karloman I, (751 - Samoussy (Aisne), 4 december 771)
- Gisela, (757 - Chelles, 30 juli 810). Zij verloofde zich in 765 met de latere keizer Leo IV van Byzantium, maar de verloving werd verbroken. In 788 werd ze abdis van de Abdij van Chelles.
- Pepijn (759-761)
- Chrotais, jong overleden, begraven in de abdij van Sint-Arnulf in Metz
- Adelais, jong overleden, begraven in de abdij van Sint-Arnulf in Metz
- Mogelijk nog twee onbekende dochters.
Voortleven in de cultuur
Een legende verhaalt, volledig zonder historische grond, dat Bertrada een dochter zou zijn van Floris en Blancefloer. De oudste versie van dit verhaal Floire et Blanceflor verscheen in het Oudfrans rond 1150-1160.
Het verhaal:
- Floris, de zoon van een islamitische koning in Spanje en Blancefloer, de dochter van een buitgemaakte christelijke gravin, groeiden samen op, en waren al voor hun vijfde smoorverliefd. Floris' vader was daar niet blij mee en wilde Blancefloer vermoorden. De koningin was daar tegen en bedacht een ander plan. Floris moest naar een andere school, ver weg, om daar tussen andere meisjes geplaatst te worden. Hem werd beloofd dat Blancefloer later zou volgen. Blancefloer werd als slavin aan een emir uit Babylon verkocht. De koning en koningin richtten een praalgraf voor haar op en vertelden Floris dat Blancefloer gestorven was. Toen Floris dat hoorde besloot hij zelfmoord te plegen. Zijn moeder vertelde hem de waarheid en Floris ging Blancefloer zoeken. Toen hij haar ten slotte vond, vertrokken ze (na enige moeilijkheden) weer naar Spanje. Ze trouwden en kregen een dochter: Bertrada.
Chronique saintongeaise (rond 1225). Hierin de oudste versie van het verhaal over Bertrada, de bruid van Pepijn de Korte, die door een bedriegster opzij wordt geschoven. Uiteindelijk wordt het bedrog ontdekt en Berte in ere hersteld.
Berte as grans piés (1275) wordt gezien als de bekendste versie van het Berte-verhaal. Hofdichter en minstreel Adenet Le Roi schreef het in het Oudfrans in de vorm van een chanson de geste.
Beerte metten breden voeten, is de Middelnederlandse bewerking - in de vorm van een Karelroman - van het verhaal van Adenet Le Roi. Het verscheen rond 1300. Van deze tekst is slechts een fragment bewaard gebleven.
In de achttiende eeuw schreef de patriottistische Nederlandse toneelschrijver Pieter Pijpers het treurspel Adélaïde van Hongarije (1793). Pijpers liet zich hierbij inspireren door de Franse schrijver Claude-Joseph Dorat (1734-1780), die het verhaal van Beerte eerder bewerkte in drie toneelstukken. Dorat herdoopte, evenals later Pijpers, Beerte in Adélaïde.[5]
In Nederland verscheen in 1975 het jeugdboek Huon en de ganzenjonkvrouw. De auteur Alet Schouten vertelt hierin het verhaal van Beerte tegen de achtergrond van de deels nog heidense vroege Middeleeuwen.[5]
Literatuur
- Annelies van Gijsen, Berte met de brede voeten, in W.P. Gerritsen en A.G. van Melle, Van Aiol tot de Zwaanridder. Personages uit de middeleeuwse verhaalkunst en hun voortleven in literatuur, theater en beeldende kunst, 1993, p. 67-70, ISBN 9789061683827
- ↑ In het Latijn wordt ze vermeld als regina pede aucae of koningin met de ganzenvoet.
- ↑ De Geboorteplaats van Karel den Grooten, in Nederduitsch maandschrift, 1862/63, p. 210
- 1 2 M. Paulin Paris, Li romans de Berte aus grands pies, Paris, 1838
- ↑ Bauer, R., Karel de Grote, een keizer op de grens tussen twee werelden, Davidsfonds, Leuven, 2013, ISBN 978-90-663-0707-0.
- 1 2 Gijsen, Annelies van, Berte met de brede voeten. Van Aiol tot de Zwaanridder. Personages uit de middeleeuwse verhaalkunst en hun voortleven in literatuur, theater en beeldende kunst. DBNL (1993). Geraadpleegd op 1 december 2025.
