Appius Claudius Pulcher minor
| Appius Claudius Pulcher | ||||
|---|---|---|---|---|
| Periode | Romeinse Republiek | |||
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Familie | Gens Claudia Pulchra | |||
| Zoon van | Gaius Claudius Pulcher | |||
| Geadopteerde zoon van | Appius Claudius Pulcher (consul in 54 v.Chr.) | |||
| Neef van | Claudia Pulchra Prima Claudia Pulchra Secunda Claudia Pulchra Tertia Appius Claudius Pulcher (consul in 54 v.Chr.) Publius Clodius Pulcher | |||
| ||||
Appius Claudius Pulcher minor was een Romein uit de patricische gens Claudia.
Leven
Appius Claudius Pulcher was de zoon van Gaius Claudius Pulcher, die o.a. in 58 v.Chr. als legatus onder Gaius Julius Caesar diende[1] en in 56 v.Chr. praetor was.[2] Appius' grootvader Appius Claudius Pulcher was consul in 79 v.Chr.
Hij had waarschijnlijk oorspronkelijk een ander praenomen, mogelijk Gaius, maar nam nadat hij werd geadopteerd door zijn oom Appius, de consul van 54 v.Chr., ook het praenomen Appius aan. Om de twee broers, die nu dezelfde naam deelden uit elkaar te houden, werd de jongste (hier besproken) Appius minor genoemd.[3] Nadat de beruchte tribunus plebis, Publius Clodius Pulcher, in januari 52 v.Chr. werd gedood in een vechtpartij met aanhangers van zijn tegenstander Titus Annius Milo, namen Appius Claudius Pulcher minor en zijn oudere broer als eisende partij deel aan het daaropvolgende proces tegen Milo, aangezien Clodius hun oom was.[4] Milo werd uiteindelijk veroordeeld en verbannen.
Het jaar daarop zou hij de teruggave van de steekpenningen van Marcus Servilius eisen die deze van zijn vader Gaius had ontvangen.[5] Hij zag echter af van verdere aanklachten tegen Servilius in te dienen wegens afpersing op voorspraak van Quintus Pilius en werd vervolgens zelf aangeklaagd door Servilius' familie de repetundis en door Sextus Tettius de vi. [6]
Suetonius vertelt in het bewaard gebleven deel van zijn biografieën van grammatici en redenaars, dat deel uitmaakte van zijn biografische verzameling De viris illustribus, dat Appius Claudius Pulcher minor en zijn broer – waarschijnlijk begin jaren 40 v.Chr. – de redenaar Marcus Antonius Gnipho in Griekenland aan het werk hoorden.[7] Hij zou naar de laatste wens van zijn oom en adoptievader de opbouw van de kleine propyleeën in Eleusis voltooien.[8]
Noten
- ↑ Cicero, Pro P. Sestio 41.
- ↑ Cassius Dio, XXXIX 21.2.
- ↑ F. Münzer, art. Claudius (299), in RE III.2 (1899), col. 2854.
- ↑ Asconius, in pro Milone, pp. 35, 39-40, 42 ed. Orelli.
- ↑ Caelius bij Cicero, Epistulae ad familiares VIII 8.2.
- ↑ Caelius bij Cicero, Epistulae ad familiares VIII 8.2f.
- ↑ Suetonius, De illustribus Grammaticis 10.
- ↑ CIL 3, 547.
Referentie
- F. Münzer, art. Claudius (299), in RE III.2 (1899), coll. 2854-2855.