Appius Claudius Pulcher (consul in 38 v.Chr.)

Appius Claudius Pulcher
Periode Romeinse Republiek
Cursus Honorum
Consul in 38 v. Chr.
Medeconsul Gaius Norbanus Flaccus
Persoonlijke gegevens
Familie Gens Claudia Pulchra
Zoon van Gaius Claudius Pulcher
Neef van Claudia Pulchra Prima
Claudia Pulchra Secunda
Claudia Pulchra Tertia
Appius Claudius Pulcher (consul in 54 v.Chr.)
Publius Clodius Pulcher
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk

Appius Claudius Pulcher (overleden na 32 v.Chr.) was een Romeins senator uit de patricische gens Claudia en consul in 38 v.Chr.

Leven

Appius Claudius Pulcher was de zoon van Gaius Claudius Pulcher, die o.a. in 58 v.Chr. als legatus onder Gaius Julius Caesar diende[1] en in 56 v.Chr. praetor was.[2] Appius' grootvader Appius Claudius Pulcher was consul in 79 v.Chr.

Tijdens zijn ballingschap uitte de redenaar Marcus Tullius Cicero in verschillende brieven aan zijn vriend Titus Pomponius Atticus in 58 v.Chr. zijn vrees dat zijn broer Quintus door Appius Claudius Pulcher voor de rechter zou worden gebracht vanwege zijn gedrag als gouverneur van de provincie Asia.[3]

De jongere broer van Appius Claudius Pulcher die waarschijnlijk oorspronkelijk een ander praenomen had, mogelijk Gaius, nam nadat hij werd geadopteerd door zijn oom, de consul van 54 v.Chr., ook het praenomen Appius aan. Om de twee broers, die nu dezelfde naam deelden uit elkaar te houden, werd de oudste (hier besproken) Appius Maior genoemd, en soms wordt ook zijn filiatie (het patroniem Gaius) eraan toegevoegd.[4] Nadat de beruchte tribunus plebis, Publius Clodius Pulcher, in januari 52 v.Chr. werd gedood in een vechtpartij met aanhangers van zijn tegenstander Titus Annius Milo, namen Appius Claudius Pulcher en zijn jongere broer als eisende partij deel aan het daaropvolgende proces tegen Milo, aangezien Clodius hun oom was.[5] Milo werd uiteindelijk veroordeeld en verbannen.

Appius Claudius Pulcher wordt vervolgens pas opnieuw vermeld in de bronnen rond 50 v.Chr., omdat hij waarschijnlijk dat jaar een contingent troepen uit Gallië terugbracht, dat Gnaeus Pompeius Magnus aan zijn mede-triumvir Caesar had uitgeleend.[6] In de burgeroorlog die kort daarop uitbrak tussen Pompeius en Caesar, zou Appius Claudius Pulcher zich aanvankelijk bij de Pompeiaanse partij hebben aangesloten, aldus de oudhistoricus Friedrich Münzer, maar echt bewijs hiervoor is er niet.[7] Suetonius vertelt in het bewaard gebleven deel van zijn biografieën van grammatici en redenaars, dat deel uitmaakte van zijn biografische verzameling De viris illustribus, dat Appius Claudius Pulcher en zijn broer – waarschijnlijk begin jaren 40 v.Chr. – de redenaar Marcus Antonius Gnipho in Griekenland aan het werk hoorden.[8]

Na de dood van Caesar sloot Appius Claudius Pulcher zich aan bij de partij van de toekomstige triumvir Marcus Antonius, zonder volledig te breken met Caesars moordenaars, zoals blijkt uit een aanbevelingsbrief die voor hem werd geschreven door Cicero in 43 v.Chr. en was gericht aan Decimus Junius Brutus Albinus.[9] Het feit dat hij in 38 v.Chr. tot consul werd verkozen,[10] lijkt erop te wijzen dat hij later volledig de kant van de zegevierende triumvirs koos. Als proconsul boekte hij militair succesen in Hispania en hij werd hiervoor beloond met een triomftocht in 32 v.Chr. Twee inscripties werden gevonden in Herculaneum die erop duiden dat daar een theater ter ere van hem werd gebouwd en dat daar na zijn dood een standbeeld van hem werd opgericht. Op beide inscripties draagt hij ook de Romeinse titel Imperator.[11]

Noten

  1. Cicero, Pro P. Sestio 41.
  2. Cassius Dio, XXXIX 21.2.
  3. Cicero, Epistulae ad Atticum III 17.1, 8.2, 9.3.
  4. F. Münzer, art. Claudius (298), in RE III.2 (1899), col. 2853.
  5. Asconius, in pro Milone, pp. 35, 39-40, 42 ed. Orelli.
  6. Plutarchus, Pompeius 57.4.
  7. F. Münzer, art. Claudius (298), in RE III.2 (1899), col. 2854.
  8. Suetonius, De illustribus Grammaticis 10.
  9. Cicero, Epistulae ad familiares XI 22.
  10. Cassius Dio, XLVIII 43.1; e.a.
  11. CIL 10, 1423, CIL 10, 1424.

Referenties