Badhuis (Borne)

Badhuis
Het voormalige badhuis (2011)
Het voormalige badhuis (2011)
Locatie
Plaats Borne
Land Vlag van Nederland Nederland
Adres Stationsstraat 9
Status en tijdlijn
Status Uitvaartcentrum
Start bouw 1916
Gereed 1919
Opening 1920
Oorspr. functie Badhuis
Architectuur
Stijlperiode Neoclassicisme
Bouwkundige informatie
Architect(en) A. Beltman
Opdrachtgever(s) Spanjaard N.V.
Prijzen en erkenningen
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 507928
Portaal  Portaalicoon   Civiele techniek en bouwkunde

Het voormalige badhuis aan de Stationsstraat in Borne is een rijksmonument in de Nederlandse provincie Overijssel. Het deed van 1921 tot 1972 dienst als badhuis, waarna vanaf 1973 de oudste klompenmakerij van Nederland in het pand gevestigd was, Klompenfabriek en -museum Roesink. Sinds 2021 is het in gebruik als uitvaartcentrum.[1]

Het langwerpige, eenlaagse pand van rood baksteen heeft een dwarsgeplaatste voorbouw en een hoge schoorsteen.[2] In het timpaan bevindt zich een roosvenster met Davidster, als verwijzing naar de Joodse afkomst van de opdrachtgevers.

Geschiedenis

Het badhuis werd gebouwd in opdracht van David Jacob en Dina Spanjaard voor de arbeiders van de N.V. Stoomspinnerijen en -weverijen Spanjaard. Het was cadeau gedaan door het echtpaar Spanjaard ter gelegenheid van hun 50-jarig huwelijk. In 1916 vond de aanbesteding plaats en legde hun vijf jaar oude kleinzoon Dirk Jacobus, zoon van directeur Isaac Jacob Spanjaard, de eerste steen.[3] Het door architect Arend Gerrit Beltman ontworpen pand kwam in het najaar van 1919 gereed, maar werd pas in april 1920 in gebruik genomen.[4][5] Eind mei van dat jaar werd het badhuis, tegen een kleine vergoeding, ook opengesteld voor de overige bewoners van Borne.[6]

In december 1921 was er in en rond Borne een groot tekort aan drinkwater, met als gevolg dat ook het badhuis tijdelijk gesloten was.[7] Tijdens een grote luchtbeschermingsoefening van de luchtbeschermingsdienst fungeerde het badhuis in 1934 als “gas-ontsmettingsgebouw”, waar twee personen behandeld werden aan verwondingen als gevolg van een brisantgranaat.[8]

Het voormalige badhuis met klompenmakerij Roesink (1997)

In de decennia na de Tweede Wereldoorlog werden steeds meer woningen aangesloten op het waterleidingnet en kregen badkamers, waardoor het badhuis overbodig werd. Ook sloot de fabriek van Spanjaard in 1972. In 1973 betrok klompenmakerij Roesink uit Almelo het leegstaande badhuis. Roesink’s zoon Bertus zette de zaak voort en breidde het uit met een museum.[1] Nadat het bedrijf in 2015 naar Stoomhoutzagerij Wilpsche Dijk in Twello verhuisde kwam het voormalige badhuis weer leeg te staan.[9] In 2021 werd het een uitvaartcentrum, maar de originele details zijn bewaard gebleven.[1]